Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Amsterdam, 8 juni 2026

ECLI:NL:RBAMS:2026:6214Zaaknummer C/13/788864 / FA RK 26/4440

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
8 juni 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
C/13/788864 / FA RK 26/4440
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

IBS toegewezen. Raadsman verzocht om alternatieven zoals thuiszorg. Niet mogelijk vanwege gedragsprobleem betrokkene.

De rechtbank:

verleent het verzoek tot voorzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van [betrokkene]

geboren op [geboortedag] 1952,

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 juli 2026.

Deze beschikking is op 8 juni 2026 mondeling gegeven door mr. F.P. Lauwaars, rechter, en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 15 juni 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop
  2. 2 Beoordeling
  3. 3 Beslissing

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd

zaaknummer / rekestnummer: C/13/788864 / FA RK 26/4440

Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling

Beschikking van 8 juni 2026 naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1952,

wonende te [woonplaats], [adres 1],

verblijvende te [verblijfplaats], [adres 2],

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. C.J. Nierop te Amsterdam,

zorgaanbieder: AMSTA.

1 Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 4 juni 2026.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 8 juni 2026, in het gebouw van de zorgaanbieder. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- betrokkene;

- de raadsman;

- mw. [persoon], specialist ouderengeneeskunde (telefonisch).

2 Beoordeling

2.1.

Op 3 juni 2026 heeft de burgemeester van de gemeente Amsterdam ten behoeve van de betrokkene een last tot inbewaringstelling afgegeven.

2.2.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van de betrokkene als gevolg van (een combinatie van) zijn psychogeriatrische aandoening dit ernstig nadeel veroorzaakt.

2.3.

Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel is gelegen in: levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel voor of van betrokkene of een ander, ernstige psychische schade voor of van betrokkene of een ander en ernstig verstoorde ontwikkeling.

Op 3 juni 2026 heeft er een incident plaatsgevonden nadat de dochter van betrokkene zijn autosleutel af had gepakt. De reden hiervoor was dat betrokkene geen auto meer mag rijden in verband met de diagnose dementie. Betrokkene heeft naar aanleiding hiervan zijn echtgenote bij de keel gegrepen en gepoogd haar van de trap te duwen. Betrokkene pakte een mes, zwaaide hiermee en zei dat hij de banden van de auto lek zou steken. Betrokkene zwaaide zo hard met het mes dat hij iemand had kunnen raken.

Een week eerder heeft betrokkene de arm van zijn echtgenote hard beetgepakt en gedraaid waardoor de huid van haar arm beschadigd was. Ook heeft hij bij de achtertuin van een kinderverblijf staan schreeuwen en schelden naar de kinderen die daar aan het spelen waren.

2.4.

Om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk en er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene weigert een vrijwillige opname en de huisarts en de dochter van betrokkene geven aan dat de thuissituatie niet langer veilig is. De dochter van betrokkene heeft uitgesproken bang te zijn dat een volgend incident opnieuw gepaard gaat met fysieke agressie waar mogelijk ernstig letsel uit kan voortvloeien. De dochter van betrokkene kan niet voldoen aan de hoge zorgvraag van betrokkene en is volledig overbelast.

2.5.

Betrokkene verzet zich tegen een voortzetting van het verblijf in de accommodatie. In het gesprek met de ter zake kundige arts zegt betrokkene dat hij naar huis wil en absoluut niet opgenomen wil worden in een verpleeghuis. Hij vult daarbij aan dat hij desnoods naar het buitenland gaat waar men geen zeggenschap over hem heeft. Betrokkene zegt dat als hij tegen zijn zin in opgenomen zal worden hij zelfmoord gaat plegen. Op de afdeling wordt door de medewerkers geen verzet geconstateerd. Betrokkene werkt mee aan de verzorging en is rustig aanwezig. Echter heeft de vrouw van betrokkene aangegeven in de nacht meermaals gebeld te zijn door betrokkene waarbij zij werd uitgescholden door hem. Ter zitting heeft de specialist ouderengeneeskunde aangegeven dat betrokkene een ruit heeft ingeslagen op de afdeling omdat hij naar huis wilde en zijn auto moest zoeken.

2.6.

De raadsman heeft namens betrokkene verzocht het verzoek af te wijzen omdat betrokkene niet achter de inbewaringstelling staat. De raadsman geeft aan dat er nog geen alternatieven zijn ingezet zoals thuiszorg. Er moet eerst worden onderzocht of er alternatieven zijn voordat tot opname over kan worden gegaan.

De specialist ouderengeneeskunde heeft aangegeven dat bij betrokkene geen sprake is van een zorgprobleem maar van een gedragsprobleem. Vanuit het gedrag heeft betrokkene echtgenote bedreigd en is hij fysiek agressief geweest naar dochter. Betrokkene kan nu niet naar huis omdat er dan 24 uur per dag bewaking zou moeten zijn thuis, dat gaat niet. In het verpleeghuis is structuur en toezicht en dat heeft betrokkene nodig.

De rechtbank volgt de specialist ouderengeneeskunde in haar standpunt. Gelet op de medische verklaring en hetgeen de specialist ouderengeneeskunde ter zitting naar voren heeft gebracht, blijken er geen alternatieven manieren van zorg mogelijk. De thuiszorg kan het gevaar bij betrokkene niet wegnemen omdat het gaat om een gedragsprobleem en niet om een zorgprobleem.

2.7.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes weken.

3 Beslissing

De rechtbank:

verleent het verzoek tot voorzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van [betrokkene]

geboren op [geboortedag] 1952,

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 juli 2026.

Deze beschikking is op 8 juni 2026 mondeling gegeven door mr. F.P. Lauwaars, rechter, en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 15 juni 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.