Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Amsterdam, 8 januari 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:441Zaaknummer 781259
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 8 januari 2026
- Publicatiedatum
- 24 februari 2026
- Zaaknummer
- 781259
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding, Proceskostenveroordeling, Verstek
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
kort geding. verstek. Vzr verleent toestemming en machtiging aan eisers om de Woning te mogen leveren als gemachtigde van gedaagde.
3 De beslissing
De voorzieningenrechter
verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagde,
veroordeelt gedaagde om uiterlijk op 12 januari 2026 zijn volledige medewerking te verlenen aan het passeren van de akte van levering met betrekking tot de woning aan het [adres] (de Woning),
indien gedaagde niet voldoet aan de veroordeling onder 3.2: verleent toestemming en machtiging aan eisers om de Woning te mogen leveren als gemachtigde van gedaagde;
veroordeelt gedaagde tot betaling aan eisers van de contractuele boete van 3 promille van de koopsom per dag, te weten € 2.625,00, te berekenen vanaf 24 december 2025 tot aan de levering,
veroordeelt gedaagde tot betaling aan eisers van € 925,00 aan buitengerechtelijke incassokosten,
veroordeelt gedaagde in de proceskosten van eisers, die worden begroot op:
| - kosten van de dagvaarding | € | 153,77 | |
| - griffierecht | € | 1.414,00 | |
| - salaris advocaat | € | 715,00 | |
| - nakosten | € | 178,00 | (plus de verhoging zoals hierna vermeld) |
| totaal | € | 2.460,77, |
te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, en te vermeerderen met - indien het vonnis wordt betekend - € 92,00 plus de kosten van betekening,
veroordeelt gedaagde tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, bijgestaan door mr. M.A.H. Verburgh, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2026.
Type: MAH
Coll: BB
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/781259 / KG ZA 26-2 NB/MAH
Vonnis in kort geding van 8 januari 2026
in de zaak van
1 [eiser 1],
2. [eiser 2],
beiden wonende te [woonplaats],
eisers bij dagvaarding op verkorte termijn van 5 januari 2026,
advocaat: mr. P.M. Jongeling,
tegen
[gedaagde],
wonende in de [gemeente] op een geheim adres,
gedaagde,
niet verschenen.
1 De procedure
Op de zitting van 7 januari 2026 zijn eisers verschenen met mr. Jongeling. Zij hebben de - aan dit vonnis gehechte - dagvaarding toegelicht en verzocht vonnis te wijzen. Gedaagde is niet verschenen. Vonnis is bepaald op vandaag.
2 De beoordeling
Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen. Het gevraagde verstek tegen gedaagde zal worden verleend.
Het gevorderde komt niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen zoals hieronder vermeld in de beslissing. Daarbij is in aanmerking genomen dat eisers met betrekking tot vordering 1 (medewerking levering) ter zitting hebben verklaard de voorkeur te geven aan de machtiging boven de dwangsom. Met betrekking tot vordering 2 (boete) hebben zij verklaard dat de contractuele boete, berekend tot 7 januari 2026, € 36.975,00 bedraagt. De voorzieningenrechter overweegt dat de verplichting tot betaling van deze boete eindigt bij levering van de woning.
3 De beslissing
De voorzieningenrechter
verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagde,
veroordeelt gedaagde om uiterlijk op 12 januari 2026 zijn volledige medewerking te verlenen aan het passeren van de akte van levering met betrekking tot de woning aan het [adres] (de Woning),
indien gedaagde niet voldoet aan de veroordeling onder 3.2: verleent toestemming en machtiging aan eisers om de Woning te mogen leveren als gemachtigde van gedaagde;
veroordeelt gedaagde tot betaling aan eisers van de contractuele boete van 3 promille van de koopsom per dag, te weten € 2.625,00, te berekenen vanaf 24 december 2025 tot aan de levering,
veroordeelt gedaagde tot betaling aan eisers van € 925,00 aan buitengerechtelijke incassokosten,
veroordeelt gedaagde in de proceskosten van eisers, die worden begroot op:
| - kosten van de dagvaarding | € | 153,77 | |
| - griffierecht | € | 1.414,00 | |
| - salaris advocaat | € | 715,00 | |
| - nakosten | € | 178,00 | (plus de verhoging zoals hierna vermeld) |
| totaal | € | 2.460,77, |
te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, en te vermeerderen met - indien het vonnis wordt betekend - € 92,00 plus de kosten van betekening,
veroordeelt gedaagde tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, bijgestaan door mr. M.A.H. Verburgh, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2026.
Type: MAH
Coll: BB
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.