Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Amsterdam, 16 maart 2026

ECLI:NL:RBAMS:2026:3283Zaaknummer C/13/784660 / FA RK 26/2048

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
C/13/784660 / FA RK 26/2048
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

VCM toegewezen, betrokkene in separeercel.

De rechtbank:

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats] (Egypte), voor zover het de in rechtsoverweging 2.2 genoemde vormen van verplichte zorg betreft;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 6 april 2026;

Deze beschikking is op 16 maart 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door

mr. J.P.C. van Dam van Isselt, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 23 maart 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop
  2. 2 Beoordeling
  3. 3 Beslissing

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd

zaaknummer / rekestnummer: C/13/784660 / FA RK 26/2048

kenmerk: VCM/IND/197282

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikking van 16 maart 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats] (Egypte),

wonende te [woonplaats], [adres 1],

verblijvende te [verblijfsplaats], [adres 2],

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. P. Figge te Amsterdam,

zorgaanbieder: Arkin.

1 Procesverloop

Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 12 maart 2026, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 12 maart 2026 opgelegde crisismaatregel.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 maart 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder.

Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- betrokkene;

- de raadsvrouw;

- dhr. [persoon 1], psychiater;

- mw. [persoon 2], arts;

- [persoon 3], verpleegkundige.

Betrokkene verblijft in een separeercel en wordt gehoord in de ruimte voor de separeercel.

Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2 Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in: levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige financiële schade, maatschappelijke teloorgang, bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat zij onder invloed van een ander raakt en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een manische decompensatie bij bekende bipolaire stoornis type I. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

2.2.

De rechtbank is van oordeel dat van de zorg die is genoemd in de crisismaatregel, de volgende vormen van zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden:

  • toedienen van vocht en voeding;
  • toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • insluiten;
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene;
  • onderzoek aan kleding of lichaam;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
  • beperken van het recht op ontvangen van bezoek;
  • opnemen in een accommodatie.
2.3.

De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.4.

De raadsvrouw heeft namens betrokkene verzocht het verzoek af te wijzen omdat er geen sprake is van ernstig nadeel. Daarnaast wil betrokkene graag naar huis.

2.5.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3 Beslissing

De rechtbank:

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats] (Egypte), voor zover het de in rechtsoverweging 2.2 genoemde vormen van verplichte zorg betreft;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 6 april 2026;

Deze beschikking is op 16 maart 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door

mr. J.P.C. van Dam van Isselt, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 23 maart 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.