Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Amsterdam, 6 maart 2026

ECLI:NL:RBAMS:2026:3069Zaaknummer 11721861 \ CV EXPL 25-7707

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
11721861 \ CV EXPL 25-7707
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Eindvonnis. De rechtbank oordeelt dat gedaagde niet is geslaagd te bewijzen dat de teambundel was geactiveerd op het telefoonnummer op het moment van het in rekening gebrachte verbruik. Dat betekent dat zij de gehele hoofdsom is verschuldigd.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt EU-Tax om aan Vodafone te betalen een bedrag van € 8.540,93, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente plus de overeengekomen rente van 2% over een bedrag van € 7.105,26 vanaf 29 april 2025, tot de dag van volledige betaling,

3.2.

veroordeelt EU-Tax om aan Vodafone te betalen een bedrag van € 730,26 aan buitengerechtelijke kosten,

3.3.

veroordeelt EU-Tax in de proceskosten van € 1.709,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als EU-Tax niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

3.4.

veroordeelt EU-Tax tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

3.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.F. de Groot, rechter, bijgestaan door mr. L.M. Garritsen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 11721861 \ CV EXPL 25-7707

Vonnis van 6 maart 2026

in de zaak van

VODAFONE LIBERTEL B.V.,

gevestigd te Maastricht,

eisende partij,

gemachtigde: mr. W. van Dijk,

tegen

EU-TAX B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde partij,

procederend in persoon.

Partijen worden hierna Vodafone en EU-Tax genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 14 november 2025 en de daarin genoemde stukken,- de akte van EU-Tax van 12 december 2025, met producties 1 en 2,

- de antwoordakte van Vodafone van 16 januari 2026, zonder producties,

- de nadere akte van EU-Tax,

- het bezwaar van Vodafone tegen voornoemde akte.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

De nadere akte van EU-Tax

2.1.

EU-Tax heeft een nadere akte ingediend en Vodafone heeft hiertegen bezwaar gemaakt. De kantonrechter volgt haar in dat bezwaar, aan partijen is geen gelegenheid gegeven om een nadere akte te nemen. Dat betekent dat de nadere akte niet wordt toegelaten.

De verdere inhoudelijke beoordeling

2.2.

In het tussenvonnis van 14 november 2025 heeft de kantonrechter EU-Tax opgedragen te bewijzen dat de teambundel geactiveerd was op het telefoonnummer op het moment van het in rekening gebrachte verbruik. Als EU-Tax in haar bewijsopdracht zou slagen, zou vast komen te staan dat het bedrag van € 2.675,00 aan verbruikskosten binnen de teambundel vielen en dus niet afzonderlijk verschuldigd zijn. In dat geval is EU-Tax gehouden om de rest van de hoofdsom te betalen. Als EU-Tax niet zou slagen in haar bewijsopdracht, is zij de gehele hoofdsom verschuldigd.

2.3.

EU-Tax heeft als volgt bewijs geleverd. Zij heeft opnieuw de screenshot van het online klantenportaal overgelegd, waarbij ditmaal de volledige screenshot is overgelegd waarop nu ook te zien is dat er € 1.038,92 aan verbruik buiten de bundel wordt vermeld. Daarnaast heeft zij een verklaring van één van haar oud-medewerkers overgelegd, waarin deze met zoveel woorden bevestigt dat zij samen met de bestuurder van EU-Tax die screenshot heeft gemaakt. Verder heeft EU-Tax erop gewezen dat zij de screenshot al eerder aan Vodafone heeft toegestuurd, namelijk aan haar incassogemachtigde.

2.4.

Vodafone stelt daartegenover dat de verklaring van de voormalig medewerker onvoldoende onpartijdig is om bij te dragen aan bewijs. Daarnaast wijst ze erop dat op de screenshot expliciet te zien is dat er datakosten buiten de bundel zijn gemaakt, wat EU-Tax had moeten doen is twijfelen. Dat de screenshot al eens met haar incassogemachtigde is gedeeld doet er niet aan af dat zij de authenticiteit daarvan nooit heeft erkend en nog steeds bestrijdt.

EU-Tax slaagt niet in haar bewijsopdracht

2.5.

De kantonrechter oordeelt als volgt. De onderbouwing van het standpunt van EU-Tax dat zij erop mocht vertrouwen dat de teambundel was geactiveerd, is voornamelijk gebaseerd op één screenshot genomen in februari 2023. Zelfs als de authenticiteit daarvan zou komen vast te staan heeft Vodafone er terecht op gewezen dat uit de screenshot zelf (ook) buiten bundel verbruik volgt. Afgezet tegen het feit dat EU-Tax ook meerdere sms-berichten kreeg met waarschuwingen over overschrijding van haar databundel en dat de teambundel niet blijkens de door Vodafone overlegde overeenkomst was geactiveerd op het telefoonnummer, is deze momentopname onvoldoende om erop te mogen vertrouwen dat de teambundel voor de gehele periode die in deze zaak voorligt was geactiveerd op het telefoonnummer. EU-Tax is dus niet geslaagd in haar bewijsopdracht. Bij die stand van zaken moet het verweer van EU-Tax worden afgewezen. Dat betekent dat zij de gehele hoofdsom van € 7.105,26 verschuldigd is.

Wettelijke handelsrente

2.6.

Vodafone vordert betaling van € 1.435,67 aan wettelijke handelsrente berekend tot en met 28 april 2025, vermeerderd met wettelijke handelsrente plus 2% contractuele rente over het bedrag van € 7.105,26 vanaf 29 april 2025.

2.7.

De verschuldigdheid van de wettelijke handelsrente verhoogd met 2%, vindt haar grondslag in artikel 13 lid 5 van de algemene voorwaarden. EU-Tax heeft daartegen geen verweer tegen gevoerd. De rente is daarom toewijsbaar zoals gevorderd.

Buitengerechtelijke incassokosten

2.8.

Vodafone vordert betaling van € 1.065,79 aan buitengerechtelijke incassokosten. In de algemene voorwaarden is bepaald dat EU-Tax de buitengerechtelijke incassokosten is verschuldigd, maar is niet bepaald hoe dat bedrag moet worden berekend. De kantonrechter sluit daarom aan bij het tarief dat volgens het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten aansluit bij de toe te wijzen hoofdsom. De gevorderde vergoeding is hoger dan het tarief. De kantonrechter zal de gevorderde vergoeding daarom toewijzen tot het wettelijke tarief dat aansluit bij de toe te wijzen hoofdsom. Daarom zal een bedrag van € 730,26 worden toegewezen.

Proceskosten

2.9.

EU-Tax is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Vodafone worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding€122,35
- griffierecht€543,00
- salaris gemachtigde€900,00(2,5 punten × € 360,00)
- nakosten€144,00(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal€1.709,35
2.10.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt EU-Tax om aan Vodafone te betalen een bedrag van € 8.540,93, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente plus de overeengekomen rente van 2% over een bedrag van € 7.105,26 vanaf 29 april 2025, tot de dag van volledige betaling,

3.2.

veroordeelt EU-Tax om aan Vodafone te betalen een bedrag van € 730,26 aan buitengerechtelijke kosten,

3.3.

veroordeelt EU-Tax in de proceskosten van € 1.709,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als EU-Tax niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

3.4.

veroordeelt EU-Tax tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

3.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.F. de Groot, rechter, bijgestaan door mr. L.M. Garritsen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.