Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Amsterdam, 2 maart 2026

ECLI:NL:RBAMS:2026:2865Zaaknummer C/13/783988 / FA RK 26/1620

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
2 maart 2026
Publicatiedatum
27 maart 2026
Zaaknummer
C/13/783988 / FA RK 26/1620
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

VCM afwijzing ivm vrijwilligheid en overleg met familie.

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is op 2 maart 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door

mr. H.C. Hoogeveen, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 13 maart 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop
  2. 2 Beoordeling
  3. 3 Beslissing

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd

zaaknummer / rekestnummer: C/13/783988 / FA RK 26/1620

kenmerk: VCM/IND/195716

Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikking van 2 maart 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1978 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres 1],

verblijvende te [verblijfsplaats], [adres 2],

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. J.M.J.H. Coumans te Amsterdam-Duivendrecht,

zorgaanbieder: Arkin.

1 Procesverloop

Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 26 februari 2026, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 25 februari 2026 opgelegde crisismaatregel.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 2 maart 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder.

Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- betrokkene;

- de raadsman;

- mw. [persoon], psychiater;

- de dochter en zus van betrokkene.

Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2 Beoordeling

2.1.

Op grond van artikel 7:7 Wvggz, in samenhang met artikel 7:8 Wvggz, kan de rechter op verzoek van de officier van justitie een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verlenen indien de burgemeester ten aanzien van betrokkene op grond van artikel 7:1 Wvggz een crisismaatregel heeft genomen.

2.2.

Gelet op artikel 7:1, eerste lid, Wvggz kan deze machtiging slechts worden verleend indien er onmiddellijk dreigend nadeel is, er een ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van betrokkene als gevolg van een psychische stoornis dit dreigend nadeel veroorzaakt, en met de crisismaatregel dit nadeel kan worden weggenomen. Daarbij dient de crisissituatie dermate ernstig te zijn dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht en moet sprake zijn van verzet tegen de zorg als bedoeld in artikel 1:4 Wvggz.

2.3.

Ten tijde van de opname van betrokkene was sprake van katatonie.

2.4.

Op de zitting is gebleken dat het beter gaat met betrokkene en dat zij vrijwillig zal meewerken aan de behandeling. De familie heeft aangegeven dat betrokkene tijd nodig heeft om te herstellen en dat er geen beslissingen overhaast genomen moeten worden. De psychiater heeft daarbij aangegeven dat het beter gaat en betrokkene goed reageert op de medicatie. Betrokkene is bereidwillig om de adviezen op te volgen en er is een goede samenwerking, ook met de familie.

2.5.

De advocaat heeft verzocht het verzoek af te wijzen.

2.6.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot het oordeel dat er sprake is van een goede samenwerking. De behandeling kan in het vrijwillig kader worden voortgezet. Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel zal dan ook worden afgewezen.

3 Beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is op 2 maart 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door

mr. H.C. Hoogeveen, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 13 maart 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.