Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Amsterdam, 20 oktober 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:10489Zaaknummer 12047865 CV 26-348
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 20 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 28 oktober 2026
- Zaaknummer
- 12047865 CV 26-348
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Een oud-werknemer van Huawei vordert uitbetaling van zijn bonus over het jaar 2025. Huawei weigert deze te voldoen omdat werknemer uit dienst is gegaan voordat het OTE-plan, met daarin de over 2025 te behalen en behaalde targets, door het management is goedgekeurd. Vordering wordt toegewezen, nu de stelling van Huawei niet uit het bonusreglement volgt, voor zover het al een geldige bepaling zou zijn dat geen recht op een bonus bestaat wanneer een werknemer uit dienst treedt zonder dat op dat moment een OTE-plan is opgesteld. Bovendien is de vertraging van de goedkeuring van het OTE-plan te wijten aan Huawei.
BESLISSING
De kantonrechter:
veroordeelt Huawei tot betaling aan [eiser] van:a. € 26.680,- bruto, vermeerderd met de wettelijke verhoging van 25%;
b. € 1.175,20 aan buitengerechtelijke kosten;c. de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de dag van dagvaarding tot de voldoening;
veroordeelt Huawei in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op:- exploot € 148,04- salaris € 1.630,00- griffierecht € 753,00totaal € 2.531,04voor zover van toepassing, inclusief btw;
veroordeelt Huawei in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 144,- aan salaris gemachtigde, voor zover van toepassing inclusief btw;
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B. Brokkaar, kantonrechter, bijgestaan door mr. T.C. van Andel, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 12047865 CV EXPL 26-348
vonnis van: 20 oktober 2026
fno.: 364
vonnis van de kantonrechter
I n z a k e
[eiser]
wonende te [woonplaats]
eiser, nader te noemen: [eiser]
gemachtigde: mr. M. Voogt
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HUAWEI TECHNOLOGIES (NETHERLANDS) B.V.
gevestigd te Rijswijk
gedaagde, nader te noemen: Huawei
gemachtigde: mr. B.L.G.M. van Gemert.
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Het procesdossier bestaat uit:
- de dagvaarding van 29 december 2025, met producties;- de conclusie van antwoord van Huawei, met een productie;
- het instructievonnis van 26 maart 2026, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;- de dagbepaling van de mondelinge behandeling.
De mondelinge behandeling is gehouden op 8 juli 2026, waar [eiser] is verschenen, vergezeld door zijn gemachtigde. Voor Huawei is [naam 1] (bedrijfsjurist) verschenen, die eveneens werd vergezeld door de gemachtigde. Partijen hebben hun standpunt nader uiteengezet aan de hand van een pleitnota en vragen van de kantonrechter beantwoord. Daarna is de zaak aangehouden om te bezien of partijen een schikking konden bereiken. Bij akte van 28 juli 2026 heeft [eiser] laten weten dat dat niet was gelukt, waarna een datum voor vonnis is bepaald.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
[eiser] was vanaf 1 december 2014 in dienst van Huawei, tegen een salaris van laatstelijk € 8.833,33 bruto per maand, exclusief emolumenten.
[eiser] heeft vanwege een nieuwe baan de arbeidsovereenkomst op 14 maart 2025 opgezegd tegen 1 mei 2025. Zijn laatste werkdag was 14 april 2025.
In de arbeidsovereenkomst tussen partijen is onder het kopje Bonus bepaald:“Employee is eligible for an on-target-earning (OTE) bonus scheme which might be changed from time to time at the discretion of the Employer. Upon the completion of the employee’s probation period, the Employer and Employee will review and set agreed upon targets for the on-target-earning. Employer and the Employee will sign another agreement which makes a part of employment agreement, and in principle, the fixed income and variable income is 65:35 split. The variable income will be reviewed every year and confirmed by signing new agreement regarding variable income. The most current agreement on variable income will make a part of this employment agreement. The reward of a bonus at any time or in any year does not grant any automatic claim on payment of a bonus at any other time or any other moment.”
Er is op de OTE-bonus een reglement van toepassing. Daarin is in artikel 4.1 OTE Business Target bepaald: “OTE Business Target is mainly consist of financial target and SBO [strategic breakthrough objective, ktr]”.
En in artikel 4.4 OTE Target Setting Timeline is bepaald:“1) Must sign before end Q12) Any new OTE employee who joins the company before 1st Oct., BG/KAD director is responsible for signing OTE Target with the employee. (..) A simplified approved process can be applied in this case.3) For any new OTE employee who joins the company after and including 1st Oct, does not sign OTE target.”
Normaal gesproken worden de individuele OTE-targets van een medewerker die daarvoor in aanmerking komt, ieder kalenderjaar opnieuw vastgesteld in een zogenaamd OTE-plan. De basis van het OTE-plan is een door het regionale hoofdkantoor in Europa en Administrative team bevestigd business plan. Het business plan is gebaseerd op de definitieve cijfers van Huawei in het voorgaande jaar, die vaak in februari of maart van het jaar daarop bekend zijn. Op basis van die cijfers stelt het hoofdkantoor van Europa doelen voor Huawei Nederland. Vervolgens overleggen de manager en medewerker om tot OTE-afspraken te komen en doen daarna samen een voorstel voor een OTE-plan en OTE-targets. Dit voorstel moet worden goedgekeurd door de CFO en dat gebeurt pas als de CFO alle voorstellen heeft beoordeeld, in verband met de dekking. Na goedkeuring gaat het OTE-plan naar HR voor controle en daarna naar het Administrative team voor akkoord. Tot slot gaat het OTE-plan terug naar de manager en medewerker voor ondertekening. Gelet op het aantal stappen dat moet worden genomen, werd een OTE-plan in de praktijk regelmatig later dan in het eerste kwartaal gesloten. De OTE-bonus wordt doorgaans in februari of maart van het jaar daarna uitbetaald.
[eiser] heeft van 2015 tot en met 2024 elk jaar een OTE-bonus ontvangen.
De OTE-overeenkomst van [eiser] over het jaar 2024 is op 1 juni 2024 gesloten. Voor het jaar 2025 was, voordat hij uitdienst trad, nog geen OTE-overeenkomst met [eiser] gesloten.
Op 10 april 2025 heeft [eiser] zijn individuele OTE-targets ingevuld in het daarvoor bestemde Excel-template en heeft hij het door hem opgestelde Draft OTE-plan 2025 ter goedkeuring toegezonden aan zijn leidinggevende. Vervolgens heeft [eiser] eveneens de over de periode vanaf 1 januari 2025 tot 1 mei 2025 werkelijk behaalde financiële resultaten ingevuld in het betreffende Excel-template en ingevuld of, en zo ja, in welke mate de door Huawei behaalde SBO’s op 1 mei 2025 reeds waren behaald.
Daarna (in de periode van 17 april 2025 tot en met 1 mei 2025) heeft [eiser] met Huawei gemaild over (de toekenning van) de OTE-bonus. Bij e-mail van 1 mei 2025 heeft [naam 2] van Huawei aan [eiser] bericht:“(..) There is a process for coming to an OTE agreement and this process was not finished nor was the OTE agreement approved and signed off. Hence, no OTE agreement is in place. (..)”
Het geschil
2. [eiser] vordert Huawei te veroordelen om binnen zeven dagen na het vonnis over te gaan tot betaling van € 26.680,- bruto aan achterstallige OTE-bonus, te vermeerderen met de maximale wettelijke verhoging, € 1.175,20 aan buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente over deze bedragen, alles met veroordeling van Huawei in de proceskosten.
3. [eiser] stelt dat hij begin 2025 meerdere keren heeft gevraagd of het proces kon worden gestart om een OTE-plan over 2025 vast te stellen, maar steeds te horen kreeg dat dat niet mogelijk was omdat nog werd gewacht op definitieve goedkeuring van het business plan van uit Europa. Toen hij op 10 april 2025 vernam dat het business plan vanuit Europa was goedgekeurd, heeft [eiser] de cijfers en targets opgevraagd en heeft hij zijn OTE-plan op basis daarvan, zoals gebruikelijk, opgesteld en opgestuurd aan zijn leidinggevende. [eiser] maakt primair dan ook aanspraak op de OTE-bonus omdat die tussen partijen is overeengekomen, zoals door hem berekend tot datum uitdiensttreding op 1 mei 2025 op een bedrag van € 26.680,- bruto, dan wel een bedrag van € 19.025,63 bruto als wordt uitgegaan van de verhouding tussen het vaste salaris en het variabele salaris (65%-35%). Subsidiair stelt [eiser] dat hij schade – van € 26.680,- bruto dan wel € 19.025,63 bruto – heeft geleden omdat Huawei toerekenbaar tekortgeschoten is in haar verplichting om tijdig een OTE-plan voor hem op te stellen. Meer subsidiair stelt [eiser] dat hij recht heeft op de OTE-bonus omdat het een verworven recht is.
4. Huawei voert hiertegen verweer, dat hierna, voor zover van belang, aan de orde komt.
Beoordeling
5. Huawei weerspreekt dat zij over het jaar 2025 een OTE-bonus is verschuldigd aan [eiser], omdat, kort samengevat, een goedgekeurd OTE-plan met daarin de OTE-targets ontbreekt. Het proces om tot een OTE-plan te komen is niet gevolgd, de leidinggevende van [eiser] en beide Key Account Directors zijn daarover niet geïnformeerd en ook het Administrative team, de CFO en HR zijn daarbij niet betrokken geweest. Het proces voor een OTE-plan is dus niet afgerond en het plan is ook niet goedgekeurd. In plaats daarvan heeft [eiser] voordat zijn dienstverband afliep nog snel eenzijdig een bonusregeling opgesteld, in de hoop dat hij dan nog een bonus zou krijgen voordat hij zou zijn vertrokken. Dat is volgens Huawei niet voldoende om aanspraak te kunnen maken op een OTE-bonus.
6. Huawei wordt in dat standpunt niet gevolgd. In het reglement over de OTE-bonus, dat onderdeel uitmaakt van de arbeidsovereenkomst, is bepaald dat met het oog op de OTE-bonus jaarlijks een separate overeenkomst wordt gesloten waarin financiële targets en zogenoemde SBO’s (die de basis vormen van de OTE-bonus) worden vastgelegd. In het OTE-reglement is niet bepaald, zoals Huawei lijkt aan te voeren, dat aan een werknemer die uit dienst gaat vóórdat een OTE-plan is overeengekomen, geen bonus is verschuldigd over de maanden waarvoor het OTE-plan – als dat tijdig was overeengekomen – had gegolden. In het reglement is ook niet in algemene zin bepaald dat een werknemer (helemaal) geen recht heeft op een bonus wanneer geen OTE-plan is overeengekomen. Het reglement kan redelijkerwijs ook niet zo worden begrepen, nu in artikel 4.4 van het reglement wel een specifieke regeling is opgenomen voor werknemers die voor of na 1 oktober in dienst treden. Als de stelling van Huawei (dat geen recht op een bonus bestaat wanneer een werknemer uit dienst treedt zonder dat op dat moment voor dat jaar een OTE-plan is opgesteld) wordt gevolgd, had het in de rede gelegen dat ook voor die situatie een specifieke regeling in het reglement was opgenomen. Dat is niet het geval. Onder het kopje Bonus is slechts bepaald dat de werknemer in aanmerking komt voor een bonusregeling op basis van het behalen van de doelstellingen en is vervolgens de werkwijze beschreven waarop die doelstellingen worden vastgesteld. Er is niet bepaald dat het volgen van deze werkwijze een voorwaarde is voor aanspraak op een bonus. Dat zou overigens ook geen houdbare bepaling zijn, omdat Huawei het dan volledig zelf in de hand heeft wanneer zij wel en niet een bonus uitkeert en de mogelijkheid heeft om een werknemer die alle beoogde doelen haalt toch geen bonus uit te keren, alleen maar omdat deze doelen niet (op de juiste manier) op papier zijn gezet of zijn goedgekeurd door Huawei. Het vastleggen van targets in een OTE-plan moet dus worden begrepen als een (geëigend) middel om, voor zowel Huawei als de werknemer, vooraf duidelijkheid te hebben over wanneer (bij het behalen van welke doelen) het recht op een bonus bestaat (en hoe hoog die is), en achteraf vast te stellen of dat is gelukt en op welke bonus de werknemer recht heeft.
7. Bij dit alles geldt dat de vertraging bij het opstellen van het OTE-plan voor [eiser] geheel is te wijten aan Huawei, zo volgt uit de door [eiser] overgelegde e-mails, waarin hij meerdere keren verzoekt om met het OTE-proces te beginnen maar nul op het rekest krijgt. Ook heeft Huawei ter zitting erkend dat over het jaar 2025 een OTE-plan voor [eiser] tot stand zou zijn gekomen, als hij niet uit dienst was gegaan, en dat aannemelijk is dat [eiser] in dat geval ook recht had gehad op de OTE-bonus. Ten slotte is onweersproken gebleven dat [eiser] sinds zijn indiensttreding, ieder jaar de OTE-bonus heeft ontvangen en dat de omvang daarvan bij benadering overeenkwam met de in de arbeidsovereenkomst genoemde verhouding van 65% (vast salaris) en 35% (OTE-bonus). Niet valt dan ook in te zien waarom niet na uitdiensttreding alsnog een OTE-plan kon worden opgesteld op basis van het business plan van het voorgaande jaar, althans dat op basis van tot 1 mei 2025 behaalde doelen alsnog een berekening kon worden gemaakt in lijn met een voor [eiser] geldend OTE-plan. Dat de formaliteit van het opstellen van een OTE-plan niet is gevolgd, kan Huawei dus niet tegenwerpen aan [eiser] en staat niet aan de verschuldigdheid van de OTE-bonus op basis van de arbeidsovereenkomst in de weg.
8. Vervolgens is de vraag wat de hoogte van die bonus moet zijn. Om dat toe te lichten heeft [eiser] als productie 12 een berekening overgelegd, die volgens hem gelijk is aan de berekening op basis van het OTE-plan dat zou zijn overeengekomen als Huawei had meegewerkt. [eiser] heeft daarbij (met redenen onderbouwd) toegelicht van welke cijfers en targets hij is uitgegaan bij het invullen van de (bij Huawei gebruikte) Excel-template. [eiser] heeft eveneens nauwkeurig uiteengezet dat hij deze targets en SBO’s (naar rato) in 2025 heeft behaald. Huawei heeft niet weersproken dat het OTE-plan in de andere jaren ook op voordracht van [eiser] tot stand kwam en ten onrechte aangevoerd dat [eiser] zijn meerderen niet heeft betrokken bij het opstellen van het OTE-plan. [eiser] heeft het door hem opgestelde plan immers voorgelegd aan zijn leidinggevende. Huawei heeft tegen het door [eiser] opgestelde OTE-plan ingebracht dat [eiser] niet de juiste cijfers heeft gebruikt, van te lage targets is uitgegaan en dat hij de zelf ingevulde targets en SBO’s bovendien niet heeft gehaald, althans dat deze niet of slechts deels aan hem zijn toe te rekenen. Huawei heeft daarvoor echter geen enkele onderbouwing gegeven en geen cijfers of targets genoemd waar volgens haar dan wel vanuit had moeten worden gegaan. Evenmin heeft zij een eigen berekening overgelegd waaruit volgt wat de bonus dan had moeten zijn. Dat had wel op haar weg gelegen, aangezien zij over deze cijfers beschikt. Daarmee is de door [eiser] ingebrachte bonusberekening onvoldoende gemotiveerd betwist, zodat van de juistheid van zijn berekening wordt uitgegaan.
9. Slotsom is dat Huawei aan [eiser] de OTE-bonus moet betalen zoals door hem is berekend en dat de primaire vordering van [eiser] dus toewijsbaar is. Dat geldt ook voor de buitengerechtelijke incassokosten, aangezien daarvoor werkzaamheden zijn verricht en de gevorderde kosten in hoogte redelijk zijn. De wettelijke verhoging is eveneens toewijsbaar maar er is aanleiding om deze te beperken tot 25%. Verder wordt over deze bedragen de wettelijke rente toegewezen vanaf datum dagvaarding, aangezien de verschuldigdheid daarvan niet is betwist.
10. Huawei wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, gevallen aan de zijde van [eiser].
BESLISSING
De kantonrechter:
veroordeelt Huawei tot betaling aan [eiser] van:a. € 26.680,- bruto, vermeerderd met de wettelijke verhoging van 25%;
b. € 1.175,20 aan buitengerechtelijke kosten;c. de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de dag van dagvaarding tot de voldoening;
veroordeelt Huawei in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op:- exploot € 148,04- salaris € 1.630,00- griffierecht € 753,00totaal € 2.531,04voor zover van toepassing, inclusief btw;
veroordeelt Huawei in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 144,- aan salaris gemachtigde, voor zover van toepassing inclusief btw;
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B. Brokkaar, kantonrechter, bijgestaan door mr. T.C. van Andel, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2026.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.