Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Amsterdam, 9 oktober 2026

ECLI:NL:RBAMS:2026:10454Zaaknummer C/13/794053 / FA RK 26/7274

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
9 oktober 2026
Publicatiedatum
27 oktober 2026
Zaaknummer
C/13/794053 / FA RK 26/7274
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

ZM toegewezen. Raadsman verzocht om afwijzing vanwege niet toepassen verplichte zorg. Arts heeft aangegeven dat afgelopen tijd medicatie altijd onder toezicht is gegeven en zelfs dan de spiegel in het bloed nog wisselend kan zijn.

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1962 te [eiland] (Nederlandse Antillen), inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.5 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 9 oktober 2027.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 9 oktober 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door

mr. H.P.E. Has, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 19 oktober 2026 schriftelijk uitgewerkt.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop
  2. 2 Beoordeling
  3. 3 Beslissing

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd

zaaknummer / rekestnummer: C/13/794053 / FA RK 26/7274

kenmerk: ZM/IND/209144

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikking van 9 oktober 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1962 te Curaçao (Nederlandse Antillen),

wonende te [adres],

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. J.D. van der Heijden te Hilversum,

zorgaanbieder: Arkin.

1 Procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 18 september 2026.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 9 oktober 2026 op het thuisadres van betrokkene.

Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- betrokkene;

- de raadsman;

- mw. [naam], arts.

Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2 Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een schizofrene stoornis, cocaïne gebruik, licht verstandelijke beperking.

2.2.

Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in: levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige immateriële schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

2.3.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.

2.4.

Anders dan de raadsman heeft bepleit is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een broos evenwicht. Hoewel betrokkene de afgelopen jaren geen verplichte zorg toegepast heeft gekregen krijgt hij wel dagelijks medicatie onder toezicht. Als betrokkene de medicatie niet neemt kan hij snel decompenseren en is er geen sprake meer van vrijwilligheid. In zijn bloed zijn wisselende bloedconcentraties te zien dus het gaat zelfs onder toezicht niet altijd goed. Het doel van de zorgmachtiging is betrokkene stabiel houden met medicatie en begeleiding. De plek waar betrokkene nu woont staat toe dat hij gebruik mag maken van middelengebruik. Een locatie waar dat niet mogelijk is zou beter voor betrokkene zijn en op de plek waar hij heen wil in Huizen is dat niet toegestaan.

De rechtbank is van oordeel dat de stappen die nu zijn gezet moeten worden doorgezet. Er is nog steeds toezicht bij het nemen van medicatie en sprake van middelengebruik wat een groot risico is dat het evenwicht kan verstoren. Het is in het belang van betrokkene niet te wachten tot het te laat is, omdat de drempel voor een crisismaatregel ook hoog ligt terwijl het nu juist goed gaat met betrokkene.

2.5.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van twaalf maanden:

  • toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid (telkens voor maximaal drie maanden);
  • onderzoek aan kleding of lichaam (telkens voor maximaal drie maanden);
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen (telkens voor maximaal drie maanden);
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen (telkens voor maximaal drie maanden);
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
  • opnemen in een accommodatie (telkens voor maximaal drie maanden).

De rechtbank zal de verplichte zorg in de vorm van ‘insluiten’ en ‘uitoefenen van toezicht op betrokkene’ niet toewijzen, omdat ter zitting is gebleken dat er voor deze vorm van verplichte zorg geen noodzaak is.

2.6.

De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.7.

Hetgeen namens en door betrokkene als verweer is aangevoerd doet aan het voorgaande niet af.

2.8.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van twaalf maanden.

3 Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1962 te [eiland] (Nederlandse Antillen), inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.5 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 9 oktober 2027.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 9 oktober 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door

mr. H.P.E. Has, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 19 oktober 2026 schriftelijk uitgewerkt.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.