Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Amsterdam, 30 september 2026

ECLI:NL:RBAMS:2026:10452Zaaknummer C/13/782874 / HA ZA 26-100

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30 september 2026
Publicatiedatum
27 oktober 2026
Zaaknummer
C/13/782874 / HA ZA 26-100
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verdeling eenvoudige gemeenschap. Partijen hebben in 2023 al overeenstemming bereikt over de verdeling daarvan. Die afspraken moeten alsnog worden nagekomen.

De rechtbank

In conventie

6.1.

beveelt [de vrouw] tot het verlenen van haar medewerking aan de eigendomsoverdracht c.q. levering van haar aandeel (50%) in de eigendom van de woning te [adres] aan [de man], binnen één week na een verzoek van de notaris (mr [naam] van notariskantoor Legal Loyalty) daartoe en om medewerking te verlenen aan de levering van de in de verdeling betrokken goederen,

6.2.

verleent, indien [de vrouw] niet binnen de onder 6.1 gestelde termijn haar medewerking verleent, vervangende toestemming aan [de man] om namens [de vrouw] de akte van levering en – indien en voor zover noodzakelijk – een akte van verdeling te laten opmaken alsmede te ondertekenen, en verder ter zake alle feitelijke rechtshandelingen te verrichten die nodig zijn voor het realiseren van de eigendomsoverdracht c.q. levering van de woning aan [de man] tegen de tussen partijen overeengekomen marktwaarde van de woning ad € 460.000,00, waarbij [de man] verplicht is om aan [de vrouw] een bedrag van € 43.000,00 te voldoen,

In reconventie

6.3.

wijst de vorderingen af,

In conventie en reconventie

6.4.

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

6.5.

verklaart dit vonnis wat betreft de onder 6.1 en 6.2 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,

6.6.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Higler-Huisman en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De zaak in het kort
  2. 2 De procedure
  3. 3 De feiten
  4. 4 Het geschil
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht

Zaaknummer: C/13/782874 / HA ZA 26-100

Vonnis van 30 september 2026 (bij vervroeging)

in de zaak van

[de man],

te [woonplaats 1],

eisende partij,

hierna te noemen: [de man]

advocaat: mr. W.H. Boomstra

tegen

[de vrouw],

te [woonplaats 2],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [de vrouw]

advocaat: mr. R. Gardeslen.

1 De zaak in het kort

Partijen hebben een relatie gehad en samen een woning gekocht. Tussen hen is een eenvoudige gemeenschap ontstaan. De relatie is geëindigd en de man stelt dat partijen over de verdeling van de eenvoudige gemeenschap overeenstemming hebben bereikt op 9 november 2023, maar dat de vrouw weigert om haar medewerking daaraan te verlenen. De vrouw voert aan dat de regeling niet volledig was, en dat zij niet gehouden was om mee te werken aan de overdracht van de woning aan de man. Aan de zijde van de man was volgens de vrouw namelijk sprake van schuldeisersverzuim, de akte van verdeling was niet in orde en het taxatierapport was ten tijde van de afspraak bij de notaris verlopen. De vrouw stelt dat zij daarom niet hoefde mee te werken en dat de destijds gemaakte afspraken nu niet meer gelden. Bovendien zou het volgens de vrouw in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid als zij nu nog zou moeten meewerken aan de overdracht van de woning tegen de taxatiewaarde van 2023, terwijl de (over)waarde nu veel hoger is. De rechtbank is van oordeel dat partijen op 9 november 2023 overeenstemming hebben bereikt over de verdeling van de eenvoudige gemeenschap, en dat die afspraken neerkomen op een overdracht van de woning aan de man, waarbij de man een bedrag van € 43.000,00 aan de vrouw moet betalen. De vrouw had en heeft geen reden om haar medewerking aan de nakoming van die afspraken te weigeren. De vrouw zal daarom alsnog moeten meewerken.

2 De procedure

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 3 juni 2026;

- het verkorte proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 8 september 2026 en de daarin vermelde stukken.

2.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3 De feiten

3.1.

Partijen hebben een affectieve relatie gehad van 2015 tot december 2022. Op [geboortedag] 2018 is hun dochter, [minderjarige], geboren.

3.2.

Op 11 november 2020 hebben partijen het appartementsrecht van de woning aan de [adres] (de woning) in eigendom gekregen. Partijen zijn gezamenlijk eigenaar, ieder voor de helft.

3.3.

De relatie van partijen is geëindigd in december 2022. Aanvankelijk zijn zowel de man als de vrouw in de woning blijven wonen. Partijen hebben de woning op 28 juli 2023 laten taxeren door een makelaar. Volgens deze makelaar bedroeg de marktwaarde van de woning op dat moment € 460.000,00.

3.4.

De vrouw heeft de woning in september 2023 verlaten. Zij huurt sindsdien een andere woning in [plaats]. De man is in de woning blijven wonen.

3.5.

Partijen zijn in overleg gegaan over de verdeling van de tussen hen bestaande gemeenschap. Daarover heeft op 9 november 2023 een gesprek plaatsgevonden. Na afloop daarvan heeft de (voormalige) advocaat van de vrouw de volgende e-mail aan de advocaat van de man gestuurd:

“Geachte collega,

Hierbij nog even de gemaakte afspraken ten aanzien van de financiële afwikkeling van de samenleving van partijen.

A. Uw client zal de gemeenschappelijke koopwoning overnemen tegen de gewaardeerde waarde van 460000 euro waarbij hij een bedrag van 43000 euro zal voldoen aan cliënte bij overname van de woning en cliente zal worden ontslagen van de hoofdelijke aansprakelijkheid. Er is geen verzekering met waarde verbonden aan de woning. De notariskosten zijn voor uw client. Ten aanzien van de woning heeft uw client verder niets meer te vorderen van cliënte.

B. Uw client zal vandaag nog contact opnemen met de notaris voor het maken van een afspraak voor de akte van verdeling.

C. Cliënte zal voldoende de gelegenheid krijgen om op afspraak spullen uit de woning mee te nemen van haar en [minderjarige]. Spullen voor Portugal zullen worden opgeslagen in de box en mag nog binnen een redelijke termijn na de levering van de woning aan uw client daar gestald worden. De PlayStation die cliënte heeft meegenomen voor [minderjarige] zal aan cliënte worden toebedeeld.

C. Cliënte zal voortaan per 1 december 2023 haar eigen zorgverzekering voldoen.

D. Cliënte zal vanaf 1 december as. de netto opvangkosten voor haar eigen rekening nemen. Uw client zal de kinderopvangtoeslag stopzetten.

E. Uw client alle toebehoren van het bedrijf van cliënte binnen een week aan cliënte doen toekomen waaronder de domeinnaam.

(…)”

3.6.

De man heeft vervolgens contact opgenomen met een notaris voor het opstellen van een akte van verdeling. De notaris heeft per e-mail van 10 november 2023 verzocht om de e-mail met alle afspraken toegestuurd te krijgen. De man heeft daarop de e-mail van 9 november 2023 aan de notaris doorgestuurd. De vrouw staat bij (in ieder geval een deel van) deze e-mails in de cc. Ook heeft de man de vrouw op 19 december 2023 per e-mail op de hoogte gesteld van de stand van zaken.

3.7.

De man heeft ook contact opgenomen met de bank in verband met het noodzakelijke ontslag van de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid. De bank heeft ingestemd met het ontslag van de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid, waarna de notaris een afspraak heeft ingepland op 4 maart 2024 om 10.00 uur.

3.8.

Op 4 maart 2024 om 08.51 uur heeft de vrouw de afspraak met de notaris per e-mail afgezegd. In die e-mail schrijft zij:

“(…) I tried to contact you by phone on Friday and now this morning but to no success.

I apologise but I would like to inform you that today the sale session of my part of the house cannot take place since all the conditions of sale as discussed in the agreement are not guaranteed, namely the removal of my personal belongings from the house. The [adres] house still contains all my personal belongings and those of my daughter that my ex-partner made it impossible for me to remove from the house.

And also costs associated with the house that are in my name that have not been paid to me since these costs should already be associated with [de man].

I will therefore be able to go to the session but I will not sign the sale of the house until everything has been cleared up with the house. (…)”

3.9.

Partijen hebben geen nieuwe afspraak bij de notaris gemaakt. Partijen zijn dan ook allebei nog steeds voor de helft eigenaar van de woning.

4 Het geschil

In conventie

4.1.

De man vordert – samengevat – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, de vrouw te veroordelen haar medewerking te verlenen aan de overdracht van haar aandeel in het eigendom van de woning aan hem. Voor het geval de vrouw haar medewerking niet verleent, vordert de man vervangende toestemming in plaats van haar medewerking. Subsidiair vordert de man dat een nieuwe, bindende, taxatie wordt uitgevoerd, zodat hij de woning kan overnemen, en veroordeling van de vrouw om de helft van de door hem betaalde kosten van onder meer de hypotheek, de VvE, gas en elektra en de zorgverzekering van de vrouw aan hem te betalen. De man legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat partijen op 9 november 2023 overeenstemming hebben bereikt over de verdeling, maar dat de vrouw uiteindelijk zonder goede reden op 4 maart 2024 heeft geweigerd en op dit moment nog steeds weigert om haar medewerking aan de overname te verlenen, aldus (steeds) de man.

4.2.

De vrouw voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen van de man, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de man in de kosten van deze procedure. Zij voert daartoe aan dat zij haar medewerking niet hoefde te verlenen, omdat de akte van verdeling, die de man eenzijdig had laten opstellen, niet alle afspraken bevatte, de geldigheidsduur van de taxatie inmiddels was verlopen en de man bovendien zijn kant van de afspraken niet was nagekomen (schuldeisersverzuim). Zij kon en kan dan ook niet aan de afspraken van 9 november 2023 gehouden worden. Bij die afspraken was bovendien bedoeld om aan te sluiten bij de marktwaarde, niet per se het in de e-mail genoemd bedrag. Subsidiair voert de vrouw aan dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn als zij nu nog gehouden wordt aan de in november 2023 gemaakte afspraken. Voor wat betreft de subsidiaire vordering tot verdeling voert de vrouw aan dat er geen rechtsgrond is op grond waarvan zij gehouden is enig bedrag aan de man te betalen. Partijen hebben tijdens de relatie (stilzwijgend) afgesproken dat de man de gevorderde kosten (waaronder de kosten van de hypotheek, gas en elektra, de VvE en de zorgverzekering) zou voldoen. De vrouw is daarom niet gehouden in die kosten bij te dragen, ook niet nadat de relatie verbroken was, aldus (steeds) de vrouw.

In reconventie

4.3.

In reconventie vordert de vrouw – na vermindering van haar eis ter zitting – om de man bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis te veroordelen tot betaling van een gebruiksvergoeding van € 8.273,50, berekend tot en met september 2026, vermeerderd met een bedrag van € 286,17 voor elke maand dat de man na september 2026 het exclusieve gebruik van de woning heeft. Zij stelt daartoe dat zij recht heeft op een vergoeding wegens gederfd gebruiksgenot, omdat de man de woning gebruikt, met uitsluiting van de vrouw. Verder vordert de vrouw betaling van de helft van de factuur van de makelaar van 2023 en van de kosten voor de erfpacht, waterschapsbelasting, en de gemeentelijke belastingen van 2024 en 2025. Voor de hoogte van die kosten sluit zij grotendeels aan bij de berekening die de man in zijn conclusie van antwoord in reconventie heeft opgenomen. Totaal komt haar vordering in reconventie daarmee op € 8.592,27, waarbij de man in de proceskosten moet worden veroordeeld, aldus (steeds) de vrouw.

4.4.

De man voert verweer dat strekt tot niet-ontvankelijkheid van de vrouw, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van de vrouw, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de vrouw in de kosten van deze procedure. De man voert daartoe aan dat hij niet gehouden is om een gebruiksvergoeding te betalen, omdat hij alle lasten voor de woning draagt. Voorts zou hij hooguit gehouden zijn om bij te dragen aan de OZB 2024 en 2024, de rioolheffing eigenaren van 2024 en 2025, en de helft van de makelaarskosten. Dat zou hooguit een bedrag van € 856,85 zijn, aldus (steeds) de man.

4.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5 De beoordeling

In conventie en in reconventie

5.1.

Gelet op de nauwe samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze hierna grotendeels gezamenlijk worden behandeld.

5.2.

Tussen partijen bestaat een eenvoudige gemeenschap (art. 3:166 Burgerlijk Wetboek (BW)). Zij hebben gezamenlijk een woning in eigendom, waarvan zij voor de helft eigenaar zijn, en een hypothecaire schuld. Partijen twisten over de verdeling van de gemeenschap, meer in het bijzonder over de inhoud van de daarover in november 2023 gemaakte afspraken en of die (nog) moeten worden nagekomen.

De afspraken van 9 november 2023

5.3.

Op 9 november 2023 heeft overleg plaatsgevonden tussen partijen, waarin partijen afspraken hebben gemaakt. De voormalige advocaat van de vrouw heeft vervolgens de gemaakte afspraken per e-mail bevestigd. Daarmee hadden partijen in beginsel overeenstemming bereikt over de verdeling van de eenvoudige gemeenschap. Partijen houdt verdeeld hoe deze afspraak moet worden uitgelegd. Waar de man betoogt dat de afspraken van 9 november 2023 nog geldend zijn en moeten worden nagekomen, heeft de vrouw betoogd dat overeengekomen is dat aangesloten zou worden bij de marktwaarde van de woning en dat de afspraak bij de notaris had moeten plaatsvinden voor het verlopen van de taxatie. Ook stelt zij dat partijen nog aanvullende afspraken zouden maken.

5.4.

Voor de beantwoording van de vraag welke afspraken partijen hebben gemaakt komt het - naast de taalkundige uitleg - aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer aan elkaars gedragingen en verklaringen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

5.5.

Volgens beide partijen is de destijds getaxeerde waarde bij de afspraak van 9 november 2023 tot uitgangspunt genomen bij het bepalen van de waarde van de woning en de overwaarde, en vervolgens bij het door de man aan de vrouw te betalen bedrag van €43.000,00. Daarbij is ook afgesproken dat de man met betrekking tot de woning niets meer van de vrouw te vorderen heeft. Gezien de inhoud van de e-mail van 9 november 2023 is voorts duidelijk dat ook over andere financiële zaken, zoals wie de zorgverzekering van de vrouw en de kinderopvang in het vervolg zal betalen, concrete afspraken zijn gemaakt. De vrouw heeft weliswaar aangevoerd dat de regeling nog niet volledig was, maar dat partijen nog andere, aanvullende afspraken zouden maken (over onder andere de zakelijke lasten), is, gezien de tekst van de e-mail en de verschillende concrete afspraken die daarin zijn bevestigd, niet aannemelijk. De vrouw heeft dit standpunt ook niet onderbouwd. De rechtbank houdt het er dan ook voor dat de op 9 november 2023 gemaakte afspraken alle afspraken zijn omtrent de verdeling van de gemeenschap en de lasten. Het enkele feit dat er voor wat betreft de goederen die nog aan de vrouw toekomen geen concrete lijst is opgemaakt, doet daar niet aan af.

5.6.

De rechtbank ziet ook geen aanleiding om punt B van de overeenkomst zo uit te leggen dat de afspraak bij de notaris voor het passeren van de akte zou moeten plaatsvinden vóór het verlopen van het taxatierapport. De vrouw stelt daartoe dat de marktwaarde tussen partijen als uitgangspunt zou dienen, maar dat is ook precies wat er is gebeurd. Partijen hebben immers op basis van de taxatie de financiële afspraken van 9 november 2023 gemaakt. De overeenkomst strekt er vervolgens toe dat de man direct contact zou opnemen met de notaris. Daaruit kan weliswaar worden geconcludeerd dat partijen de verdeling snel in gang wilden zetten, maar niet meer dan dat. Een uiterlijke datum of uiterlijk moment ontbreekt in de e-mail van 9 november 2023, en komt ook niet terug in de overige correspondentie. Ook de overige gedragingen van partijen bieden geen aanknopingspunten voor de uitleg die de vrouw aan punt B van de overeenkomst geeft. Die kan daarom ook niet worden gevolgd. De conclusie is dan ook dat partijen op dit punt alleen overeengekomen zijn dat de man op 9 november 2023 contact op zou nemen met de notaris.

Nakoming van de overeenkomst

5.7.

De vrouw heeft verder aangevoerd dat zij de afspraken niet (meer) hoefde na te komen, omdat sprake is van schuldeisersverzuim aan de zijde van de man (art. 6:58 BW). Voor deze vorm van schuldeisersverzuim is hier vereist dat nakoming van de overeenkomst door de vrouw verhinderd wordt ofwel omdat de man de noodzakelijke medewerking niet verleent ofwel omdat er een ander beletsel van de zijde van de man opkomt. De vrouw stelt hiertoe dat de man zodanig laat contact heeft opgenomen met de notaris, dat nakoming niet meer mogelijk is, zodat een beletsel aan zijn zijde is ontstaan. De rechtbank is echter van oordeel dat van schuldeisersverzuim aan de zijde van de man geen sprake is. Dit oordeel wordt als volgt toegelicht.

5.8.

Anders dan de vrouw heeft aangevoerd, blijkt uit de stukken dat de man direct contact heeft gezocht met de notaris. De man heeft haar daarvan ook op de hoogte gehouden, onder meer door haar in de cc van de e-mails mee te nemen. In het dossier bevindt zich onder meer een e-mail van de notaris van 10 november 2023 die reageert op een eerdere e-mail van de man. De man heeft ter zitting toegelicht dat de notaris met die e-mail reageert op zijn bericht van 9 november 2023. Bij zijn e-mail van 9 november 2023 stond de vrouw in de cc. De vrouw heeft dit ter zitting niet weersproken. De man heeft dus voldaan aan het vereiste om op 9 november 2023 contact op te nemen met de notaris. Het enkele feit dat er enige tijd overheen is gegaan voordat de afspraak bij de notaris uiteindelijk kon plaatsvinden, maakt dat niet anders. Voordat de afspraak bij de notaris kon plaatsvinden, moest immers ook de bank akkoord gaan met de overname van de woning aan de man tegen betaling van een bedrag van € 43.000,00 aan de vrouw. Ook daarvan heeft de man de vrouw op de hoogte gehouden. Zoals hiervoor is overwogen, zijn partijen ook niet overeengekomen dat de afspraak bij de notaris binnen een bepaalde termijn, in dit geval de geldigheidsduur van het taxatierapport, zou moeten plaatsvinden. Van een beletsel (in de zin van art. 6:58 BW) aan de zijde van de man doordat de afspraak bij de notaris ‘pas’ op 4 maart 2024 kon plaatsvinden, is dan ook geen sprake. Voor zover de vrouw ook een beroep heeft willen doen op het schuldeisersverzuim als bedoeld in art. 6:59 BW blijkt uit het voorgaande reeds dat geen sprake is van het niet voldoen aan de verplichting contact op te nemen met de notaris door de man, zodat ook een beroep op art. 6:59 BW niet slaagt.

5.9.

Volgens de vrouw was er echter ook sprake van andere feiten en omstandigheden die maakten dat niet van haar kon worden verlangd dat zij in maart 2024 moest meewerken aan de overdracht van de woning. Daartoe heeft zij aangevoerd dat de notariële akte van verdeling niet in orde was, omdat niet alle andere gemaakte afspraken in de akte zouden zijn meegenomen en afgehandeld.

5.10.

De vrouw kan hierin niet worden gevolgd. Uit de overgelegde correspondentie leidt de rechtbank af dat in de akte van verdeling de afspraken uit de e-mail van 9 november 2023 zijn overgenomen. Door de vrouw is niet onderbouwd dat er onderdelen van die afspraken ten onrechte niet of onjuist in de akte waren opgenomen. Zoals ook uit haar e-mail aan de notaris van 4 maart 2024 blijkt, is haar punt dat er in die akte niets is opgenomen ten aanzien van het moment en de wijze waarop ze haar spullen uit de woning kan ophalen, maar dergelijke afspraken horen niet thuis in een akte van verdeling. Ook meent zij dat er in de akte van verdeling geen aanvullende afspraken met betrekking tot de zakelijk lasten zijn gemaakt. Zoals uit het voorgaande echter volgt, hebben partijen een totaalafspraak gemaakt, zodat het maken (en opnemen daarvan in de akte) van aanvullende afspraken niet aan de orde was.

5.11.

De conclusie van het voorgaande is dat de man punt B van de overeenkomst op juiste wijze is nagekomen en er geen sprake is van schuldeisersverzuim. De vrouw had op 4 maart 2024 haar medewerking aan de overname dan ook niet mogen onthouden.

Redelijkheid en billijkheid

5.12.

De volgende vraag die beantwoordt moet worden, is of de man de vrouw ook nu nog kan houden aan de op 9 november 2023 gemaakte afspraken. De vrouw stelt namelijk dat de waarde van de woning nu significant hoger is dan toen de afspraken werden gemaakt, zodat het verlangen van haar medewerking tegen ontvangst van het in 2023 overeengekomen bedrag van € 43.000,00 naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Dit verweer slaag niet. Partijen hebben op basis van een destijds recente taxatie afspraken gemaakt over de financiële afwikkeling van de samenleving, waarmee een overeenkomst tot stand is gekomen. De advocaat van de vrouw heeft deze overeenkomst bevestigd per e-mail van 9 november 2023. Met die overeenkomst hebben partijen de prijs gefixeerd. De omstandigheid dat de waarde van de woning nu hoger is dan ten tijde van de taxatie en het maken van de afspraken, maakt dat niet anders. Die waardestijging heeft zich voorgedaan nadat partijen overeenstemming hadden bereikt. Het zou juist in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid als de vrouw, door ten onrechte niet mee te werken aan de overname in maart 2024, thans zou profiteren van de waardestijging van de woning, terwijl zij in de tussentijd ook geen bijdrage heeft geleverd aan de (hypotheek- en VvE-)lasten, en daar ook niet toe bereid was en is. De redelijkheid en billijkheid staan dan ook niet aan toewijzing van de primaire vordering van de man in de weg.

Conclusie in conventie

5.13.

De conclusie van al het voorgaande is dat de in de e-mail van 9 november 2023 neergelegde afspraken moeten worden nagekomen. De primaire vordering van de man om de vrouw te veroordelen om binnen één week na een verzoek daartoe van de notaris haar medewerking te verlenen aan de eigendomsoverdracht van de woning, zal daarom ook worden toegewezen. Ook de gevorderde vervangende toestemming, voor zover de vrouw niet binnen de gestelde termijn meewerkt, zal worden gegeven.

In reconventie

5.14.

In reconventie vordert de vrouw betaling van een gebruiksvergoeding, tot en met september 2026 begroot op € 8.273,50. Gezien het oordeel in conventie, dat partijen over de verdeling van de gemeenschap reeds op 9 november 2023 overeenstemming hadden bereikt, moet dit deel van de vordering in reconventie worden afgewezen. De redelijkheid en billijkheid zouden hier bovendien in de weg staan aan het toekennen van een gebruiks-vergoeding, nu de man de lasten voor de woning (hypotheek en VvE) heeft betaald en de woning reeds in maart 2024 overgedragen had moeten zijn.

5.15.

Wat resteert is de bijdrage die de vrouw vordert voor door haar gemaakte kosten die gerelateerd zijn aan de woning. Deze dateren deels van na de geplande overname op 4 maart 2024 en zouden, als de overdracht wel had plaatsgevonden, vanaf 4 maart 2024 in beginsel volledig voor rekening van de man zijn gekomen, omdat hij dan het volledig eigendom van de woning zou hebben gehad. Gezien de wijziging van eis ter zitting naar een totale vordering van € 8.592,27, vordert de vrouw voor de door haar betaalde kosten een bedrag van € 318,77. Vóór de vermindering van eis vorderde zij een bedrag van € 1.204,89. De vrouw stelt dat zij met haar gewijzigde eis in reconventie aansluit bij de berekening van de man, maar die komt in zijn conclusie van antwoord in reconventie uit op een bedrag van € 856,85. Het is dan ook onduidelijk welk bedrag de vrouw vordert voor elk van de door haar betaalde kosten. De vordering is daarom onvoldoende bepaalbaar en concreet, en zal daarom worden afgewezen. Dat neemt echter niet weg dat partijen over de kosten die de vrouw na de afspraken van 9 november 2023 heeft gemaakt voor de woning, zoals de man ter zitting ook heeft opgemerkt, nog in overleg kunnen treden.

Proceskosten in conventie en reconventie

5.16.

Gelet op de (voormalige) relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6 De beslissing

De rechtbank

In conventie

6.1.

beveelt [de vrouw] tot het verlenen van haar medewerking aan de eigendomsoverdracht c.q. levering van haar aandeel (50%) in de eigendom van de woning te [adres] aan [de man], binnen één week na een verzoek van de notaris (mr [naam] van notariskantoor Legal Loyalty) daartoe en om medewerking te verlenen aan de levering van de in de verdeling betrokken goederen,

6.2.

verleent, indien [de vrouw] niet binnen de onder 6.1 gestelde termijn haar medewerking verleent, vervangende toestemming aan [de man] om namens [de vrouw] de akte van levering en – indien en voor zover noodzakelijk – een akte van verdeling te laten opmaken alsmede te ondertekenen, en verder ter zake alle feitelijke rechtshandelingen te verrichten die nodig zijn voor het realiseren van de eigendomsoverdracht c.q. levering van de woning aan [de man] tegen de tussen partijen overeengekomen marktwaarde van de woning ad € 460.000,00, waarbij [de man] verplicht is om aan [de vrouw] een bedrag van € 43.000,00 te voldoen,

In reconventie

6.3.

wijst de vorderingen af,

In conventie en reconventie

6.4.

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

6.5.

verklaart dit vonnis wat betreft de onder 6.1 en 6.2 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,

6.6.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Higler-Huisman en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.