Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Amsterdam, 9 oktober 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:10438Zaaknummer C/13/793581 / FA RK 26/6987
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 9 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 27 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/13/793581 / FA RK 26/6987
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
ZM eerder aangehouden. ZM toegewezen voor 3 weken ivm afwezigheid advocaat, overige aangehouden.
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1977 te [geboorteplaats] (België), inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 30 oktober 2026;
houdt iedere beslissing op het overige deel van het verzoek aan tot een nader te bepalen zittingsdatum.
Deze beschikking is op 9 oktober 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. H.P.E. Has, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 19 oktober 2026 schriftelijk uitgewerkt.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/793581 / FA RK 26/6987
kenmerk: ZM/IND/210260
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 9 oktober 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1977 te [geboorteplaats] (België),
wonende- en verblijvende te [adres],
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. R.P.G. van der Weide te Amsterdam,
zorgaanbieder: Arkin, locatie [locatie].
1 Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 8 september 2026.
De eerste mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 23 september 2026. Echter was betrokkene niet in staat zich te doen horen, het verzoek is aangehouden. De voortgezette mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 9 oktober 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- mw. [naam 1], arts;
- dhr. [naam 2], psycholoog.
De raadsman heeft voorafgaand aan de zitting vanwege privéomstandigheden niet aanwezig te kunnen zijn bij de zitting. Omdat het verzoek op 23 september al eerder is aangehouden en de beslistermijn al is overschreden heeft de rechtbank besloten het verzoek (deels) te behandelen in afwezigheid van de raadsman en voor het overige aan te houden zodat bij de volgende zitting de raadsman aanwezig kan zijn om betrokkene bij te staan en verweer te voeren. Uit de processtukken blijkt dat betrokkene zorg nodig heeft. Om die reden heeft de rechtbank het verzoek toegewezen voor de duur van drie weken en de beslissing voor het overige deel van het verzoek aangehouden.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.
2 Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een schizo-affectieve stoornis, borderline persoonlijkheidsstoornis, stoornis in het gebruik van polymiddelen.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in: ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat hij/zij onder invloed van een ander raakt.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van drie weken:
- toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten (telkens voor maximaal twee weken);
- uitoefenen van toezicht op betrokkene (telkens voor maximaal twee weken);
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
- opnemen in een accommodatie.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.
3 Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1977 te [geboorteplaats] (België), inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 30 oktober 2026;
houdt iedere beslissing op het overige deel van het verzoek aan tot een nader te bepalen zittingsdatum.
Deze beschikking is op 9 oktober 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. H.P.E. Has, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 19 oktober 2026 schriftelijk uitgewerkt.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.