Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Amsterdam, 13 oktober 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:10297Zaaknummer 12271353 \ CV EXPL 26-8087
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 13 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- 12271353 \ CV EXPL 26-8087
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Schadevergoedingsuitspraak
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Koop; non-conformiteit; 7:17 BW. De koper van een boot beroept zich op tekortschieten van de verkoper vanwege gebreken aan de motoren. De koper wil de overeenkomst daarom ontbinden. De vordering wordt afgewezen.
5 De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van [eiser] af,
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 50,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
| Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Veldman en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2026. |
67982
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12271353 \ CV EXPL 26-8087
Vonnis van 13 oktober 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: [gemachtigde],
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 5 juni 2026
- het proces verbaal van mondeling antwoord van 18 juni 2026
- het tussenvonnis van 7 juli 2026.
De zaak is besproken tijdens de mondelinge behandeling van 9 september 2026. [eiser] was in persoon aanwezig, bijgestaan door de heer [naam 1]. [gedaagde] was in persoon aanwezig, bijgestaan door de heer [naam 2]. De griffier heeft aantekeningen gemaakt die in het dossier zijn gevoegd. Na inhoudelijke behandeling van de zaak is om een vonnis gevraagd en hiervoor is een datum bepaald.
2 De feiten
Deze zaak betreft een motorboot van het merk/type Wellcraft coastal 2800, uitgerust met twee Volvo Penta 130 pk diesel inboardmotoren (hierna: de boot).
De boot is via het online platform [internetsite] te koop aangeboden voor een bedrag van € 15.750,00. [eiser] heeft op dat aanbod gereageerd en heeft de boot vervolgens visueel geïnspecteerd en daarmee gevaren.
Op 20 juli 2025 is een schriftelijke koopovereenkomst gesloten op grond waarvan [eiser] de boot (met ligplaats op [locatie 1]) heeft gekocht van [gedaagde] voor een bedrag van € 11.000,00. In artikel 3 van de koopovereenkomst staat: “De boot wordt verkocht in de staat waarin deze zich op het moment van overdracht bevindt (‘as is’), met goed werkende motoren en zonder enige vorm van lekkage aan de romp”.
Op 26 juli 2026 heeft [eiser] de boot via [locatie 2] en [locatie 3] richting [plaats] gevaren. Op 26 juli 2025, na een uur varen op [locatie 3], is de motor aan de stuurboordzijde uitgevallen vanwege olieverlies. [eiser] is vervolgens met de boot naar het bedrijf Brovo Scheepsbouw in Enkhuizen (hierna: Brovo) gevaren om de motoren te laten onderzoeken.
In een e-mail van 30 juli 2025 van Brovo aan [eiser] staat (onder meer) het volgende: “Wat gelijk opvalt als je het machineruim in kijkt is dat het allemaal wat oud en smerig is. (…) Maar wat betreft de motoren, de stuurboord motor heeft duidelijke schade. Wanneer er vermogen gevraagd wordt, perst hij zijn olie rechtstreeks bij de carterventilatie omhoog. Dit komt omdat de carterdruk erg hoog is, daardoor vermoeden wij overmatige slijtage aan de zuigers en of zuigerveren en de cilinders. De carterontluchting zit op het nokkenasdeksel, de olie vanaf de kop kan door de enorme gasstroom vanuit het carter naar de nokkenas niet naar benden lopen en komt er dan bij de ontluchting uit. Om dit op te lossen is een complete revisie niet te vermijden.” Ten aanzien van de motor aan de bakboordzijde staat in de betreffende e-mail: “Bij de bakboordmotor komt er koelvloeistof uit de kop of een van de verstuiverhulsen”.
[eiser] en [gedaagde] hebben daarna (via derden) contact gehad over een oplossing, maar zonder resultaat. [eiser] heeft per brief van 14 augustus 2025 de koopovereenkomst ontbonden.
3 Het geschil
[eiser] vordert een verklaring voor recht dat de koop is ontbonden, dan wel de koop alsnog bij vonnis te ontbinden. [eiser] vordert daarnaast terugbetaling van de koopprijs, betaling van een schadevergoeding van € 1.500,00 en een veroordeling van [gedaagde] om de boot op te halen op straffe van een dwangsom. [eiser] stelt dat [gedaagde] is tekortgeschoten door hem, in strijd met de koopovereenkomst, een boot te leveren zonder goed werkende motoren. [eiser] beroept zich daarnaast op artikel 7:17 BW (non-conformiteit) en stelt dat de gekochte boot niet de eigenschappen heeft die hij op grond van de overeenkomst mocht verwachten. [gedaagde] heeft die stellingen betwist.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4 De beoordeling
De kantonrechter moet eerst beoordelen of sprake is van een consumentenkoop zoals bedoeld in artikel 7:5 BW. [gedaagde] heeft (onbetwist) gesteld dat hij de boot heeft gebruikt als pleziervaartuig en dat hij niet eerder een boot heeft verkocht. Hij wordt daarom niet aangemerkt als verkoper die handelt in de uitoefening van een handels-, bedrijfs-, ambachts-, of beroepsactiviteit. Van consumentenkoop is dus geen sprake. Het feit dat [gedaagde] ervaring heeft met het repareren van motoren en dit ook bij de verkoop is gemeld, maakt dit niet anders.
Op grond van artikel 6:265 lid 1 BW geeft iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de andere partij de bevoegdheid om de overeenkomst te ontbinden. Beoordeeld moet dus worden of [gedaagde] in de nakoming van een van zijn verbintenissen is tekortgeschoten. De kantonrechter komt tot het oordeel dat daarvan geen sprake is, zodat [eiser] de koop niet mocht ontbinden en de vorderingen dus worden afgewezen. Dat zal hieronder worden toegelicht.
Het kan niet worden vastgesteld dat bij de overdracht geen sprake was van “goed werkende motoren” zoals vermeld in artikel 3 van de koopovereenkomst. [eiser] heeft, voordat de koop werd gesloten, met de boot gevaren. Toen zijn kennelijk geen problemen geconstateerd. Na de koop is [eiser] met de boot, via [locatie 2], naar en over [locatie 3] gevaren. Brovo heeft vervolgens ten aanzien van de ene motor “duidelijke schade” en een olieprobleem geconstateerd en ten aanzien van de andere motor een probleem met koelvloeistof. Zonder nadere toelichting kan uit de e-mail van Brovo van 30 juli 2025 niet worden afgeleid dat deze schade en/of problemen reeds bij de overdracht aanwezig waren en niet daarna zijn ontstaan, bijvoorbeeld door onjuist gebruik en/of pech.
[eiser] beroept zich daarnaast op artikel 7:17 BW (non-conformiteit). Op grond van artikel 7:17 lid 2 BW beantwoord een gekochte zaak niet aan de overeenkomst indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De door Brovo geconstateerde motorproblemen brengen niet zonder meer mee dat de boot non-conform is. Een gekochte zaak kan immers, ondanks optredende gebreken, de eigenschappen bezitten die de koper daarvan op grond van de overeenkomst mocht verwachten.
[eiser] heeft onvoldoende onderbouwd waarom hij mocht verwachten dat de motorproblemen, met als gevolg dat een kostbare motorrevisie noodzakelijk is, niet (reeds 6 dagen na de koop) zouden bestaan. [eiser] heeft het koopcontract zelf opgesteld terwijl de tekst van artikel 3 slechts een beschrijving van de toestand van de boot bij overdracht weergeeft. Die tekst bevat geen garantie dat de motoren goed zouden blijven werken. Niet duidelijk is op grond waarvan [eiser] desondanks mocht verwachten dat na de verkoop geen problemen zouden (kunnen) optreden. Daarbij is mede van belang dat - als enerzijds gesteld en anderzijds niet voldoende betwist - de boot bij verkoop meer dan 30 jaar oud was. Na zoveel jaar bestaat de mogelijkheid dat een motorrevisie noodzakelijk is. Dit had voor [eiser] ook kenbaar kunnen zijn. Zijn eigen deskundige schrijft immers: “Wat gelijk opvalt als je het machineruim in kijkt is dat het allemaal wat oud en smerig is”.
Dit betekent dat de vorderingen van [eiser] worden afgewezen. Hij moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van [gedaagde] betalen. Omdat [gedaagde] in persoon procedeert en ter zitting is verschenen, wordt ambtshalve een bedrag van € 50,00 aan reis- en verletkosten toegewezen.
5 De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van [eiser] af,
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 50,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
| Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Veldman en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2026. |
67982
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.