Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Amsterdam, 6 oktober 2026

ECLI:NL:RBAMS:2026:10143Zaaknummer 10618072 \ CV EXPL 23-9999

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
6 oktober 2026
Publicatiedatum
22 oktober 2026
Zaaknummer
10618072 \ CV EXPL 23-9999
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Verstek, Tussenuitspraak
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verstek. Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Gehuurde camera niet ingeleverd. Vervangingswaarde gevorderd. Sanctie in kader van informatieplichten. Vervangingswaarde is schadevergoeding. Moet nog worden onderbouwd. Ook uitlaten over btw-heffing.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 3 november 2026 om 10.00 uur voor akte uitlating door eisende partij over het bepaalde in overwegingen 2.10 en 2.11,

3.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2026.

991

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 10618072 \ CV EXPL 23-9999

Vonnis van 6 oktober 2026

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BUDGET CAMERAVERHUUR B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eisende partij,

gemachtigde: Smaal Finance Incasso BV,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 7 juli 2026,- de akte van eisende partij, met producties.

1.2.

Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft gedaagde partij niet gereageerd op de akte van eisende partij.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Bij voornoemd tussenvonnis is eisende partij in de gelegenheid gesteld gemotiveerd te stellen op welke wijze zij aan de informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW) heeft voldaan, toe te lichten waarom de overeenkomst niet door gedaagde partij is ondertekend en zich uit te laten over de oneerlijkheid en het voornemen tot het buiten toepassing laten van de bedingen die door de kantonrechter als oneerlijk zijn aangemerkt.

2.2.

Eisende partij heeft bij akte laten weten, kort gezegd, dat gedaagde partij eerst een reserveringsaanvraag heeft doorlopen. Blijkens de overgelegde schermafdrukken lijkt dat een online bestelproces op de website van eisende partij te betreffen. Bij het daadwerkelijk afhalen van de goederen wordt de overeenkomst en het stappenplan nogmaals doorlopen en gecontroleerd, waarna deze wordt ondertekend. Voor de ondertekening verwijst eisende partij naar een digitale handtekening van gedaagde partij.

2.3.

Aan de hand van de nadere toelichting van eisende partij wordt vastgesteld dat eisende partij de kantonrechter in de dagvaarding onjuist, althans onvolledig heeft voorgelicht over de wijze van totstandkoming van de overeenkomst, nu kennelijk eerst een online bestelproces is doorlopen. Na afronding daarvan wordt de overeenkomst gesloten en wordt akkoord gegaan met de algemene voorwaarden. Er kan worden gekozen voor directe betaling of betaling in de winkel. Daarna wordt de apparatuur in de winkel afgehaald, waarbij moet worden getekend voor ontvangst.

2.4.

Uit artikel 3 van de algemene voorwaarden volgt dat de overeenkomst tot stand komt als de reservering is bevestigd. Dan is gedaagde partij ook gebonden aan het annuleringsbeding in artikel 14 van de algemene voorwaarden.

2.5.

Het voorgaande leidt ertoe dat de overeenkomst op afstand is gesloten vóórdat de apparatuur in de winkel wordt afgehaald. In dat geval zijn de informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 en 6:230v BW van toepassing. Weliswaar heeft eisende partij zich niet uitgelaten over de naleving van deze specifieke informatieplichten, maar zij verwijst naar schermafdrukken ter onderbouwing van haar stelling dat gedaagde partij alle wettelijke informatie heeft ontvangen bij de totstandkoming van de overeenkomst nu hij alle stappen van het bestelproces heeft doorlopen. De kantonrechter kan daarom toetsen in hoeverre eisende partij aan haar informatieplichten heeft voldaan.

2.6.

Op grond van de overgelegde schermafdrukken kan niet worden vastgesteld dat eisende partij gedaagde partij op duidelijke en begrijpelijke wijze heeft geïnformeerd over:

Bij de betalingsverplichting geldt dat eisende partij een bestelknop hanteert met daarop de tekst ‘Reserveren’. Uit die bewoording blijkt niet ondubbelzinnig dat met het klikken op die knop een betalingsverplichting wordt aangegaan.

2.7.

De hiervoor genoemde informatie die niet op de wettelijk voorgeschreven wijze is verstrekt aan gedaagde partij is door de Hoge Raad als essentieel aangemerkt (ECLI:NL:HR:2021:1677) en moet daarom worden gesanctioneerd. Daarvoor zal worden aangesloten bij de landelijke richtlijn Sanctiemodel voor essentiële informatieplichten. De sanctie komt daarmee uit op 40%.

2.8.

Met betrekking tot de in het tussenvonnis aangehaalde bedingen refereert eisende partij zich aan het oordeel van de kantonrechter, waarbij zij opmerkt dat zij zich niet op genoemde bedingen maar uitsluitend op de wettelijk regelingen heeft beroepen.

2.9.

De genoemde bedingen zijn oneerlijk en moeten buiten toepassing blijven. Gevolg daarvan is dat de gevorderde (wettelijke) rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten worden afgewezen. In dit verband wordt verwezen naar overweging 2.7 van het tussenvonnis. Irrelevant is of eisende partij wel of geen beroep heeft gedaan op de bedingen. Het gaat erom dat zij een beroep op de bedingen had kunnen doen. De achterliggende gedachte daarvan is dat als altijd aanspraak kan worden gemaakt op de wettelijke regeling, iedere prikkel om de oneerlijke bedingen uit de voorwaarden te verwijderen ontbreekt.

2.10.

Eisende partij maakt aanspraak op de vervangingswaarde van de gehuurde apparatuur. Dit is een vorm van schadevergoeding, gebaseerd op artikel 12.1 en artikel 15 van de algemene voorwaarden. Deze bedingen zijn getoetst en niet oneerlijk bevonden. Eisende partij heeft de in rekening gebrachte vervangingswaarde echter niet onderbouwd. Weliswaar heeft zij een zelfgemaakte factuur overgelegd, maar dat is geen onderbouwing van schade. Eisende partij wordt daarom opgedragen haar daadwerkelijk geleden schade te onderbouwen.

2.11.

Daarnaast dient eisende partij zich uit te laten over waarom zij btw heeft geheven over de schadevergoeding.

2.12.

De zaak wordt voor het nemen van een akte door eisende partij verwezen naar de rol. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 3 november 2026 om 10.00 uur voor akte uitlating door eisende partij over het bepaalde in overwegingen 2.10 en 2.11,

3.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2026.

991

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.