Uitspraak · Europees civiel recht
Rechtbank Amsterdam, 5 december 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:9614Zaaknummer 10727759 \ CV EXPL 23-13061
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 5 december 2025
- Publicatiedatum
- 15 januari 2026
- Zaaknummer
- 10727759 \ CV EXPL 23-13061
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Europees civiel recht
- Procedure
- Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Niets gesteld over de informatieplichten. De (bevestiging van de) overeenkomst ontbreekt, waardoor prijsbeding niet kan worden getoetst. Niets gesteld over algemene voorwaarden. Niet voldaan aan stelplicht. Afwijzing vordering, ondanks erkenning.
3 De beslissing
De kantonrechter
wijst de vordering af,
veroordeelt eisende partij in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde partij begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2025.
991
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 10727759 \ CV EXPL 23-13061
Vonnis van 5 december 2025
in de zaak van
[eiser],
handelend onder de namen [handelsnamen],
gevestigd te [vestigingsplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
rolgemachtigde: [gemachtigde],
gemachtigde: Juristu Incassodiensten B.V.,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
procederend in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 12 september 2023.
Gedaagde partij heeft de vordering erkend.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De beoordeling
Eisende partij vordert een bedrag van € 423,45 aan hoofdsom, vermeerderd met rente en incassokosten. Eisende partij stelt dat zij in opdracht en voor rekening van gedaagde partij diensten heeft geleverd bestaande uit het geven van een cursus. Gedaagde partij heeft niet alle daarvoor gestuurde facturen betaald.
Eisende partij is een handelaar. Gedaagde partij is een consument. In dat geval moet ambtshalve worden getoetst aan het consumentenrecht, óók als de vordering is erkend, zoals in dit geval. Getoetst moet onder meer worden of eisende partij heeft voldaan aan de informatieplichten. Daarnaast moet de overeenkomst worden getoetst aan Richtlijn 93/13 EG (richtlijn oneerlijke bedingen).
De kantonrechter stelt voorop dat het ambtshalve toetsen van informatieplichten sinds 1 juli 2019 vast onderdeel is van de beoordeling. Sinds 1 oktober 2019 worden aan repeatplayers, zoals de gemachtigde van eisende partij, geen tussenvonnissen meer gewezen als informatie en stukken benodigd om ambtshalve te toetsen niet is verstrekt.
Eisende partij stelt in de dagvaarding slechts dat de overeenkomst via de website tot stand is gekomen, maar niets over welke informatieplichten onder die omstandigheden van toepassing zijn en op welke wijze de informatieplichten zijn nageleefd. De dagvaarding voldoet op dat punt dan ook niet aan de daaraan te stellen eisen. Nu de voor de beoordeling van belang zijnde feiten niet volledig zijn aangevoerd, heeft eisende partij het voor de kantonrechter onmogelijk gemaakt om de naleving van de informatieplichten te toetsen. In dit verband wordt verwezen naar overweging 3.1.17 van het Arvato-arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
Daar komt bij dat de overeenkomst tussen partijen niet in het geding is gebracht. Voor zover productie 2 als bevestiging van de overeenkomst heeft te gelden, volgt daaruit niet wat partijen zijn overeengekomen. Het prijsbeding kan dan ook niet worden getoetst op transparantie. Bovendien zijn geen stellingen ingenomen over de toepasselijkheid van algemene voorwaarden. Als eisende partij algemene voorwaarden hanteert, dan moeten deze in het geding worden gebracht, vergezeld met een toelichting over de bedingen die aan de vordering ten grondslag zijn of kunnen worden gelegd en de (on)eerlijkheid van die bedingen. Zonder de algemene voorwaarden kunnen bedingen niet worden getoetst op oneerlijkheid.
Geoordeeld wordt dat eisende partij niet heeft voldaan aan haar stelplicht. Dat leidt tot afwijzing van de vordering.
Eisende partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van gedaagde partij worden begroot op nihil.
3 De beslissing
De kantonrechter
wijst de vordering af,
veroordeelt eisende partij in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde partij begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2025.
991
Deze uitspraak verwijst naar
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.