Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Amsterdam, 2 september 2025

ECLI:NL:RBAMS:2025:6693Zaaknummer 10487378 \ CV EXPL 23-6336

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
2 september 2025
Publicatiedatum
23 september 2025
Zaaknummer
10487378 \ CV EXPL 23-6336
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Verstek
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verstek. Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Eindvonnis na tussenvonnis. Eiseres heeft geen akte genomen, waardoor niet kan worden vastgesteld dat het prijsbeding transparant is. Prijsbeding oneerlijk, gedaagde is daaraan niet gebonden. Vordering afgewezen.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

wijst de vordering af,

3.2.

veroordeelt eisende partij in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde partij begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2025.

991

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 10487378 \ CV EXPL 23-6336

Vonnis van 2 september 2025

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE RIOOLMEESTER B.V.,

gevestigd te Warmenhuizen,

eisende partij,

gemachtigde: mr. G.E. Hamer,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 24 juni 2025. In dit tussenvonnis is eisende partij in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de transparantie van het prijsbeding en het voornemen van de kantonrechter tot vernietiging van enkele bedingen in de algemene voorwaarden.

1.2.

Eisende partij heeft geen akte genomen.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Nu eisende partij zich, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, niet heeft uitgelaten over de transparantie van het prijsbeding, terwijl hierover ook niets is gesteld in de dagvaarding, kan het ambtshalve onderzoek niet goed worden uitgevoerd. In navolging van het tussenvonnis moet het daarom ervoor worden gehouden dat het prijsbeding niet transparant en ook oneerlijk is, omdat niet gesteld of gebleken is dat eisende partij vóór het sluiten van de overeenkomst informatie over de prijs heeft verstrekt die gedaagde partij in staat stelt bij benadering de totale kosten van de diensten te ramen.

2.2.

Gevolg daarvan is dat gedaagde partij niet aan het prijsbeding is gebonden en de overeenkomst ook niet kan blijven voortbestaan. Nu niet is gebleken dat gedaagde partij daardoor ernstig in zijn belangen wordt geschaad, is aanvulling van de overeenkomst niet aan de orde. De overeenkomst is immers uitgewerkt, doordat de diensten zijn verricht. Ondanks dat gedaagde partij in een situatie van rechtsonzekerheid kan komen te verkeren, omdat eisende partij een vordering kan instellen op grond van ongerechtvaardigde verrijking of ongedaanmaking van de prestaties, zal zo’n vordering niet slagen, nu het niet redelijk is een vergoeding van de waarde van de prestaties toe te kennen als gebruik is gemaakt van een oneerlijk prijsbeding.

2.3.

Het voorgaande leidt tot integrale afwijzing van de vordering.

2.4.

Eisende partij wordt bij deze uitkomst als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van gedaagde partij worden begroot op nihil.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

wijst de vordering af,

3.2.

veroordeelt eisende partij in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde partij begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2025.

991

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.