Uitspraak · Europees strafrecht
Rechtbank Amsterdam, 18 april 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:5302Zaaknummer 13.009921-24
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 18 april 2025
- Publicatiedatum
- 21 juli 2025
- Zaaknummer
- 13.009921-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht, Europees strafrecht
- Procedure
- Beschikking
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
afwijzing verzoek uitstel feitelijke overlevering (art. 35, derde lid, OLW)
De rechtbank:
WIJST AF het verzoek ex artikel 35, derde lid, OLW.
Deze beslissing is genomen op 18 april 2025 door:
mr. A.J.R.M. Vermolen, rechter,
in tegenwoordigheid van D. Vermeulen, griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13.009921-24
Afwijzing verzoek uitstel feitelijke overlevering wegens ernstige humanitaire omstandigheden (artikel 35, derde lid, OLW)
De uitvaardigende justitiële autoriteit van België heeft om overlevering verzocht van de opgeëiste persoon:
[de opgeëiste persoon],
geboren op [geboortedag] 1982 te [geboorteplaats] (Turkije),
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[BRP-adres]
nu gedetineerd in [penitentiaire inrichting]
Raadsman mr. M.P.M. Balemans
Procedure
Op 16 april 2025 is de overlevering aan België van de opgeëiste persoon toegestaan.
Dat betekent dat hij ingevolge artikel 35, eerste lid, OLW niet later dan 10 dagen na de uitspraak feitelijk moet worden overgeleverd.
De opgeëiste persoon heeft op grond van artikel 35, derde lid, OLW op 16 april 2025 verzocht om deze termijn op te schorten omdat er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de feitelijke overlevering het leven of de gezondheid van de opgeëiste persoon (ernstig) in gevaar zou brengen.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat, hoewel verzocht door de opgeëiste persoon, de termijn voor de feitelijke overlevering niet moet worden opgeschort nu geen sprake is van enige reden van humanitaire aard die dat rechtvaardigt.
Beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat er ten aanzien van de opgeëiste persoon geen gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de feitelijke overlevering het leven of de gezondheid van de opgeëiste persoon ernstig in gevaar zou brengen.
Uit hetgeen is aangevoerd door de opgeëiste persoon blijkt niet dat zich een situatie voordoet waarbij het leven of de gezondheid van de opgeëiste persoon dan wel die van zijn kinderen door de feitelijke overlevering in gevaar worden gebracht.
Daarom zal de rechtbank de in artikel 35, eerste lid, OLW bedoelde termijn niet opschorten.
Beslissing
De rechtbank:
WIJST AF het verzoek ex artikel 35, derde lid, OLW.
Deze beslissing is genomen op 18 april 2025 door:
mr. A.J.R.M. Vermolen, rechter,
in tegenwoordigheid van D. Vermeulen, griffier.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.