Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Amsterdam, 20 februari 2025

ECLI:NL:RBAMS:2025:4842Zaaknummer 13.266512.23

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
20 februari 2025
Publicatiedatum
18 juli 2025
Zaaknummer
13.266512.23
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

MK jeugdstrafzaak. Integrale vrijspraak. Er is onvoldoende vast komen te staan dat verdachte een strafbare rol heeft gehad bij de tenlastegelegde explosie en bezit van een Cobra 6.

5 Beslissing

Verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.J.M. Marseille, voorzitter tevens kinderrechter,

mrs. I.M. Nusselder en E.J. Verster, kinderrechters,

in tegenwoordigheid van mr. S. Pattiasina, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 februari 2025.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Onderzoek ter terechtzitting
  2. 2 Tenlastelegging
  3. 3 Voorvragen
  4. 4 Waardering van het bewijs
  5. 5 Beslissing

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Team Familie & Jeugd

Parketnummer: 13.266512.23

Datum (mondelinge) uitspraak: 20 februari 2025

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de zaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende op het [adres 1].

1 Onderzoek ter terechtzitting

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting achter gesloten deuren van 20 februari 2025.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.R. Paardekooper en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. R.S.E. Bruinen, advocaat te Amsterdam naar voren hebben gebracht.

Voorts heeft de rechtbank kennisgenomen van wat onder meer door [medewerker Kinderbescherming], namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad), [medewerker Jeugdbescherming], namens [naam] Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (hierna: WSS) en door de ouders en tante van verdachte naar voren is gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 10 oktober 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk bij een woning gelegen aan de [adres 2] een ontploffing teweeg heeft gebracht door een stuk vuurwerk (Cobra 6) aan te steken en/of tegen het raam(kozijn) van voornoemde woning te leggen en/of te gooien,

- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten bewoners van voornoemde woning en/of omwonenden en/of in de nabijheid bevindende personen,

- gemeen gevaar voor goederen, te weten voornoemde en/of omringende woningen te duchten was;

2.

hij op of omstreeks 10 oktober 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een stuk vuurwerk (Cobra 6), zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing voorhanden heeft gehad.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat onvoldoende vast is komen te staan dat verdachte een strafbare rol heeft gehad bij de gepleegde feiten. Verdachte dient van alle feiten te worden vrijgesproken.

De raadsvrouw van verdachte heeft eveneens vrijspraak bepleit.

De rechtbank is – met de officier van justitie en de raadsvrouw – van oordeel dat de ten laste gelegde feiten niet kunnen worden bewezen. Verdachte zal daarom integraal worden vrijgesproken.

5 Beslissing

Verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.J.M. Marseille, voorzitter tevens kinderrechter,

mrs. I.M. Nusselder en E.J. Verster, kinderrechters,

in tegenwoordigheid van mr. S. Pattiasina, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 februari 2025.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.