Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Amsterdam, 30 mei 2025

ECLI:NL:RBAMS:2025:3493Zaaknummer 24/1696

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30 mei 2025
Publicatiedatum
16 oktober 2025
Zaaknummer
24/1696
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beroep niet-ontvankelijk. Geen procesbelang.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Tijselink, rechter, in aanwezigheid van

mr. G. dos Santos 't Hoen, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 30 mei 2025.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
  2. Procesverloop
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Beslissing
  5. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 24/1696

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 mei 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

en

het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, het CBR

(gemachtigde: mr. E. van Pernis-van de Wal).

Procesverloop

De rechtbank heeft het beroep op 22 april 2025 op zitting ter behandeling aan de orde gesteld. Partijen hebben zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

1. Voordat het beroep inhoudelijk kan worden beoordeeld moet de rechtbank ambtshalve nagaan of eiseres procesbelang heeft. Beoordeeld moet worden of het resultaat dat de eiseres met haar beroep nastreeft daadwerkelijk kan worden bereikt en feitelijk betekenis kan hebben.

1.1.

Het CBR heeft de rechtbank op 6 februari 2025 laten weten dat eiseres enkele weken nadat zij is onderzocht door het CBR rijgeschikt is verklaard voor de termijn van een jaar. Hierdoor kon eiseres een nieuw rijbewijs aanschaffen bij de gemeente. Tegen deze verklaring heeft zij geen bezwaar gemaakt.

1.2.

De griffier heeft telefonisch contact opgenomen met eiseres met de vraag wat dit betekent voor haar beroep. Eiseres heeft telefonisch aangegeven dat zij hierover ging nadenken, maar daarover niets laten weten aan de rechtbank.

1.3.

De rechtbank is van oordeel dat eiseres geen procesbelang meer heeft bij haar beroep tegen het bestreden besluit nu zij weer de beschikking heeft over haar rijbewijs. Eiseres kan met haar beroep niet meer bereiken dan zij al bereikt heeft. Niet is gebleken van een procesbelang van andere aard.

2. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak dus niet inhoudelijk.

3. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Tijselink, rechter, in aanwezigheid van

mr. G. dos Santos 't Hoen, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 30 mei 2025.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.