Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Amsterdam, 1 mei 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:3118Zaaknummer 11457127 \ CV EXPL 24-16138
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 1 mei 2025
- Publicatiedatum
- 27 mei 2025
- Zaaknummer
- 11457127 \ CV EXPL 24-16138
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vordering ziet ook op aanpassingen en rectificaties en bedraagt daarom meer dan € 25.000,00. Verwijzing naar handelskamer.
3 De beslissing
De kantonrechter
verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam,
verwijst de zaak daartoe naar de civiele rol, niet zijnde de civiele rol voor kantonzaken, van woensdag 21 mei 2025 om 10:00 uur,
wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure moeten worden vertegenwoordigd door een advocaat,
wijst partijen erop dat de handelskamer zal beslissen over de proceskosten in deze procedure,
wijst [eiser] erop dat na verwijzing een verhoogd griffierecht is verschuldigd, dat deze verhoging kan worden afgeleid uit de meest recente griffierechttabellen op www.rechtspraak.nl,
wijst NRC erop dat na verwijzing griffierecht verschuldigd is, dat dit griffierecht kan worden afgeleid uit de meest recente griffierechttabellen op www.rechtspraak.nl..
Dit vonnis is gewezen door mr. E.J. Otten en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2025.
33806
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11457127 \ CV EXPL 24-16138
Vonnis van 1 mei 2025
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: [gemachtigde],
tegen
MEDIAHUIS NRC B/V.,
te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: NRC,
gemachtigde: mr. O.M. Mulder.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 9 december 2024,
- de conclusie van antwoord met incidentele vordering strekkende tot onbevoegdverklaring van de kantonrechter,
- het tussenvonnis van 13 februari 2025,
- de rolmededeling van 27 februari 2025,- de akte van [eiser].
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De verdere beoordeling
De kantonrechter is van oordeel dat de gezamenlijke vorderingen van [eiser] een onderliggende waarde vertegenwoordigen die meer bedraagt dan € 25.000,00. [eiser] vordert immers niet (rechtstreeks) een bedrag, maar – onder meer – ook aanpassingen en rectificaties. Zijn beperking tot een bedrag € 25.000,00 is daardoor niet mogelijk, zodat de zaak moet worden behandeld en beslist door een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank.
3 De beslissing
De kantonrechter
verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam,
verwijst de zaak daartoe naar de civiele rol, niet zijnde de civiele rol voor kantonzaken, van woensdag 21 mei 2025 om 10:00 uur,
wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure moeten worden vertegenwoordigd door een advocaat,
wijst partijen erop dat de handelskamer zal beslissen over de proceskosten in deze procedure,
wijst [eiser] erop dat na verwijzing een verhoogd griffierecht is verschuldigd, dat deze verhoging kan worden afgeleid uit de meest recente griffierechttabellen op www.rechtspraak.nl,
wijst NRC erop dat na verwijzing griffierecht verschuldigd is, dat dit griffierecht kan worden afgeleid uit de meest recente griffierechttabellen op www.rechtspraak.nl..
Dit vonnis is gewezen door mr. E.J. Otten en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2025.
33806
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.