Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Amsterdam, 14 maart 2025

ECLI:NL:RBAMS:2025:2944Zaaknummer 765595 / FA RK 25.1650

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
14 maart 2025
Publicatiedatum
13 mei 2025
Zaaknummer
765595 / FA RK 25.1650
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Zorgmachtiging toegewezen voor de duur van zes maanden ivm toewerken naar zorg in Duitsland door Duitse hulpverlening

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1974 in [geboorteplaats], Bondsrepubliek Duitsland, inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 14 september 2025;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 14 maart 2025 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. A.E. van Montfrans, bijgestaan door D.S. Strooper als griffier en op 21 maart 2025 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop
  2. 2 Beoordeling
  3. 3 Beslissing

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd

zaaknummer: C/13/765595 / FA RK 25/1650

kenmerk: ZM/IND/161129

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikking van 14 maart 2025 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1974 in [geboorteplaats], Bondsrepubliek Duitsland,

verblijvende te [verblijfplaats],

zorgaanbieder: Amsterdam UMC,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. W.A.L. de Boer te Amsterdam-Duivendrecht.

1 Procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 4 maart 2025.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 14 maart 2025 in het gebouw van de zorgaanbieder op de locatie AMC.

Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- betrokkene;

- de raadsman;

- dhr. A. Sutterland, Geneesheer-Directeur;

- mw. S. van der Heijden, psychiater.

Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2 Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een schizofreniespectrumstoornis.

2.2.

Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige immateriële schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

2.3.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig. Een zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden, zoals door de officier van justitie is verzocht, doet echter geen recht aan de situatie van betrokkene. Zoals uit het zorgplan blijkt en ter zitting is toegelicht is het belangrijkste doel van de behandeling om toe te werken naar een punt waarop betrokkene mee zal gaan werken aan een terugkeer naar Duitsland, inclusief overdracht van de zorg aan Duitse zorgverleners. Teneinde betrokkene toegang te geven tot adequate zorg en maatschappelijke voorzieningen. De rechtbank acht het van belang dat er zicht blijft op dit proces en zal om die reden een zorgmachtiging verlenen voor de duur van zes maanden.

2.4.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk gedurende zes maanden:

  • toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
  • opnemen in een accommodatie.
2.5.

De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.6.

Hetgeen namens en door betrokkene als verweer is aangevoerd doet aan het voorgaande niet af.

2.7.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden.

3 Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1974 in [geboorteplaats], Bondsrepubliek Duitsland, inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 14 september 2025;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 14 maart 2025 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. A.E. van Montfrans, bijgestaan door D.S. Strooper als griffier en op 21 maart 2025 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.