Uitspraak · Burgerlijk procesrecht

Rechtbank Amsterdam, 28 maart 2025

ECLI:NL:RBAMS:2025:2214Zaaknummer 11437199 \ CV EXPL 24-15498

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28 maart 2025
Publicatiedatum
10 april 2025
Zaaknummer
11437199 \ CV EXPL 24-15498
Rechtsgebied
Civiel recht, Burgerlijk procesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

vrijwaringsincident, vordering toegewezen

4 De beslissing

De kantonrechter

in het incident

4.1.

staat Stukadoorsclub toe om [naam] in de hoofdzaak in vrijwaring op te roepen door middel van een dagvaarding tegen de terechtzitting van 25 april 2025,

in de hoofdzaak

4.2.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 25 april 2025 voor conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.L. Bolkestein en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2025.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 Waar gaat deze zaak over?
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 11437199 \ CV EXPL 24-15498

Vonnis in incident van 28 maart 2025

in de zaak van

[eiser],

h.o.d.n. [bedrijf 1], tevens h.o.d.n. [bedrijf 2],

te [vestigingsplaats],

eisende partij in de hoofdzaak,

verwerende partij in het incident,

hierna te noemen: [eiser],

gemachtigde: mr. M. Kartal,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE CLUB AMSTERDAM B.V.,

te Amsterdam,

gedaagde partij in de hoofdzaak,

eisende partij in het incident,

hierna te noemen: Stukadoorsclub,

gemachtigde: mr. I. van Leusden-Willemse.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 25 november 2024, met producties,- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van Stukadoorsclub, met producties,- de reactie van [eiser] op de incidentele conclusie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 Waar gaat deze zaak over?

2.1.

[eiser] en Stukadoorsclub verrichten (onder andere) stukadoorswerkzaamheden.

2.2.

[eiser] vordert in de hoofdzaak (samengevat) dat de kantonrechter Stukadoorsclub veroordeelt tot betaling van in totaal € 17.876,00 voor onbetaalde facturen. [eiser] legt hieraan ten grondslag dat hij en Stukadoorsclub een overeenkomst tot aanneming van werk hebben gesloten en dat hij op grond daarvan recht heeft op betaling.

2.3.

In de periode december 2023 tot en met maart 2024 heeft [naam] aan projecten van Stukadoorsclub gewerkt. Stukadoorsclub heeft [naam] hier meerdere betalingen voor gedaan. In april 2024 heeft [eiser] aan Stukadoorsclub laten weten dat zij nog een aantal facturen moest betalen. Stukadoorsclub heeft zich daarna onder andere op het standpunt gesteld dat een deel van de bedragen is betaald aan [naam] en dat zij die bedragen daarom niet aan [eiser] hoeft te betalen.

2.4.

[eiser] stelt zich in de hoofdzaak op het standpunt dat Stukadoorsclub ten onrechte betalingen aan [naam] heeft gedaan, omdat [eiser] de opdrachtnemer van de betreffende werkzaamheden was. [eiser] heeft zijn vordering opgesplitst in twee bedragen: € 7.646,00 voor openstaande facturen die Stukadoorsclub mogelijk aan [naam] heeft betaald en € 10.230,00 voor overige openstaande facturen.

2.5.

Stukadoorsclub vordert in het incident dat haar wordt toegestaan om [naam] in de hoofdzaak in vrijwaring op te roepen. Zij legt hieraan ten grondslag dat [naam] zich heeft voorgedaan als gevolmachtigde van [eiser], dat hij afspraken over betaling heeft gemaakt die [eiser] mogelijk niet binden en dat hij hiervoor aansprakelijk kan worden gehouden. Stukadoorsclub stelt daarom dat [naam] haar dient te vrijwaren als in de hoofdzaak wordt geoordeeld dat Stukadoorsclub nog een bedrag aan [eiser] verschuldigd is.

2.6.

[eiser] heeft geen bezwaar tegen toewijzing van de incidentele vordering.

3 De beoordeling

3.1.

Voor toewijzing van een vordering tot oproeping in vrijwaring is vereist dat de gedaagde partij in de hoofdzaak zich beroept op een rechtsverhouding met een derde, die meebrengt dat de derde verplicht is de nadelige gevolgen van een eventuele veroordeling van de gedaagde in de hoofdzaak geheel of gedeeltelijk te dragen.

3.2.

Aan dit criterium is voldaan. Stukadoorsclub heeft voldoende gesteld dat tussen haar en [naam] een rechtsverhouding bestaat die voor [naam] een verplichting tot vrijwaring kan meebrengen. De kantonrechter wijst de incidentele vordering daarom toe.

4 De beslissing

De kantonrechter

in het incident

4.1.

staat Stukadoorsclub toe om [naam] in de hoofdzaak in vrijwaring op te roepen door middel van een dagvaarding tegen de terechtzitting van 25 april 2025,

in de hoofdzaak

4.2.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 25 april 2025 voor conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.L. Bolkestein en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2025.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.