Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Amsterdam, 20 maart 2025

ECLI:NL:RBAMS:2025:1953Zaaknummer C/13/765580 / KG ZA 25-150

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
20 maart 2025
Publicatiedatum
31 maart 2025
Zaaknummer
C/13/765580 / KG ZA 25-150
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding, Verstek
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Kort geding. Verstekvonnis. Meewerken aan DNA test. Dwangsom en lijfsdwang.

3 De beslissing

De voorzieningenrechter

3.1.

veroordeelt gedaagde tot nakoming van de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 31 juli 2024 om medewerking te verlenen aan het deskundigenonderzoek (DNA-onderzoek), binnen een week na betekening van dit vonnis, door een afspraak te maken bij Verilabs en vervolgens zijn medewerking te blijven verlenen,

3.2.

bepaalt dat gedaagde aan eiseres een dwangsom moet betalen van

€ 500,00 voor iedere dag dat hij in gebreke blijft aan de onder I genoemde

Veroordeling te voldoen, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt,

3.3.

machtigt eiseres om, nadat de onder 3.2 vermelde dwangsommen tot een maximum van € 10.000 zijn verbeurd en gedaagde na een bevel om binnen twee dagen alsnog aan de veroordeling te voldoen, volhardt in zijn weigering, de nakoming van de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 31 juli 2024 om medewerking te verlenen aan het deskundigenonderzoek (DNA-onderzoek) te bewerkstelligen door gedaagde in gijzeling te doen nemen voor de duur van zeven dagen,

3.4.

compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. J. Dekker, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2025.[_791c06b1-84fd-46f0-b2ca-479d519f3b1f]

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/765580 / KG ZA 25-150 NB/JD

Vonnis in kort geding van 20 maart 2025

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres bij dagvaarding van 12 maart 2025,

advocaat mr. Ö.G. Öztürk te Uitgeest,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

niet verschenen.

1 De procedure

Ter zitting van 9 oktober 2024, waar eiseres met haar advocaat is verschenen, heeft eiseres de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. Een kopie van de dagvaarding wordt aan dit vonnis gehecht.

Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft gedaagde op 5 maart 2025 alle data tot aan 4 mei 2025 als verhinderdata opgegeven. Bij het plannen van de mondelinge behandeling is daarmee geen rekening gehouden, omdat gedaagde werd vertegenwoordigd door een advocaat, die in dat geval namens gedaagde kon verschijnen. De mondelinge behandeling is vervolgens op 20 maart 2025 gepland.

Op 18 maart 2025 heeft de advocaat van gedaagde de rechtbank bericht dat zij zich onttrekt. Bij e-mail van 20 maart 2025 om 14:15 uur heeft gedaagde de rechtbank verzocht om de zaak aan te houden en bij het plannen van een nieuwe datum rekening te houden met zijn verhinderdata, zodat hij aanwezig kan zijn en in de gelegenheid is om zichzelf te verdedigen. Dezelfde dag om 14:37 uur heeft de rechtbank gedaagde bericht dat de geplande zitting door zal gaan, en gedaagde een link gestuurd, waarmee hij digitaal deel kon nemen aan de zitting. Gedaagde is vervolgens niet verschenen, ook niet digitaal.

Vonnis is bepaald op vandaag.

2 De beoordeling

2.1.

Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat het gevraagde verstek tegen gedaagde zal worden verleend.

2.2.

Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.

2.3.

Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3 De beslissing

De voorzieningenrechter

3.1.

veroordeelt gedaagde tot nakoming van de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 31 juli 2024 om medewerking te verlenen aan het deskundigenonderzoek (DNA-onderzoek), binnen een week na betekening van dit vonnis, door een afspraak te maken bij Verilabs en vervolgens zijn medewerking te blijven verlenen,

3.2.

bepaalt dat gedaagde aan eiseres een dwangsom moet betalen van

€ 500,00 voor iedere dag dat hij in gebreke blijft aan de onder I genoemde

Veroordeling te voldoen, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt,

3.3.

machtigt eiseres om, nadat de onder 3.2 vermelde dwangsommen tot een maximum van € 10.000 zijn verbeurd en gedaagde na een bevel om binnen twee dagen alsnog aan de veroordeling te voldoen, volhardt in zijn weigering, de nakoming van de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 31 juli 2024 om medewerking te verlenen aan het deskundigenonderzoek (DNA-onderzoek) te bewerkstelligen door gedaagde in gijzeling te doen nemen voor de duur van zeven dagen,

3.4.

compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. J. Dekker, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2025.[_791c06b1-84fd-46f0-b2ca-479d519f3b1f]

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.