Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Amsterdam, 12 maart 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:1521Zaaknummer C/13/746066 / HA ZA 24-113
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 12 maart 2025
- Publicatiedatum
- 18 maart 2025
- Zaaknummer
- C/13/746066 / HA ZA 24-113
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
benoeming deskundige voor taxatie bedrijfspand
De rechtbank
in de vordering (conventie) en de tegenvordering (reconventie)
beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vraag:
- Wat is de verkoopwaarde van het pand aan de [adres 1] in verhuurde staat per peildatum 3 mei 2021?
benoemt tot deskundige:
mr. S. Heidinga,
KRK Taxaties & Advies B.V.,
adres: [adres 2],
telefoon: [telefoonnummer],
e-mailadres: [e-mailadres],
bepaalt dat de benoeming van de heer Louwerse tot deskundige in het tussenvonnis van 27 november 2024 komt te vervallen,
het voorschot
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 2.500 exclusief btw (€ 3.025 inclusief btw),
bepaalt dat [gedaagde] het voorschot inclusief btw dient over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak.
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
het onderzoek
bepaalt dat [gedaagde] haar procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen, alsmede:
- NEN 2580 meetstaat;
- Bouwtekeningen;
- Huurcontracten en laatste factuur;
- Allonge / Side letter;
- Energielabel;
- Contactgegevens t.b.v. inspectie;
- Verbruiksgegevens gas/ water/ elektra.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
wijst de deskundige er op dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),
- de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
- de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,
- indien partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken als deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,
het schriftelijk rapport
draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,
wijst de deskundige er op dat:
- uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, zodat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
overige bepalingen
bepaalt dat de zaak op de parkeerrol van 1 oktober 2025 wordt geplaatst,
draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen:
- indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken, of
- na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht door beide partijen op een termijn van vier weken,
verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. Voetelink, rechter, bijgestaan door mr. D.K.W. Collins, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2025.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rolnummer: C/13/746066 / HA ZA 24-113
Vonnis in de hoofdzaak van 12 maart 2025
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats 1],
eiser in de hoofdzaak en het incident,
verweerder in de tegenvordering (reconventie),
advocaat: mr. M.V. Vermeij,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats 2],
gedaagde partij in de hoofdzaak en het incident,
eiseres in de tegenvordering (reconventie),
advocaat voorheen: mr. M.L. Neuteboom-van Asselt, thans mr. P.W.O. Birnie.
De rechtbank noemt partijen hierna [eiser] en [gedaagde].
1 De procedure
In het dossier van de rechtbank zitten:
- het tussenvonnis van 27 november 2024, met de daarin vermelde stukken,
- de akte van [gedaagde] van 8 januari 2025 met producties,
- de antwoordakte van [eiser] van 5 februari 2025,
- het bezwaar van [gedaagde] tegen het voorschot,
- het akkoord van partijen tot benoeming van mr. S. Heidinga als deskundige en zijn offerte met een voorschot van € 2.500 exclusief btw.
De rechtbank heeft bepaald dat zij vandaag het vonnis wijst.
2 De verdere beoordeling
In het tussenvonnis van 27 november 2024 heeft de rechtbank de heer Louwerse benoemd tot deskundige. [gedaagde] heeft bezwaar gemaakt tegen de hoogte van het voorschot. De rechtbank ziet daarin aanleiding om het onderzoek niet door de heer Louwerse te laten uitvoeren. Zijn benoeming komt hiermee te vervallen.
De rechtbank heeft voorgesteld mr. S. Heidinga te benoemen als deskundige. Partijen zijn daarmee akkoord. Zij zijn ook akkoord met het voorschot van € 2.500 exclusief btw (€ 3.025 inclusief btw).
In de vorige beslissing is al geoordeeld dat het voorschot op de kosten van de deskundige moet worden gedeponeerd door [gedaagde] (zie 4.23 van het tussenvonnis). Dat blijft zo.
De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
Als een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige stuurt, moet zij daarvan meteen afschrift aan de wederpartij verstrekken.
3 De beslissing
De rechtbank
in de vordering (conventie) en de tegenvordering (reconventie)
beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vraag:
- Wat is de verkoopwaarde van het pand aan de [adres 1] in verhuurde staat per peildatum 3 mei 2021?
benoemt tot deskundige:
mr. S. Heidinga,
KRK Taxaties & Advies B.V.,
adres: [adres 2],
telefoon: [telefoonnummer],
e-mailadres: [e-mailadres],
bepaalt dat de benoeming van de heer Louwerse tot deskundige in het tussenvonnis van 27 november 2024 komt te vervallen,
het voorschot
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 2.500 exclusief btw (€ 3.025 inclusief btw),
bepaalt dat [gedaagde] het voorschot inclusief btw dient over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak.
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
het onderzoek
bepaalt dat [gedaagde] haar procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen, alsmede:
- NEN 2580 meetstaat;
- Bouwtekeningen;
- Huurcontracten en laatste factuur;
- Allonge / Side letter;
- Energielabel;
- Contactgegevens t.b.v. inspectie;
- Verbruiksgegevens gas/ water/ elektra.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
wijst de deskundige er op dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),
- de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
- de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,
- indien partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken als deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,
het schriftelijk rapport
draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,
wijst de deskundige er op dat:
- uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, zodat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
overige bepalingen
bepaalt dat de zaak op de parkeerrol van 1 oktober 2025 wordt geplaatst,
draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen:
- indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken, of
- na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht door beide partijen op een termijn van vier weken,
verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. Voetelink, rechter, bijgestaan door mr. D.K.W. Collins, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2025.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.