Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Amsterdam, 28 maart 2025

ECLI:NL:RBAMS:2025:1413Zaaknummer 10452726 \ CV EXPL 23-5473

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28 maart 2025
Publicatiedatum
1 april 2025
Zaaknummer
10452726 \ CV EXPL 23-5473
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Verstek
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verstek. Overeenkomst met Ziggo gesloten in uitoefening van beroep of bedrijf? Stelling nader onderbouwd. Voldoende gebleken dat de overeenkomst is gesloten in de uitoefening van beroep of bedrijf.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt gedaagde partij tot betaling aan eisende partij van € 245,73 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 164,81 vanaf 2 maart 2023 tot de dag van de algehele voldoening,

3.2.

veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten van € 295,84, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagde partij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

3.3.

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

3.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2025.

991

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 10452726 \ CV EXPL 23-5473

Vonnis van 28 maart 2025

in de zaak van

ZIGGO SERVICES B.V.,

gevestigd te Utrecht,

eisende partij,

gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders (Groningen),

tegen

[gedaagde], voorheen handelende onder de naam [handelsnaam],

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 31 januari 2025,- de akte van eisende partij.

1.2.

Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft gedaagde partij niet gereageerd op de akte van eisende partij.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Eisende partij is bij voornoemd tussenvonnis in de gelegenheid gesteld haar stelling dat gedaagde partij de overeenkomst heeft gesloten in de uitoefening van zijn onderneming nader toe te lichten en te onderbouwen.

2.2.

Eisende partij heeft in haar akte gesteld dat gedaagde partij online zelf de gegevens heeft ingevuld. Gedaagde partij heeft ook zelf een aanvraag gedaan voor een zakelijke overeenkomst. Met welk daadwerkelijk doel een potentiële klant een aanvraag doet voor een zakelijke overeenkomst is voor eisende partij niet te toetsen. Uit de aard van de diensten kan dit ook niet worden afgeleid. Eisende partij is van oordeel dat een verkeersregelaar die als zelfstandig ondernemer werkt acquisitie zal moeten doen, reclame maken, communiceren met opdrachtgevers, een boekhouding moeten voeren en facturen moeten verzenden. Voor al deze werkzaamheden is in de huidige digitale maatschappij een internetverbinding onmisbaar, aldus steeds eisende partij.

2.3.

De omstandigheid dat gedaagde partij zelf heeft gekozen voor een zakelijk abonnement en daarvoor bepaalde gegevens heeft ingevuld, kan niet afdoen aan het beoordelingskader als weergegeven in overweging 2.3 van het tussenvonnis. Dat zijn hooguit omstandigheden die in de beoordeling meewegen. Getoetst moet dus worden met welk doel de overeenkomst is gesloten, wat met name moet worden afgeleid uit de aard van de dienst waarop de overeenkomst betrekking heeft. Dat eisende partij hierover geen nadere informatie of onderbouwing kan geven, kennelijk omdat zij hierover geen informatie bij gedaagde partij heeft opgevraagd, blijft voor haar rekening en risico.

2.4.

Desondanks is het voldoende aannemelijk geworden dat gedaagde partij de onderhavige overeenkomst (mede) heeft gesloten in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf, gelet op de toelichting van eisende partij, het tijdstip van het afsluiten, namelijk kort na het inschrijven van het bedrijf bij de Kamer van Koophandel, de aard van de diensten, waarbij het alleen om een internetabonnement gaat en er geen andere diensten van eisende partij zijn afgenomen dan de daarmee verband houdende diensten en de noodzaak van het afnemen hiervan bij het voeren van een zelfstandige onderneming. Bovendien heeft gedaagde partij de toelichting van eisende partij in dat verband niet weersproken. Ambtshalve toetsing aan het consumentenrecht is daarom niet aan de orde.

2.5.

De kantonrechter wijst eisende partij erop dat de bij tussenvonnis gevraagde nadere toelichting en onderbouwing van de stelling dat de overeenkomst is gesloten in de uitoefening van een beroep of bedrijf in het vervolg al bij dagvaarding dient te zijn gegeven.

2.6.

Het voorgaande leidt tot toewijzing van de vordering, nu deze niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

2.7.

Gedaagde partij is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eisende partij worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding€107,84
- griffierecht€128,00
- salaris gemachtigde€40,00(1 punt × € 40,00)
- nakosten€20,00(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal€295,84

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt gedaagde partij tot betaling aan eisende partij van € 245,73 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 164,81 vanaf 2 maart 2023 tot de dag van de algehele voldoening,

3.2.

veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten van € 295,84, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagde partij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

3.3.

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

3.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2025.

991

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.