Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Amsterdam, 20 oktober 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:11555Zaaknummer 11583331 \ CV EXPL 25-4087
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 20 oktober 2025
- Publicatiedatum
- 15 oktober 2026
- Zaaknummer
- 11583331 \ CV EXPL 25-4087
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Proces-verbaal
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Geen onrechtmatige perspublicatie
3 De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vorderingen af,
veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure gevallen aan de zijde van De Telegraaf, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen mr. M. van der Kaay en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11583331 \ CV EXPL 25-4087
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 20 oktober 2025
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats], Malta,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
procederend in persoon,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TELEGRAAF B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: De Telegraaf,
gemachtigde: mr. O.M. Mulder.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Amsterdam.
De zaak wordt behandeld door mr. M. van der Kaay, kantonrechter, bijgestaan door mr. A.C. de Groot, als griffier.
Aanwezig zijn:
- [eiser] ;- [naam] en mr. O.M. Mulder namens De Telegraaf.
1 De mondelinge behandeling:
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht en op elkaars standpunten gereageerd. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.
De kantonrechter doet de volgende uitspraak.
2 De gronden van de beslissing
De Telegraaf heeft op [publicatiedatum] een artikel (hierna: de publicatie) over [eiser] gepubliceerd. In de publicatie wordt over [eiser] onder meer gemeld:“lange tijd speelde [eiser] uit [gemeente] een bizar kat-en-muisspel met politie en justitie.”“Hij beschikt over veel geld, is ongelooflijk slim, gewiekst en uiterst manipulatief”.“ [eiser] verblijft regelmatig op Malta, waar hij ophoog niveau contacten heeft”.
[eiser] heeft bij dagvaarding gevorderd, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:- dat De Telegraaf wordt veroordeeld tot betaling van een dwangsom van € 500,00 per dag, met een maximum van € 20.000,00 dan wel een ander door de kantonrechter in goede justitie vast te stellen bedrag aan dwangsom, ingeval De Telegraaf niet binnen 24 uur na dit vonnis de publicatie off-line haalt (primair) dan wel de publicatie rectificeert (subsidiair);- verklaring voor recht te geven waarbij wordt vastgesteld dat er onrechtmatig is gehandeld jegens [eiser], alles met veroordeling van De Telegraaf in de kosten van de procedure.
Volgens [eiser] staan in de publicatie meerdere evidente onjuistheden, is het subjectief en suggestief en is de onschuldpresumptie compleet genegeerd. Door dit handelen lijdt en heeft hij schade geleden als bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Zo is hij (mede)door deze publicatie in een zogenoemde Afdeling Intensief toezicht (AFI) terecht gekomen en op de zogenoemde GVM lijst geplaatst met de status “hoog”.
De Telegraaf heeft verweer gevoerd. Zij beroept zich er onder meer op dat [eiser] haar rauwelijks heeft gedagvaard. Aan dit verweer gaat de kantonrechter voorbij gelet op wat [eiser] daarover heeft aangevoerd. De manier waarop is gedagvaard had anders gekund, maar levert geen grond op om de vordering reeds daarop af te wijzen.
Dan de belangenafweging. De belangen van [eiser] zijn niet dusdanig ernstig geschonden dat deze opwegen tegen het belang van persvrijheid. Er staan in de publicatie een aantal quotes die volgens [eiser] onjuist zijn. De Telegraaf heeft echter uitgebreid toegelicht op welke bronnen zij de publicatie heeft gebaseerd (het Openbaar Ministerie, een anonieme bron, andere gepubliceerde artikelen en rechterlijke uitspraken). Daarbij is een anonieme bron toegegaan en De Telegraaf heeft hoor en wederhoor toegepast. De publicatie voldoet aan de vereisten. Dat het voor [eiser] vervelend is dat over hem wordt gepubliceerd is begrijpelijk, maar dat weegt niet op tegen het maatschappelijk belang om door middel van dergelijke publicaties bekend te raken met dergelijke strafzakenzijn. Daarbij komt dat de naam van [eiser] ook niet wordt genoemd in de publicatie zodat zijn privacy voldoende is gewaarborgd. Dat [eiser] op een zogenoemde Afdeling Intensief Toezicht is terechtgekomen en op de GVM lijst met status “hoog” door de gewraakte publicatie is op geen enkele wijze gebleken. Uit het door [eiser] aangehaalde vonnis van de voorzieningenrechter in Den Haag volgt nu juist dat dit komt door het eigen handelen van [eiser]. Dat het artikel onrechtmatig is, dan wel onjuistheden bevat die tot verwijdering dan wel rectificatie moeten leiden is dan ook niet vast komen te staan. De vorderingen van [eiser] dienen daarom te worden afgewezen.
Bij deze uitkomst van de procedure dient [eiser] te worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van De Telegraaf. Deze kosten worden echter op nihil begroot omdat [eiser] ter zitting onweersproken heeft gesteld dat de gemachtigde geen professionele gemachtigde en in dienst is van De Telegraaf.
3 De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vorderingen af,
veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure gevallen aan de zijde van De Telegraaf, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen mr. M. van der Kaay en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.