Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Amsterdam, 7 oktober 2025

ECLI:NL:RBAMS:2025:11510Zaaknummer 11339939 \ CV EXPL 24-12691

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
7 oktober 2025
Publicatiedatum
4 augustus 2026
Zaaknummer
11339939 \ CV EXPL 24-12691
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Verstek, Tussenuitspraak
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Huurzaak verstek. Vordering huurachterstand. Ambtshalve toetsing. Deels oneerlijk huurprijswijzigingsbeding, CPI-verhoging is eerlijk, maar opslag van 5% niet. Verhuurder stelt dat geen opslag is toegepast, maar de kantonrechter constateert dat dat standpunt feitelijk onjuist is. Verhuurder krijgt nog éénmaal de gelegenheid haar vordering cijfermatig toe te lichten.

Beslissing

De kantonrechter:

verwijst de zaak naar de rolzitting van 4 november 2025 om 10:00 uur voor het nemen van een akte door eisende partij als hierboven omschreven;

bepaalt dat eisende partij de akte tenminste twee weken vóór deze rolzitting aan gedaagde partij moet sturen, zoals hiervoor is bepaald;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kraak en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2025.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Vonnis van 7 oktober 2025
  2. Verder verloop van de procedure
  3. GRONDEN VAN DE BESLISSING
  4. Beoordeling
  5. Beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

fno: 33623

Zaaknummer: 11339939 \ CV EXPL 24-12691

Vonnis van 7 oktober 2025

in de zaak van

WFC III B.V.,

gevestigd te Eindhoven,

eisende partij,

gemachtigde: ACCS Incasso,

tegen

1. [gedaagde 1],

2. [gedaagde 2],

beiden wonende te [woonplaats],

gedaagden,

niet verschenen.

Verder verloop van de procedure

Op 3 juni 2025 is een tussenvonnis gewezen. Ter uitvoering van dat tussenvonnis heeft de eisende partij een akte ingediend en, conform hetgeen in voornoemd tussenvonnis is overwogen, een kopie van de akte, inclusief het tussenvonnis aan gedaagde partij toegestuurd met mededeling dat en op welke wijze gedaagde partij hierop kon reageren. Eisende partij heeft de aan gedaagde partij tijdig gestuurde brief eveneens overgelegd. Van gedaagde is geen reactie ontvangen.

Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Beoordeling

Ambtshalve toetsing oneerlijke bedingen

1. In voornoemd tussenvonnis is overwogen dat de kantonrechter voornemens is de in dat tussenvonnis geciteerde bedingen te vernietigen vanwege het oneerlijke karakter.

2. Eisende partij heeft zich bij akte gerefereerd aan de oneerlijkverklaring van het incassokostenbeding. Ten aanzien van het huurprijswijzigingsbeding heeft eiseres gesteld dat aan de oneerlijkverklaring niet wordt toegekomen, omdat dit beding niet door haar is gebruikt.

3. Eiseres heeft toegelicht dat zij de huurprijs per 1 juli 2023 heeft verhoogd met 3,43% en per 1 juli 2024 met 5,5%. Volgens eiseres is het opslagbeding hierbij niet gebruikt.

4. Dit standpunt van eiseres is met betrekking tot de verhoging van 1 juli 2024 niet juist. Op grond van de indexeringsformule van artikel 16 van de algemene bepalingen betrof de maximale CPI-verhoging per 1 juli 2024 een percentage van 3,1%: (128,58 (CPI Alle huishoudens, 2015=100, maart 2024) / 124,72 (CPI Alle huishoudens, 2015=100, maart 2023)) x 100 = 1,031. De huurprijsverhoging van 5,5% bevatte dus een oneerlijke opslag van 2,4%. De kale huurprijs mocht per 1 juli 2024 maximaal € 1.336,23 bedragen.

5. Overigens voor zover eiseres heeft willen stellen dat zij met de huurverhoging van 5,5% per 1 juli 2024 heeft aangesloten bij het van overheidswege maximaal toegestane huurverhogingspercentage ingevolgde de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, kan dat standpunt haar niet baten. Dit doet er immers niet aan af dat eiseres de huurprijs heeft verhoogd met een percentage dat méér bedraagt dan de maximale CPI-verhoging en er aldus gebruik is gemaakt van het opslagbeding, welk beding bij tussenvonnis als oneerlijk is aangemerkt.

6. Met inachtneming van hetgeen hier is overwogen, krijgt eiseres nog éénmaal de gelegenheid haar vordering cijfermatig toe te lichten, en te onderbouwen wat zij als gevolg van de toepassing van het oneerlijke opslagbeding te veel aan huur bij gedaagden in rekening heeft gebracht. Indien eiseres een onvolledige of onjuiste berekening aanlevert, dient zij er rekening mee te houden dat dit kan leiden tot afwijzing van haar vordering.

7. De zaak wordt daartoe verwezen naar de hieronder genoemde rol.

8. Eisende partij dient een kopie van haar akte, inclusief dit vonnis, ten minste twee weken vóór de hierna te bepalen rolzitting aan de gedaagde partij toe te sturen. Daarbij dient eiseres aan gedaagde mee te delen dat gedaagde op die akte mag reageren of daarvoor uitstel mag vragen, en op welke wijze dat kan: mondeling door verschijning op de rolzitting of schriftelijk, in welk geval dit stuk uiterlijk op de laatste werkdag voorafgaand aan de rolzitting door de rechtbank moet zijn ontvangen. Eiseres dient in dat kader niet alleen de akte, maar ook de hiervoor bedoelde mededeling/brief aan gedaagde partij in het geding te brengen. Wanneer niet kan worden vastgesteld dat de akte tijdig en met de juiste mededeling aan gedaagde partij is toegestuurd, wordt deze akte in beginsel buiten beschouwing gelaten.

Beslissing

De kantonrechter:

verwijst de zaak naar de rolzitting van 4 november 2025 om 10:00 uur voor het nemen van een akte door eisende partij als hierboven omschreven;

bepaalt dat eisende partij de akte tenminste twee weken vóór deze rolzitting aan gedaagde partij moet sturen, zoals hiervoor is bepaald;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kraak en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2025.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.