Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Amsterdam, 24 september 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:11423Zaaknummer C/13/772695 / KG ZA 25-576
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 24 september 2025
- Publicatiedatum
- 18 september 2026
- Zaaknummer
- C/13/772695 / KG ZA 25-576
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
voortzetten bankrelatie
5 De beslissing
De voorzieningenrechter
weigert de gevraagde voorziening,
veroordeelt [eiser 7] en de vennootschappen in de proceskosten van € 1.999,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als zij niet tijdig aan de veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [eiser 7] en de vennootschappen tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart deze proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E. van Bennekom, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2025.
Coll. EvK
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
Zaaknummer: C/13/772695 / KG ZA 25-576 NB/EB
Vonnis in kort geding van 24 september 2025
in de zaak van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
GSI MANAGER B.V.,
gevestigd te Amsterdam,2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
JGM GROUP OF COMPANIES B.V.,
gevestigd te Amsterdam,3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
JGM CAPITAL B.V.,
gevestigd te Amsterdam,4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
GSI PARTICIPATIONS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
JGM FUND II B.V.,
gevestigd te Amsterdam,6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
JGM FUND III B.V.,
gevestigd te Amsterdam,7. [eiser 7],
wonende te [woonplaats],
eisers,
advocaten mr. B.P.C. Bijl en mr. M. Yospangtiam te Amsterdam,
tegen
ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde, vrijwillig verschenen,
advocaat mr. E. Jagt te Amsterdam.
Eisers zullen hierna gezamenlijk ook wel [eiser 7] en de vennootschappen worden genoemd en gedaagde de bank. De vennootschappen zullen afzonderlijk worden aangeduid als GSI Manager, JGM Group of Companies, JGM Capital, GSI Participations, JGM Fund II en JGM Fund III.
1 De procedure
Op de zitting van 8 september 2025 hebben [eiser 7] en de vennootschappen de vordering zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. De bank heeft verweer gevoerd, mede aan de hand van een conclusie van antwoord.
Beide partijen hebben producties ingediend en gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die aan het procesdossier zijn toegevoegd.
Op de zitting waren aan de zijde van eisers aanwezig: [eiser 7] (indirect) bestuurder van de vennootschappen, mr. Bijl en mr. M. Yospangtiam. Aan de zijde van de bank waren aanwezig: mr. [naam 1] (legal counsel), [naam 2] (dossierbehandelaar) en mr. Jagt.Vonnis is (met twee dagen uitstel) bepaald op vandaag.
2 De feiten
Eisers houden sinds 2021 diverse betaalrekeningen aan bij de bank. De opening van die rekeningen ging niet zonder slag of stoot. Aanvankelijk heeft de bank de aanvragen afgewezen, omdat de aard en het doel van de vennootschappen haar niet duidelijk waren en omdat eisers haars inziens onvoldoende transparant waren over de groepsstructuur, de bedrijfsactiviteiten, het verdienmodel en de zakenpartners van de vennootschappen. Bij de aanvraag was aangegeven dat de vennootschappen actief zijn in ‘consultancy om jonge ondernemers te helpen een bedrijf op te zetten’. De bank vond dat de opgegeven activiteiten een te hoog risico op witwassen voor de bank opleverden.
Eisers hebben de bank vervolgens gesommeerd om hen betaalrekeningen te verstrekken. Een medewerker van de bank heeft in reactie daarop contact gezocht met eisers en de nodige vragen gesteld over de activiteiten van [eiser 7] en de vennootschappen. In het verslag dat deze medewerker van dat gesprek heeft opgesteld, staat onder meer het volgende:
“Middels een voorgesprek, antecedenten onderzoek, relatie onderzoek en referenties screent hij partijen die met hem in zee willen. Mogelijke contracten worden opgesteld door advocatenkantoor Lexence, die ook de partij nog eens screent. Meneer doet de komende jaren enkel zaken met Nederlandse partijen in Nederland. Dit naar aanleiding expliciet gevraagd omdat eerste blad akte oprichting ook in 't Engels was.
Zijn plan is om zijn organisatie met een zestal B.V.’s op te tuigen, waaronder JGM Capital B.V als tussenholding voor JGM Fund I t/m III. Het idee: In ruil voor zijn consultancywerk kunnen startende ondernemers een factuur betalen op basis van advies-uren óf kan de startup het consultancywerk betalen in participaties/aandelen van hun startende bedrijf. Via de onderstaande werk-BV's JGM Fund I t/m III worden deze participaties van de heer [eiser 7] via JGM Capital B.V., beheert.
Mocht het consultancy werk betaald worden in aandelen voor organisaties in de branche Leisure, Horeca of Recreatieparken, dan komen die participaties in JGM Fund II B.V. terecht. JGM FUND I en III zijn weer voor participaties in ruil voor advieswerk bij startupbedrijven en bedrijfsoverdrachten in andere branches.”
Over de verwachte inkomende en uitgaande geldstromen staat in het verslag het volgende:
“INKOMENDE GELDSTROMEN:
- Op termijn mogelijk EUR 10 — 100k aan uitgekeerde dividenden
Alle betalingen binnen Nederland, 100% giraal.
UITGAANDE GELDSTROMEN:
- eventueel wordt (op termijn) dividend doorgeboekt naar de tussenholding of persoonlijke holding van dhr. [eiser 7]
- representatiekosten ca EUR 5.000 per jaar
- Kosten KvK en accountant
Alle betalingen binnen Nederland, 100% giraal.”
Naar aanleiding van de gegeven toelichtingen door [eiser 7], de verwachte geldstromen en de opgegeven activiteiten, heeft de bank de alsnog betaalrekeningen aan eisers ter beschikking gesteld.
In september 2022 is de bank een klantonderzoek gestart naar de vennootschappen. De bank vond dat de transacties op de rekeningen niet bij alle entiteiten overeen kwamen met de activiteiten van de onderneming. Ook was sprake van een discrepantie tussen de verwachte en de feitelijke geldstromen. Er gingen namelijk miljoenen euro’s over de betaalrekeningen, die verband hielden met de aan- en verkoop van onroerend goed. Transacties die verband zouden kunnen houden met consultancy activiteiten vonden in het geheel niet plaats. Op de betaalrekening van JGM Consultancy waren alleen bijschrijvingen van de andere vennootschappen van [eiser 7] zichtbaar, alsmede transacties naar een andere entiteit met betrekking tot vastgoedbemiddeling (NVV Wonen). De bank heeft [eiser 7] hierover bevraagd. De antwoorden van [eiser 7] kwamen er kort gezegd op neer dat hij geen tijd had voor consultancywerkzaamheden, en dat hij actief was in het vastgoed.
Concrete vragen van de bank over de vastgoedportefeuille werden niet beantwoord, ook niet nadat daarover verschillende herinneringen waren gestuurd. Dat is voor de bank reden geweest om op 11 januari 2023 de relaties met de vennootschappen op te zeggen. In de opzeggingsbrieven staat dat de vennootschappen het businessmodel van hun onderneming met betrekking tot zakelijk vastgoed onvoldoende kunnen verduidelijken.
Nadat de vennootschappen – na een verloren bezwaarprocedure – een kort geding waren gestart, heeft de bank ervoor gekozen haar besluit om de relaties te beëindigen op te schorten, omdat de vennootschappen hadden toegezegd dat zij zouden meewerken aan het klantonderzoek. De bank heeft toen opnieuw verzocht om een ingevuld cliëntenprofiel zakelijk vastgoed, bevestiging van het gespreksverslag d.d. 25 september 2023 en om beantwoording van de openstaande vragen.
Vervolgens heeft de bank het ingevulde cliëntenprofiel zakelijk vastgoed en de bevestiging van gespreksverslag d.d. 25 september 2022 ontvangen. Een antwoord op de vragen vermeld onder 2.6 bleef echter uit. Nadat een herinnering was verstuurd, ontving de bank via de advocaat van [eiser 7] de volgende antwoorden:
“Kunt u aangeven welke van de reeds genoemde entiteiten activiteiten met zakelijk vastgoed hebben?
Alleen JGM Fund 2 BV heeft beleggingsvastgoed op mijn naam te weten: [adres 1] & [adres 2] Te [plaats 1]. Hier zit een kamerverhuur vergunning op en deze worden verhuurd aan internationale studenten. Onderhoud is goed en behoeft geen renovatie. De waarde ligt ergens tussen 1-1,2 mio
Kunt u hiervoor per entiteit de volgende vragen beantwoorden?
- Beschrijf de totale onroerendgoedportefeuille (totaal onroerend goed bezit, aard van het onroerend goed, huidige staat van onderhoud, locatie en geschatte waarde);
Alleen JGM Fund 2 BV heeft beleggingsvastgoed op mijn naam te weten: [adres 1] & [adres 2] Te [plaats 1]. Hier zit een kamerverhuur vergunning op en deze worden verhuurd aan internationale studenten. Onderhoud is goed en behoeft geen renovatie. De waarde ligt ergens tussen 1-1,2 mio
- Beschrijf het netwerk van uw cliënten met betrekking tot onroerend goedactiviteiten, zoals klanten, zakenpartners, etc.;
Ons netwerk bestaat uit nationale en internationale beleggers/fondsen en vermogende families.
- Hoe ontvangen uw cliënten inkomsten uit onroerend goedactiviteiten? Bijvoorbeeld:
projectontwikkeling, verhuur of verkoop van onroerend goed.
Het is een onduidelijk vraag hoe mijn cliënten hun inkomsten realiseren deze vraag stel ik hun nooit.
Wat wij verkocht hebben aan relaties waren beleggingen waar zij huurinkomsten uit kregen.
Daarnaast ontvangt de bank graag antwoord op de vraag:
Welke bedrijven zijn gehuisvest aan de [adres 3] te [plaats 2] ?
Als het goed is geen een meer alles is verhuisd naar de [adres 4] te [plaats 2] ”
Op 25 mei 2023 heeft de bank aan eisers een e-mail geschreven met daarin onder meer het volgende:
“We hebben meer informatie nodig over de activiteiten, de leveranciers en klanten van de
bovengenoemde zes entiteiten. Graag ontvangen wij een uitgebreide verklaring over de activiteiten, de leveranciers en uw klanten. Indien er geen activiteiten zijn in een B.V. dan ontvangen wij graag de plannen hiervoor of per wanneer de B.V./de rekening wordt opgeheven. Heer [eiser 7] gaf aan dat JGM Fund I B.V. een Trading Office in vastgoed is. Wat houdt dit precies in en is dit nog van toepassing?
Heer [eiser 7] gaf aan dat hij de SBI codes gaat aanpassen bij de Kamer van Koophandel aangezien deze bij enkele entiteiten niet correct zijn, hierbij verzoeken wij dit voor 8 juni 2023 (online) te doen.
Welke bedrijven zijn gehuisvest aan de [adres 4] ? Zijn dit ondernemers die door JGM Consultancy B.V. worden ondersteund?
In de e-mail van 19 april 2023 geeft heer [eiser 7] aan: “Alleen JGM Fund 2 BV heeft
beleggingsvastgoed op mijn naam te weten: [adres 1] & [adres 2] te [plaats 1]. Hier zit een kamerverhuur vergunning op en deze worden verhuurd aan internationale studenten. Onderhoud is goed en behoeft geen renovatie. De waarde ligt ergens tussen 1-1,2 mio.”
Hierover hebben wij de volgende vragen:
Voor JGM Fund II B.V. worden er huurgelden betaald op de rekening voor de [adres 1] & [adres 2]. Waarbij de gelden voor [adres 1] inderdaad wijzen op kamerverhuur. Hiervoor ontvangen wij graag de genoemde vergunning en een overzicht van de huurders. Op de rekening betaalt heer [naam 3] € 2940,- per maand. Wat voor een soort verhuur betreft dit?
U bezit in JGM Fund II momenteel de panden [adres 1] & [adres 2]. Afgelopen 13 maanden zijn er ook huurgelden ontvangen voor [adres 5], [adres 6], [adres 7] en [adres 8]. Daarnaast betaalde deze B.V. in de genoemde periode € 50.000,00 aan NVV wonen met omschrijving voorschot winstdeling en € 145.000 aan Steda Cloud, welke nu Randstedelijke Beleggingsmaatschappij B.V. heet. Graag ontvangen wij een uitleg over deze transacties en uw samenwerking met NVV wonen en Randstedelijke Beleggingsmaatschappij B.V.
Tijdens ons telefoongesprek op 28-9-2022 gaf heer [eiser 7] aan dat de activiteiten van JGM Fund II bestaan uit bemiddeling in onroerend goed. Zo is in 2022 het pand aan de [adres 9] in [plaats 3] verkocht. Daarnaast was heer [eiser 7] bezig voor deze b.v. met een pand in [plaats 4] waarin hij met partners investeert. We zien op de rekening een bijschrijving van [bedrijf 1] B.V. totaal € 302.500,00 en [bedrijf 2] N.V. € 279.748,57. Kunt u uitleggen waar deze gelden voor zijn betaald? Graag ontvangen wij informatie over de (aanstaande) investeringen/vastgoedactiviteiten van JGM Fund II en de factu(u)r(en) met betrekking tot de transacties met [bedrijf 1] B.V.
Graag ontvangen wij verder een prognose van de omzet voor de komende 12 maanden voor elk van de zes B.V.’s en de eventueel aanstaande investeringen.
Het bijgesloten organogram is het meest recente organogram wat wij van u hebben. Indien deze up-to-date is verzoeken wij u deze te ondertekenen, te dateren en te retourneren aan ons. Zo niet, dan verzoeken wij u een nieuw ondertekend organogram aan te leveren,
Graag ontvangen wij een verklaring met betrekking tot de inrichting van de structuur en de reden van het toevoegen van STAK JGM Group of Companies B.V. Verder ontvangen wij graag een toelichting waarom heer [eiser 7] zowel bestuurder als certificaathouder van deze STAK is.”
Er was nog een herinnering nodig om de opgevraagde informatie van eisers te ontvangen. Volgens [eiser 7] was zijn werk blijven liggen door privé omstandigheden.
Bij brief van 12 oktober 2023 heeft de bank aan de vennootschappen geschreven dat de verstrekte informatie incompleet is. De bank heeft de volgende vragen gesteld:
“Organogram
1. De bank heeft vastgesteld dat er een wijziging heeft plaatsgevonden binnen de JGM groep. De heer [eiser 7] heeft een organogram aangeleverd wat is afgetekend op 6-7-2023. Deze is echter niet meer actueel door deze wijziging. De bank verzoekt u een nieuw organogram naar de bank te sturen waarbij de meest recent toegevoegde tak ook dient te worden toegevoegd.
Hiermee wordt de tak van GSI Group of Companies B.V. bedoeld. Uit het organogram dient
ook de verdeling van het eigendom van alle entiteiten en de certificaten te volgen, tevens
dient heer [eiser 7] dit organogram te ondertekenen en te dateren.
Stichting Administratie Kantoor (STAK)
2. De heer [eiser 7] heeft aangegeven een Stichting Administratiekantoor JGM Group of
Companies B.V. te hebben, zodat hij grote zaken kan gaan doen. Wat zijn deze zaken zoal en waarom mag niemand weten wie er achter zit? Wat is het voordeel dat JGM Group geniet van het gebruik maken van een STAK hierin? Dit is voor de bank nog niet geheel duidelijk. Onderbouw het antwoord waar nodig met relevante documentatie.
3. Wat is het doel geweest voor het toevoegen van een nieuwe tak binnen het gehele complex (onder Stichting Administratiekantoor GSI). Welke activiteiten zullen er in deze entiteiten plaats gaan vinden?
4. Wat is de reden voor de aanwezigheid van meerdere Stichting Administratie Kantoren in het complex? Graag ontvangt de bank de certificaathouders registers van beide STAK’s.
Bedrijfsactiviteiten
5. GSI Manager B.V. is de nieuwe naam van JGM Consultancy B.V. Zijn de bedrijfsactiviteiten veranderd en wat zijn de huidige activiteiten die door de onderneming worden verricht? Waarom is deze B.V. opgericht zonder dat er momenteel activiteiten in de entiteit plaatsvinden? De bank constateert dat op basis van het rekeninggebruik momenteel geen activiteiten worden ondernomen en verzoeken u hierop een toelichting te geven waaruit ook blijkt wanneer eventuele activiteiten ontplooid zullen worden en binnen welke tijdspanne.
6. GSI Participations B.V. is de nieuwe naam van JGM Fund I B.V. Zijn de bedrijfsactiviteiten veranderd en wat zijn de huidige activiteiten die door de onderneming worden verricht? Waarom is deze B.V. opgericht zonder dat er momenteel activiteiten in de entiteit plaatsvinden? De bank constateert dat op basis van het rekening gebruik momenteel geen activiteiten worden ondernomen en verzoeken u hierop een toelichting te geven waaruit ook blijkt wanneer eventuele activiteiten ontplooid zullen worden en binnen welke tijdspanne.
7. De transactiestromen die de bank op de rekening ziet komen niet/niet altijd overeen met de destijds opgegeven bedrijfsactiviteiten ten aanzien van het on boarding proces. De bank
verzoekt u hierop een uitgebreide toelichting te geven waarom de door de bank verwachte
activiteiten niet binnen de entiteiten lijken plaats te vinden op basis van wat zij op de
rekeningen ziet.
8. Wij zien momenteel alleen salarisbetalingen op de rekening van JGM Capital B.V. Graag
ontvangen wij van elk van de volgende entiteiten of er werknemers in dienst zijn, dan wel
flexibele arbeidskrachten uitgedrukt in FTE (JGM Group of Companies B.V, GSI Manager B.V, JGM Capital B.V., JGM Fund I B.V, JGM Fund II B.V. en GSI Participations B.V).
9. Graag ontvangen wij van u een actueel overzicht van de huidige vastgoedobjecten
(bezittingen) en/of beleggingen. In dit overzicht ziet de bank graag terug: De huidige WOZ-
waarde, de aankoopprijs en de eventuele geldstromen die uit de objecten dan wel beleggingen voorkomen waarbij de geldstroom gekwalificeerd wordt. Denk bijvoorbeeld aan
huuropbrengsten uit kantoorruimtes, woonruimtes of overige opbrengsten. Ondersteun uw
toelichting met relevante documentatie zoals bij huuropbrengsten alle actuele
huurovereenkomsten.”
Nadat een herinnering was gestuurd, heeft [eiser 7] op 15 november 2023 (buiten de gegeven termijn) de volgende antwoorden gegeven:
“Vraag 1)
Wij hebben mee tijd nodig om alles uit te werken.
Omdat organogram met alle nieuwe vennootschappen veel tijd kost en die besteden wij uit aan onze adviseur van KMPG. Daarnaast moeten we alle extra informatie opvragen bij onze parters.
Vraag 2)
Omdat dit op advies van KPMG is gebeurd is een gehele normale gang van zaken.
Deze contructie worden heel vaak gebruikt.
Vraag 3)
GSI is een nieuwe investeringmaatschap welke bijna de zelfde doelstelling heeft JGM Groep vandaar het zelfde structuur.
Vraag 4) deze worden laten doorgestuurd ik ben de uiteindelijke 100% UBO
Vraag 5) Er zullen vanaf januari 2024 activiteiten plaats gaan vinden.
Uit deze vennootschap zullen alle kosten worden (…) gemaakt voor alle onderliggende vennootschappen.
Vraag 6) Zal KPMG beantwoorden
vraag 7) Zal KPMG beantwoorden
Vraag 8) Op dit moment geen pas feb 2024
Vraag 9) We hebben alleen [adres 1], [adres 2] te [plaats 1] deze stukken zijn bij u in bezit.”
Bij brieven van 10 januari 2024 aan de vennootschappen, alle met als adres de [adres 4] te [plaats 2], heeft de bank de relaties met hen beëindigd. Als reden daarvoor is gegeven dat door het gebrek aan informatie en inzicht, voor haar nog steeds onduidelijk is wat de exacte bedrijfsactiviteiten zijn en wie de exacte eigenaar is en/of wie de zeggenschap heeft. Dat brengt onaanvaardbare integriteitsrisico’s met zich mee, omdat zij niet kan voldoen aan haar wettelijke verplichtingen, aldus de bank.
De vennootschappen hebben de bank, na een verloren bezwaarprocedure, vervolgens weer gesommeerd bankrekeningen aan hen ter beschikking te stellen, althans in ieder geval die van JGM Fund III. Zij stelden dat de beëindigingsbrieven hen niet hadden bereikt omdat zij niet meer gevestigd zijn op het adres [adres 4] te [plaats 2], en dat de beëindiging grote gevolgen voor hen zou hebben.
Op 15 april 2024 heeft de bank geantwoord dat de bankrekening van JGM Fund III uiterlijk 16 april 2024 weer toegankelijk zal zijn. Bij e-mail van 18 april 2024 heeft de bank daaraan toegevoegd dat zij de kwestie opnieuw wil beoordelen als op korte termijn alsnog het certificaathoudersregister wordt verstrekt waar eerder om was verzocht. Dat register is verstrekt en op 24 juni 2024 heeft de bank aan eisers laten weten dat zij de vennootschappen weer toegang zal geven tot hun bankrekeningen.
Op 22 augustus 2024 heeft de bank zich weer bij eisers gemeld met de volgende vragen:
“Organogram
1. De bank heeft vastgesteld dat er een wijziging heeft plaatsgevonden binnen de JGM c.s. Er is een organogram aangeleverd wat is afgetekend op 21-3-2024. In dit organogram geeft de heer [eiser 7] aan dat hij 99% aandeelhouder is van GM Investements B.V, terwijl in de KvK staat dat hij 100% van de aandelen in handen heeft. Dit zelfde geldt voor GJ Investments B.V.
Tevens ziet de bank bij de Kamer van Koophandel dat er opnieuw wijzigingen zijn
doorgevoerd. Zo is de naam van Lairesse Investment Group B.V. gewijzigd in GSI Group of
Companies B.V. en is haar enig aandeelhouder GSI Group of Companies en niet langer JGM Group of Companies B.V. Tevens herleidt de bank via de Kamer van Koophandel dat GSI Manager B.V. niet de eigenaar van een aantal dochter B.V.’s is als GSI Real Estate B.V. maar alleen de bestuurder. Daarnaast is het aangeleverde organogram van 21-03-2024 slecht leesbaar. De bank verzoekt u of de heer [eiser 7] wederom een nieuw goed leesbaar organogram naar de bank te sturen waarbij alle entiteiten waar hij direct of indirect meer dan 25% eigenaar van is of bestuurder dienen te worden toegevoegd. Hiervan dient ook de volledige actuele naam te worden opgenomen in het organogram. Uit het organogram dient ook de verdeling van het eigendom van alle entiteiten en de certificaten te volgen zijn. Tevens dient de heer [eiser 7] dit organogram te ondertekenen en te dateren.
Stichting Administratie Kantoor GSI en JGM Group of Companies B.V.
2. De heer [eiser 7] heeft aangegeven dat Stichting Administratiekantoor GSI wel is opgericht, maar er geen certificaathouders zijn. Graag vernemen wij of de certificaten inmiddels al zijn uitgegeven en aan wie. Zo niet, dan vernemen we graag wanneer de heer [eiser 7] dit verwacht te gaan doen en ontvangen wij de toezegging dat wij binnen een week na het verstrekken van de certificaten hiervan op de hoogte worden gesteld en er een ondertekend en gedateerd organogram wordt aangeleverd aan de bank.
Ook ontvangt de bank graag het certificaathouders register van STAK JGM Group of
Companies B.V.
Bedrijfsactiviteiten
4. Om een totaalbeeld van JGM c.s als relatie te krijgen willen wij van alle entiteiten uit de
structuur weten wat haar activiteiten zijn of worden. Ook van de entiteiten die geen relatie
zijn van ABN AMRO. De bank constateert dat op basis van het rekeninggebruik momenteel een toelichting te geven waaruit ook blijkt wanneer eventuele activiteiten ontplooid zullen
worden en binnen welke tijdspanne. GSI Manager B.V. en GSI Participations B.V. kunnen
voor deze vraag buiten beschouwing blijven omdat de bank reeds op basis van eerdere
antwoorden een volledig beeld heeft kunnen vormen van hun bedrijfsactiviteiten.
Graag ontvangen wij van JGM c.s. een actueel overzicht van de huidige vastgoedobjecten
(bezittingen) en/of beleggingen. In dit overzicht ziet de bank graag terug: De huidige WOZ-
waarde, de aankoopprijs en de eventuele geldstromen die uit de objecten dan wel beleggingen voorkomen waarbij de geldstroom gekwalificeerd wordt. Denk bijvoorbeeld aan
huuropbrengsten uit kantoorruimtes, woonruimtes of overige opbrengsten. Ondersteun uw
toelichting met relevante documentatie zoals bij huuropbrengsten alle actuele huur-
overeenkomsten. Dit geldt tevens voor het onroerend goed in handen van [eiser 7] in
privé. Een bijlage van de VSO en winstdelingsovereenkomst volstaat hier niet omdat de
stukken geen actuele weergave van de vastgoedportefeuille geven. De bank ontvangt graag
stukken waaruit het huidige onroerend goed, de huurders en de bijbehorende huuropbrengsten
[eiser 7] privé
6. In de periode 14-7-2023 tot 14-8-2024 heeft de heer [eiser 7] privé EUR 52.750,- ontvangen van zijn entiteit GSI Flexperience Investors B.V. onder vermelding van ‘lening’ afkomstig van de rekening bij Rabobank. Kunt u een leningovereenkomst aanleveren van deze lening en aangeven waar deze lening voor is bestemd? Tevens verzoekt de bank u uit te leggen hoe vanuit een nieuwe structuur zonder activiteiten er leningen verstrekt kunnen worden aan de DGA. Ondersteun uw antwoord met passende documentatie.
7. In de periode 14-7-2023 tot 14-8-2024 is EUR 114.200,- ontvangen van JGM Fund II van de rekening bij ABN AMRO onder vermelding van ‘lening’. Kunt u een leningovereenkomst
aanleveren van deze lening en aangeven waar deze lening voor is bestemd’?
8. In de periode 14-7-2023 tot 14-8-2024 is EUR 133.100,- ontvangen van JGM Group of
Companies B.V. van de rekening bij ABN AMRO onder vermelding van RC. Kunt u een
leningovereenkomst aanleveren van deze lening en aangeven waar deze lening/RC
verhouding voor is bestemd?
9. In de afgelopen 13 maanden is ruim EUR 176.000,- betaald via American Express. De
afrekeningen zijn veelal in ronde bedragen in 18 transacties afgeschreven. Kunt u een kopie
van de factuur overhandigen van:
a. Juli 2024 EUR 16.500,-
b. Juni 2024 EUR 13.429,06
c. April 2024 EUR 10.000,-
10. In de periode 28-7-2023 tot 24-4-2024 is EUR 34.000,- betaald aan [naam 4] onder
vermelding van ‘terugbetaling lening’. Kunt u een leningovereenkomst aanleveren van deze
lening en aangeven waar deze lening voor was bestemd?
11. Op 26-4-2024 is EUR 30.000,- betaald aan [naam 5] onder vermelding van terugbetaling lening. Kunt u een leningovereenkomst aanleveren van deze lening en aangeven waar deze lening voor was bestemd?
12. In de afgelopen 13 maanden is EUR 16.400,- contant gestort op de rekening. Hiervan is op 7, 8 en 9 april 2024 samen EUR 8.550,- gestort. Graag ontvangen wij een toelichting bij deze stortingen in april en eventueel documentatie die dit onderbouwt.
13. Volgens het Kadaster heeft de heer [eiser 7] in 2022 het appartement aan de [adres 4] [postcode 1] [plaats 2] aangeschaft in privé voor EUR 2.057.860,- en is hij nog steeds eigenaar.
Dit pand wordt ook genoemd op [plaats 2] ‘nieuw kantoor per april 2021’.
a. Waarvoor gebruikt hij dit pand momenteel?
b. Indien het pand wordt verhuurd, kunt u aangeven aan wie, voor welke prijs en op welke
rekening de huurgelden worden ontvangen?
14. De heer [eiser 7] is privé woonachtig aan de [adres 10] [postcode 2] [plaats 2] en op dit adres zijn de eerder genoemde 6 bedrijven ingeschreven.
a. Is dit nog steeds correct?
b. De bank heeft bij de bedrijven het volgende voorkeursadres in haar administratie
vermeld: De [adres 3] [postcode 3] [plaats 2]. Indien dit niet correct is, kan heer
[eiser 7] dit wijzigen via [internetsite 1]
”
De vennootschappen hebben op dit informatieverzoek als volgt gereageerd, op 9 september 2024:
“Het informatieverzoek van 22 augustus 2024 bevat dusdanig gedetailleerde vragen dat zij het recht op privacy van [eiser 7] en JGM c.s. raken. [eiser 7] en JGM c.s. kunnen niet worden gehouden tot de beantwoording daarvan. Daarnaast betreft het verzoek — gelet op de informatieverzoeken uit het verleden — informatie waarover reeds opheldering is verschaft. Het informatieverzoek van ABN AMRO is daarmee disproportioneel. Tenslotte raakt het informatieverzoek van ABN AMRO niet aan de doelstellingen van de Wwft of de Wft. Het informatieverzoek is daarmee niet rechtmatig.”
De bank heeft een paar vragen laten vallen, maar het grootste deel gehandhaafd en het klantonderzoek uitgebreid naar [eiser 7] in privé.
Op 18 november 2024 heeft [eiser 7] geantwoord:
“Hierbij mijn antwoorden inzake jullie vragen:
1. Zie bijlage (het organogram, vzr.)
2) We zijn bezig met de reorganisatie en kunnen nu geen precies antwoord geven
omdat deze gewijzgid kan worden. We proberen alles afgerond te hebben in het
eerste kwartaal 2025.
3) Volgens mij advocaat is de VSO voldoende omdat hier afspraken zijn vastgelegd.
Daarnaast kan ik mededelen dat de [adres 4] te [plaats 2] inmiddels
geveild is. Het transport zal dec 2024 plaats vinden en zal dan een afrekening van de notaris sturen. Verder gegevens heb ik niet omdat de inkomsten zijn overgedragen
zie VSO.
4 t/m 8) Gezien ik geen vaste inkomsten heb heeft onze boekhouder geadviseerd geld
over te boeken onder RC rekening courant of lening zodra er weer gelden zijn dat het
onder dezelfde overboeking kan worden terug geboekt. De leningen die worden
vertrekt komen van mijn ondernemingen dan wel van mijn vrienden zoals mevrouw
[naam 4] en de heer [naam 5]. Zij zijn mijn beste vrienden en kennen mij al meer dan 20
jaar en helpen indien nodig met tijdelijke liquiditeit. Daardoor zijn er geen
leningsovereenkomsten.
9) Het Pand hebben aangekocht om te verbouwen en te verkopen. Na oplevering van
verbouwing hebben wij het in dienst genomen als kantoor totdat het verkocht zou
worden. Wij zijn sinds juli 2023 verhuis en toen heeft het te koop gestaan en nu
verkocht.”
Op 19 december 2024 heeft de Bank geantwoord dat haar vragen niet volledig zijn beantwoord, en haar vragen als volgt herhaald en aangevuld:
“Organogram
1. De omissies in het organogram, zoals aangegeven in de brief van 17 oktober 2024 zijn niet aangepast in het ontvangen organogram van 18 november 2024. Aangezien deze niet van toepassing zijn op de genoemde entiteiten welke bij ABN AMRO bankieren, accepteert de bank voor deze revisie het organogram. Wel adviseert de bank heer [eiser 7] om een digitale wijziging door te voeren bij de Kamer van Koophandel dat hij 99% aandeelhouder is van GM Investments B.V, in plaats van enig aandeelhouder. Ditzelfde geldt voor GJ Investments B.V.
Bedrijfsactiviteiten
2. De JGM groep is momenteel bezig met een reorganisatie welke eind Q1 2025 gereed moet zijn. In de reactie van juli 2024 wordt aangegeven dat het concern een private equity bedrijf wordt, waarbij GSI Manager B.V. verantwoordelijk wordt voor het beheren van de investeringen en de General Partner B.V. verantwoordelijk wordt voor het private equity fonds, de fondsenwerving zal leiden en toezichthouden op het fonds.
Graag ontvang de bank informatie waar heer [eiser 7] met zijn bedrijf van plan is in te gaan investeren. Tevens kan het zijn dat voor deze activiteiten onder het vergunningregime of registratieregime vallen. Wanneer gestart wordt met de activiteiten zonder hiervoor over de juiste vergunning te beschikken of over de juiste registratie, dan kan de bank besluiten om de relatie met u als zakelijke klant te beëindigen. Dit kan ook gevolgen hebben voor (andere) betrokken personen bij uw bedrijf (zoals bestuurders en uiteindelijk belanghebbenden) en/of andere relaties van uw bedrijf. Zie: [internetsite 2]
3. Uit het Kadaster blijkt dat JGM Fund II eigenaar is van de panden [adres 1] en [adres 2] in [plaats 1].
a. Wat is heer [eiser 7] van plan met deze objecten?
b. Wat zijn de (eventuele) huurinkomsten hiervan?
c. Wie zijn de huurders?
d. Op welke rekening wordt de huur bijgeschreven?
4. De heer [eiser 7] heeft op 15 november 2023 naar de bank verklaard verder geen vastgoed te bezitten. Naast de twee panden genoemd in vraag 3. Mocht dit gewijzigd zijn dan ontvangen wij graag een overzicht hiervan.
[eiser 7] privé
5. De heer [eiser 7] gaf in zijn e-mail van 18 november 2024 het volgende weer over de verschillende transacties op zijn privé rekening:
“Gezien ik geen vaste inkomsten heb heeft onze boekhouder geadviseerd geld over te boeken onder RC rekening courant of lening zodra er weer gelden zijn dat het onder dezelfde overboeking kan worden terug geboekt. De leningen die worden vertrekt komen van mijn ondernemingen dan wel van mijn vrienden zoals mevrouw [naam 4] en de heer [naam 5]. Zij zijn mijn beste vrienden en kennen mij al meer dan 20 jaar en helpen indien nodig met tijdelijke liquiditeit. Daardoor zijn er geen leningsovereenkomsten.”
Deze verklaring geeft onvoldoende weer hoe heer [eiser 7] in privé zonder vaste inkomsten ruim EUR 574.000,- heeft ontvangen op zijn privé rekening in afgelopen 13 maanden. Graag ontvangt de bank een toelichting waarvoor dit geld precies was bestemd. Onderbouw uw verklaring met ondersteunende documentatie.
6. In de periode 20-9-2024 tot 15-11-2024 heeft de heer [eiser 7] in privé EUR 117.500,- ontvangen van zijn OMI Holding B.V. onder vermelding van ‘lening 15 nov 24’ en ‘OVK 20- 9-2024’. Kunt u een leningovereenkomst aanleveren van deze lening en aangeven waar deze lening voor is bestemd?
7. De heer [eiser 7] gaf in zijn e-mail van 18 november 2024 het volgende weer over het appartement aan de [adres 4] [postcode 1] te [plaats 2]. “Daarnaast kan ik mededelen dat de [adres 4] te [plaats 2] inmiddels geveild is. Het transport zal dec 2024 plaats vinden en zal dan een afrekening van de notaris sturen. Verder gegevens heb ik niet omdat de inkomsten zijn overgedragen zie VSO.”
Graag ontvangt de bank informatie en documentatie over deze veiling en de onderstaande beslagleggers:
a. Wat is de achterliggende reden geweest dat het pand is geveild?
b. Belastingdienst Middelburg, o.a. wat zijn haar vorderingen;
c. Simba B.V. o.a. wat zijn haar vorderingen.”
Bij brieven van 15 april 2025 heeft de bank de relaties met [eiser 7] en de vennootschappen beëindigd vanwege de onaanvaardbare integriteitsrisico’s die de bank loopt. De bank schrijft in deze brieven dat [eiser 7] en de vennootschappen – door het onvoldoende beantwoorden van vragen – onduidelijkheid laten bestaat over de herkomst en/of bestemming van de financiële middelen en over de exacte bedrijfsactiviteiten, terwijl hen duidelijk was dat de bank de bedrijfsactiviteiten inzichtelijk wilde krijgen. Daarnaast zijn de diverse leningen die [eiser 7] middels diverse transacties over de producten van de JGM groep heeft laten lopen, onduidelijk en onvoldoende onderbouwd. De nalatige houding jegens haar is onacceptabel, aldus de bank, en zij rekent dit [eiser 7] ook persoonlijk aan. De opzeggingen zijn gegrond op niet alleen artikel 35 van de Algemene Bankvoorwaarden, maar ook op artikel 5 lid 3 Wwft.
3 Het geschil
[eiser 7] en de vennootschappen vorderen, kort gezegd, de bank te veroordelen om de relaties met hen te continueren, op straffe van een dwangsom en met veroordeling van de bank in de proceskosten.
De bank voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt, voor zover van belang, hierna ingegaan.
4 De beoordeling
De vordering is in kort geding toewijsbaar als voorshands voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter de vordering zal toewijzen en als van eisers niet kan worden gevergd dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwachten.
De opzegging van de relaties met eisers is door de bank onder meer gegrond op artikel 5 lid 3 Wwft (Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme). Banken hebben op grond van de Wwft een verantwoordelijkheid bij het signaleren van zogenoemde financieel-economische criminaliteit en andere integriteitsrisico’s. Zij moeten zoveel mogelijk voorkomen dat het financiële systeem voor oneigenlijke doelen wordt gebruikt (en dus misbruikt). Daartoe moeten zij onderzoek doen naar hun cliënten en de verzamelde informatie up-to-date houden. Als een bank haar cliëntenonderzoek niet kan voltooien, moet zij de relatie met die klant beëindigen (artikel 5 lid 3 Wwft). De bank kan dan immers het risico van misbruik van de door haar aangeboden producten en diensten niet overzien. Het is voor de beëindiging van de relatie niet noodzakelijk dat er concrete bewijzen zijn dat de klant betrokken is bij criminele activiteiten.
De banken hebben geen formele opsporingsbevoegdheden en zijn voor het cliëntenonderzoek afhankelijk van informatie uit openbare bronnen en informatie van de klant zelf. De klant is verplicht de bank te voorzien van de nodige informatie over – onder meer – zijn activiteiten en de wijze waarop hij aan het geld is gekomen dat hij bij de bank onderbrengt (artikelen 2 lid 2, 3 en 7 van de Algemene Bankvoorwaarden).
Het standpunt van eisers komt erop neer dat zij weliswaar actief zijn in het (onder meer) zakelijke vastgoed, een sector met een verhoogd risico op witwassen, maar dat er zich in dit geval geen concreet risico voordoet omdat eisers zich aan alle regels houden. De veelheid aan vragen van de bank ervaren zij als ‘ondernemertje pesten’.
Eisers stellen de afgelopen tweeënhalf jaar actief en transparant te hebben meegewerkt aan alle informatieverzoeken. Daarop valt wel wat af te dingen. De bank heeft herhaaldelijk herinneringen moeten sturen, en zelfs de rekeningen beëindigd, voordat eisers in beweging kwamen. En als eisers dan antwoorden gaven, waren die summier, onvolledig, niet met stukken onderbouwd en riepen die op hun beurt weer nieuwe vragen op. Daarbij ging het niet om kleinigheden. De vragen van de bank gingen over wezenlijke zaken, zoals wat nou precies de bedrijfsactiviteiten van de ondernemingen zijn en wat het business model is. Verder is nog steeds onduidelijk hoe [eiser 7] in privé zonder vaste inkomsten ruim € 574.000,00 heeft ontvangen op zijn privé rekening in de dertien maanden voorafgaand aan de opzegging. De conclusie van de bank dat zij het risico van misbruik van de door haar aangeboden producten en diensten niet kan overzien, is dan ook gebaseerd op goede gronden. Voorshands is aannemelijk dat zij verplicht was tot beëindiging van de relaties met eisers. Bij deze uitkomst hoeft niet te worden ingegaan op de vraag of de bank op grond van artikel 35 ABV bevoegd was tot opzegging van de relaties.
Dat de opzegging eisers niet heeft bereikt doordat die naar een verouderd adres zou zijn gestuurd, waardoor zij ook te laat waren om een bezwaarschrift in te dienen, kan niet aan de bank worden tegengeworpen. Het is aan eisers om ervoor te zorgen dat de bank beschikt over hun actuele adres. Het is niet de eerste keer dat zij dat hebben nagelaten. De opzeggingsbrieven zijn gestuurd naar het adres dat in het handelsregister staat vermeld. Dat de advocaten van eisers de opzeggingsbrieven niet (via de e-mail) hebben ontvangen, hoewel zij wel in de cc-regel staan, is voorshands niet aannemelijk. De stelling van eisers dat de communicatie over de beëindiging tekort is geschoten en daardoor onrechtmatig is, wordt verworpen.
Al met al is voorshands niet aannemelijk dat eisers in een bodemprocedure in het gelijk zullen worden gesteld. De vordering wordt dan ook afgewezen.
[eiser 7] en de vennootschappen zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de bank worden begroot op:
| - griffierecht - salaris advocaat | € | 714,00 1.107,00 | |
| - nakosten | 178,00 | (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) | |
| Totaal | € | 1.999,00 |
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter
weigert de gevraagde voorziening,
veroordeelt [eiser 7] en de vennootschappen in de proceskosten van € 1.999,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als zij niet tijdig aan de veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [eiser 7] en de vennootschappen tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart deze proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E. van Bennekom, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2025.
Coll. EvK
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.