Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Amsterdam, 12 december 2025

ECLI:NL:RBAMS:2025:11302Zaaknummer 11974061

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
23 maart 2026
Zaaknummer
11974061
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste en enige aanleg, Beschikking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Erfrecht. Verzoek opheffing van de vereffening (artikel 4:209 lid 1 BW).

4. De beslissing

De kantonrechter

4.1.

beveelt de opheffing van de vereffening als bedoeld in artikel 4:209 lid 1 BW,

4.2.

bepaalt dat de griffier de opheffing doet inschrijven in het daartoe bestemde boedelregister,

4.3.

bepaalt dat de opheffing moet worden bekendgemaakt door digitale plaatsing in de Staatscourant.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Wiltjer en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025.

61289

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De beoordeling

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer / rekestnummer: 11974061 \ EA VERZ 25-1358

Beschikking van 1 2 december 2025

op het verzoekschrift ontvangen ter griffie op 31 oktober 2025 in de zaak van:

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoekende partij,

hierna te noemen: verzoeker,

handelend als vereffenaar van de nalatenschap van [erflater], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965 en laatst gewoond hebbende te [woonplaats] en aldaar overleden op [overlijdensdatum] 2025.

De erfgenaam heeft ter griffie van de rechtbank Amsterdam bovengenoemde nalatenschap beneficiair aanvaard.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van 31 oktober 2025 met bijlagen.

2 Het verzoek

2.1.

Het verzoek luidt aldus dat de kantonrechter wordt verzocht om opheffing van de vereffening te bevelen onder vaststelling van de vereffeningskosten.

3 De beoordeling

3.1.

De kantonrechter leidt uit het verzoekschrift en de bijgevoegde stukken af dat de aanwezige baten van € 1.449,43 geheel moeten worden aangewend voor de bevoorrechte schuld van de nalatenschap. Dit betreffen de uitvaartkosten van € 3.195,00, die de vereffenaar uit eigen middelen heeft voorgeschoten. Voor de overige schuldeisers blijft er zo te zien weinig over. Onder deze omstandigheden is volgens de kantonrechter geen redelijk belang (meer) gediend met de voortzetting van de vereffening. Mitsdien zal de kantonrechter de opheffing van de vereffening bevelen als verzocht met de bepaling dat de griffier de opheffing doet inschrijven in het daartoe bestemde boedelregister. De opheffing van de vereffening moet verder worden bekendgemaakt door digitale plaatsing in het Staatscourant.

4. De beslissing

De kantonrechter

4.1.

beveelt de opheffing van de vereffening als bedoeld in artikel 4:209 lid 1 BW,

4.2.

bepaalt dat de griffier de opheffing doet inschrijven in het daartoe bestemde boedelregister,

4.3.

bepaalt dat de opheffing moet worden bekendgemaakt door digitale plaatsing in de Staatscourant.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Wiltjer en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025.

61289

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.