Uitspraak · Europees strafrecht

Rechtbank Amsterdam, 30 december 2025

ECLI:NL:RBAMS:2025:10794Zaaknummer 13/225527-25

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30 december 2025
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
13/225527-25
Rechtsgebied
Strafrecht, Europees strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vervolgings-EAB uit Duitsland. Artikel 6 OLW: de opgeëiste persoon beroept zich op de gegeven terugkeergarantie. Overlevering toegestaan.

8 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Hof, Duitsland, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. M. Westerman, voorzitter,

mrs. M.C.M. Hamer en C.M.S. Loven, rechters,

in tegenwoordigheid van V.C. Vermeulen, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 30 december 2025.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
  2. 1 Procesgang
  3. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon
  4. 3 Grondslag en inhoud van het EAB
  5. 4 Strafbaarheid: feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
  6. 5 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
  7. 6 Slotsom
  8. 7 Toepasselijke wetsartikelen
  9. 8 Beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/225527-25

Datum uitspraak: 30 december 2025

UITSPRAAK

op de vordering van 20 oktober 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).[_75fb912c-9ad6-4cd6-9775-29815647e8bc]

Dit EAB is uitgevaardigd op 30 juli 2025 door het Amtsgericht Hof, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[de opgeëiste persoon],

geboren op [geboortedag] 2004 in [geboorteplaats],

inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:

[BRP-adres],

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 16 december 2025, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. D.R. Kops, advocaat in Breukelen.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd.[_0c0b926d-bbce-4327-a13e-79ffdaa1fdbc]

Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een en aanhoudingsbevel van het Amtsgericht Hof van 30 juli 2025 met kenmerk 2 f Gs 1839/25 jug.

De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.[_02e9aeca-6638-4a55-808f-e660d596c2b9]

4 Strafbaarheid: feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:

georganiseerde of gewapende diefstal.

Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.

De openbare aanklaagster bij de Procureur van de Republiek te Hof heeft op 18 november 2025 de volgende garantie gegeven:

“In antwoord op uw e-mail d.d. 11.11.2025 wordt het volgende toegezegd:

Er wordt verzekerd dat de gevonniste persoon in geval van een onherroepelijke veroordeling in de Bondsrepubliek Duitsland op grond van de geldende versie van het Kaderbesluit 2008/909/JI van de Raad d.d. 27 november 2008 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op arresten in het kader van strafzaken, door welke er een vrijheidsbenemende straf of maatregel opgelegd wordt, in functie van de tenuitvoerlegging daarvan in de Europese Unie (Publicatieblad L 327 d.d. 05.12.2008, pagina 27) voor de verdere straftenuitvoerlegging naar het Koninkrijk der Nederlanden gerepatrieerd wordt.”

Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.

6 Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7 Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW.

8 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Hof, Duitsland, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. M. Westerman, voorzitter,

mrs. M.C.M. Hamer en C.M.S. Loven, rechters,

in tegenwoordigheid van V.C. Vermeulen, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 30 december 2025.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.