Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Amsterdam, 19 december 2025

ECLI:NL:RBAMS:2025:10020Zaaknummer AMS 25/1816

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
5 februari 2026
Zaaknummer
AMS 25/1816
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Intrekking vanwege schikkingsvoorstel. Tegemoetkoming 8:75a Awb. Vergoeding proceskosten.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. de Vos, rechter, in aanwezigheid van

mr. S.A. Adriaanse, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 19 december 2025.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker] , uit [woonplaats], verzoekster
  2. Dienst Toeslagen, verweerder
  3. Inleiding
  4. Beoordeling door de rechtbank
  5. Beslissing
  6. Informatie over verzet

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 25/1816

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2025 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats], verzoekster

(gemachtigde: mr. R.A. Dayala),

en

Dienst Toeslagen, verweerder

(gemachtigde: mr. H. Zeroual).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder[_9144b419-d537-4765-ac78-66a051e642cd]. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat verweerder haar een schikkingsvoorstel heeft gedaan en partijen vervolgens een vaststellingsovereenkomst hebben getekend.

2. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld dat verzoekster de vaststellingsovereenkomst op 11 juni 2025 heeft ondertekend, terecht beroep heeft ingesteld en daarom recht heeft op terugbetaling van het griffierecht en een proceskostenvergoeding.

3. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.[_ce69812b-9dc8-42d3-874b-3231ba8c9552]

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

5. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.[_85b0762d-f999-46fb-8ca6-45e699b1ff02]

Is verweerder aan verzoekster tegemoetgekomen?

6. De rechtbank moet dus beoordelen of verweerder geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen. De rechtbank is van oordeel dat dit het geval is.

7. Op 18 maart 2025 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen niet tijdig nemen van een besluit door verweerder. Verweerder heeft verzoekster op 17 maart 2025 een schikkingsvoorstel gedaan, dat op 11 juni 2025 door verzoekster is ondertekend. Nu het schikkingsvoorstel dateert van 17 maart 2025 en per post is verstuurd, gaat de rechtbank ervan uit dat dit voorstel nog niet bekend was bij verzoekster op het moment dat beroep werd ingesteld. Met dit voorstel is verweerder tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster. Het staat niet ter discussie dat verweerder te laat was met beslissen en dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit daarmee terecht is ingediend.

Welk bedrag aan proceskosten moet verweerder aan verzoekster vergoeden?

8. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten (Bpb) bestuursrecht als volgt berekend.

9. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoekster een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 907,-. Omdat de zaak een licht gewicht heeft, is op de waarde een factor van 0,5 toegepast. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 453,50.

Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?

10. De rechtbank wijst erop dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden.[_e03bafff-96c3-4242-a9da-c94de699e5b0]Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot verweerder wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. de Vos, rechter, in aanwezigheid van

mr. S.A. Adriaanse, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 19 december 2025.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.