Uitspraak · Europees strafrecht

Rechtbank Amsterdam, 12 december 2024

ECLI:NL:RBAMS:2024:8487Zaaknummer 13/302730-24

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12 december 2024
Publicatiedatum
31 januari 2025
Zaaknummer
13/302730-24
Rechtsgebied
Strafrecht, Europees strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Duits vv-EAB. Overlevering toegestaan.

9 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Duisburg (Duitsland) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. A.J. Scheijde, voorzitter,

mrs. M.E.M. James-Pater en A. Pahladsingh, rechters,

in tegenwoordigheid van mrs. A.A.B. Fransen en D.F.A. Reuvekamp, griffiers,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 12 december 2024.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
  2. 1 Procesgang
  3. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon
  4. 3 Grondslag en inhoud van het EAB
  5. 4 Strafbaarheid
  6. 5 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
  7. 6 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW
  8. 7 Slotsom
  9. 8 Toepasselijke wetsartikelen
  10. 9 Beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/302730-24

Datum uitspraak: 12 december 2024

UITSPRAAK

op de vordering van 10 oktober 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).[_30a3898d-3ca1-4bd7-b45f-0b2816d1505a]

Dit EAB is uitgevaardigd op 12 augustus 2024 door het Amtsgericht Duisburg in Duitsland, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon]

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1970,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[BRP adres],

nu gedetineerd in [detentieplaats],

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 28 november 2024, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen en is vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsvrouw, mr. A.C.M. van Dijk, die waarnam voor haar kantoorgenoot mr. R. Malewicz, advocaat in Amsterdam.

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de toelaatbaarheid van de verzochte overlevering gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met dien verstande dat zij een beroep doet op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd.[_d79fc73f-9a35-4a9a-ac45-13a7d3362357]

Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse en Duitse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van het Amtsgericht Duisburg van 12 augustus 2024, dossiernummer: 11 Gs 2397/24.

De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.[_93aee177-ea3c-4ec3-800b-221a7a3ac091]

4 Strafbaarheid

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:

illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen;

illegale handel in wapens, munitie en explosieven.

Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.

De Senior Public Prosecutor at the Duisburg Public Prosecutor's Office heeft bij brief van 20 november 2024 de volgende garantie gegeven:

“I hereby guarantee, with regard to the Framework Decision RB 2008/909/JHA on the mutual recognition of judgments in criminal matters and Article 5 of the Framework Decision RB 2002/584/JHA on the European arrest warrant, that the defendant

[opgeëiste persoon] born on [geboortedag] 1970 in [geboorteplaats] Dutch national [BRP adres]

will be returned to the Netherlands to serve the custodial sentence or security measure that will be imposed on him in Germany in the event of his final conviction to an enforceable (full) custodial sentence or a custodial measure involving deprivation of liberty in the proceedings here after he has been granted the right to be heard.”

Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.

6 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW

Het EAB ziet op feiten die geacht worden gedeeltelijk op Nederlands grondgebied te zijn gepleegd. In zo’n situatie kan de rechtbank de overlevering weigeren.[_b0812c71-b05d-4c6f-9219-733bc328b8b7]

De officier van justitie verzoekt de rechtbank af te zien van deze weigeringsgrond en voert daartoe het volgende aan:

  • het strafrechtelijk onderzoek is in Duitsland aangevangen;
  • de bewijsmiddelen en de medeverdachten bevinden zich in Duitsland;
  • het Nederlandse openbaar ministerie is niet voornemens de opgeëiste persoon voor deze feiten te vervolgen.

De rechtbank stelt voorop dat:

- aan de regeling van het EAB ten grondslag ligt dat overlevering de hoofdregel is en weigering de uitzondering moet zijn;

- de gedachte achter deze facultatieve weigeringsgrond is te voorkomen dat Nederland zou moeten meewerken aan overlevering voor een zogenoemd lijstfeit dat geheel of ten dele in Nederland is gepleegd en dat hier niet strafbaar is of hier niet pleegt te worden vervolgd.

Gelet op de door de officier van justitie genoemde argumenten vormt het gegeven dat de feiten worden geacht gedeeltelijk in Nederland te zijn gepleegd, onvoldoende aanleiding om de weigeringsgrond toe te passen.

7 Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8 Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6, 7 en 13 OLW.

9 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Duisburg (Duitsland) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. A.J. Scheijde, voorzitter,

mrs. M.E.M. James-Pater en A. Pahladsingh, rechters,

in tegenwoordigheid van mrs. A.A.B. Fransen en D.F.A. Reuvekamp, griffiers,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 12 december 2024.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.