Uitspraak · Strafprocesrecht
Rechtbank Amsterdam, 3 december 2024
ECLI:NL:RBAMS:2024:8219Zaaknummer C/13/760555 / HA RK 24-432
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 3 december 2024
- Publicatiedatum
- 7 januari 2025
- Zaaknummer
- C/13/760555 / HA RK 24-432
- Rechtsgebied
- Strafrecht, Strafprocesrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanleg, Verschoning
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzoek tot verschoning toegewezen.
De rechtbank:
wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de hoofdzaak met parketnummer 13-322444-23 wordt voortgezet voor een andere rechter;
beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 518, tweede lid Sv wordt toegezonden aan:
de raadsvrouw van verdachte, mr. Schoolderman;
de raadsman van de benadeelde partij, mr. De Fluiter;
de officier van justitie;
de rechter.
Aldus gegeven door mr. P.B. Martens, voorzitter, mr. N.C.H. Blankevoort en A.W.J. Ros, leden, op 3 december 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Wrakingskamer
Beslissing op het onder rekestnummer C/13/760555 / HA RK 24/432 ingeschreven verzoek tot verschoning ingediend door:
mr. B. van Galen, rechter bij de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.
1 Verloop van de procedure
Bij de rechtbank te Amsterdam is onder parketnummer 13-322444-23 een zaak aanhangig die is toegewezen aan de rechter.
2 Het verzoek
Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat de schijn van vooringenomenheid kan zijn ontstaan.
3 De beoordeling
Op grond van het bepaalde in artikel 518 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 512 Sv genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Uit voormelde bepaling valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.
Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid.
De rechtbank oordeelt dat de geobjectiveerde vrees kan ontstaan dat de rechter de zaak niet onpartijdig kan behandelen, omdat de raadsman van de benadeelde partij onderdeel uitmaakt van de persoonlijke of zakelijke kennissenkring van de rechter.
De rechtbank:
wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de hoofdzaak met parketnummer 13-322444-23 wordt voortgezet voor een andere rechter;
beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 518, tweede lid Sv wordt toegezonden aan:
de raadsvrouw van verdachte, mr. Schoolderman;
de raadsman van de benadeelde partij, mr. De Fluiter;
de officier van justitie;
de rechter.
Aldus gegeven door mr. P.B. Martens, voorzitter, mr. N.C.H. Blankevoort en A.W.J. Ros, leden, op 3 december 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.