Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Amsterdam, 9 december 2024

ECLI:NL:RBAMS:2024:8112Zaaknummer 23/6475 V

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
9 december 2024
Publicatiedatum
22 april 2025
Zaaknummer
23/6475 V
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Mondelinge uitspraak, verzet (beroep niet tijdig beslissen) ongegrond. Geen aanvraag en voor beroep vatbaar besluit.

Conclusie en gevolgen

8. Het verzet slaagt niet. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 12 september 2023. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat die uitspraak in stand blijft.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Verberne, rechter, in aanwezigheid van

mr. L.L. Nijhoff, griffier.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Beslissing
  3. Overwegingen
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 23/6475 V

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 december 2024 in de zaak tussen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidHoratio Audit & Assurance B.V.,

Gevestigd te Amstelveen en

2. [opposant], uit de Hoef,

opposanten[_4e44da3e-1c96-4c87-9c53-47c5424ea5ea],

tegen de uitspraak van de rechtbank van 29 mei 2024 in het geding tussen

opposanten

en

de minister van Financiën, Directie Juridische Zaken, de minister.

Procesverloop

Deze uitspraak op het verzet van opposanten gaat over de uitspraak van de rechtbank van 12 september 2023 waarin de rechtbank het beroep van opposanten niet-ontvankelijk heeft verklaard.

De rechtbank heeft het verzet op 9 december 2024 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: [naam] (opposant 2). Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Overwegingen

1. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van 29 mei 2024 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel[_3911bc04-f9ac-40a9-a662-5f6e4dbfcdf2] is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

3.1.

Met een brief van 15 mei 2023 hebben opposanten aan de minister laten weten dat de verstrekking van vergunningen aan accountants op grond van de Wta[_3e119296-acd3-4c1a-9f0c-0d47e304d3da] in strijd met de Grondwet is. Zij hebben daarbij verwezen naar een uitspraak van het Europese Hof voor de rechten van de Mens (EHRM) van 26 juni 1986[_8897cb2a-75f2-4ec7-9a77-e3908c332011]. Opposanten verzoeken de minister binnen zes weken te reageren.

3.2.

De afdeling voorlichting van het ministerie van Financiën heeft op 24 mei en 17 juli 2023 gereageerd. Op 31 augustus 2023 heeft een gesprek met opposanten plaatsgevonden. Opposanten is – kort gezegd – geadviseerd zich met het voorstel tot de Tweede Kamer te wenden.

3.3.

Opposanten hebben op 12 september 2023 (door de rechtbank ontvangen op 9 november 2023) beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.

De uitspraak van 29 mei 2024

4. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Dat mag de rechtbank als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat niet is komen vast te staan dat de minister niet tijdig een besluit heeft genomen. Daarom is niet voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank merkt daarnaast op dat ook voor het overige niet is gebleken van een voor beroep vatbaar besluit.

5. Opposanten voeren in verzet aan dat de rechtbank op geen enkele wijze aangeeft op grond waarvan geen sprake is van een impliciete weigering van de minister tot het nemen van een besluit. De minister heeft volgens opposanten in strijd met de grondwet gehandeld bij de voorbereiding tot besluitvorming over de Wta. De uitspraken van het EHRM[_d12919a1-6a52-4166-b880-07d402ed5c6d] zijn daarbij genegeerd. Beoordeling door de verzetrechter

6. De rechtbank stelt vast dat uit de stukken is gebleken dat datgene wat opposanten van verweerder hebben gevraagd geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is. Immers, zij vragen een wijziging van een wet in formele zin, zoals vastgesteld door de wetgever (niet: een bestuursorgaan). Daarom is het inleidende verzoek van opposanten geen aanvraag in de zin van de Awb. Het niet-besluiten op het verzoek van opposanten is daarom niet een met een besluit gelijk te stellen niet-tijdig nemen van een besluit, als bedoeld in artikel 6:2 van de Awb. Derhalve is het beroep van opposanten tegen het niet-tijdig nemen van een beslissing reeds op grond daarvan niet-ontvankelijk. Dit nog daargelaten dat ook overigens niet is voldaan aan de formele vereisten van artikel 6:12, derde lid, van de Awb nu niet is gebleken dat een beslistermijn is overschreden, en niet is gebleken van een ingebrekestelling.

7. De rechtbank heeft aldus in haar uitspraak van 29 mei 2024 terecht geconludeerd dat het beroep niet-ontvankelijk is.

Conclusie en gevolgen

8. Het verzet slaagt niet. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 12 september 2023. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat die uitspraak in stand blijft.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Verberne, rechter, in aanwezigheid van

mr. L.L. Nijhoff, griffier.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.