Uitspraak · Burgerlijk procesrecht

Rechtbank Amsterdam, 24 september 2024

ECLI:NL:RBAMS:2024:5914Zaaknummer C/13/757068 / HA RK 24-312

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24 september 2024
Publicatiedatum
11 oktober 2024
Zaaknummer
C/13/757068 / HA RK 24-312
Rechtsgebied
Civiel recht, Burgerlijk procesrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg, Wraking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek afgewezen.

BESLISSING

De Wrakingskamer:

 verklaart het verzoek ongegrond;

 bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking van de rechter(s) belast met de behandeling van de zaak niet in behandeling wordt genomen.

Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en A.W.J. Ros, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 september 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Verloop van de procedure
  2. 2 De feiten en het verzoek
  3. 3 De beoordeling van het verzoek

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer

Beslissing op het op 23 september 2024 ingekomen en onder rekestnummer C/13/ 757068 HA RK 24-312 ingeschreven verzoek van:

[verzoeker],

verzoeker,

welk verzoek strekt tot wraking van mr. A.P. Ploeger, kantonrechter te Amsterdam, hierna te noemen: de rechter.

1 Verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het navolgende processtuk:

- het wrakingsverzoek ingekomen op 23 september 2024.

1.2.

De rechter heeft niet berust in het wrakingsverzoek.

2 De feiten en het verzoek

2.1.

Bij beslissing van 19 september 2024 is verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek gericht tegen mr. M. van Walraven (zaaknummer C/13/ 756818 HA RK 24-307). Bij haar was in behandeling de zaak in kort geding met zaaknummer KK 24-424 met verzoeker als eisende partij. Verzoeker heeft op 8 augustus 2024 de dagvaarding ingetrokken. Thans moet de rechter nog oordelen over het verzoek tot toekenning van een proceskostenvergoeding aan de wederpartij van verzoeker dat op 28 augustus 2024 is gedaan.

3 De beoordeling van het verzoek

3.1.

In zijn arrest van 25 september 2018 (HR 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413) heeft de Hoge Raad overwogen dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen meebrengt dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig nimmer grond kan vormen voor wraking: wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Voor zover het verzoek is gericht tegen de gang van zaken rond de proceskostenvergoeding betreft dit een rechterlijke beslissing. Een rechterlijke beslissing kan echter geen grond voor wraking opleveren zoals is beslist in het hierboven genoemde arrest. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. Een mondelinge behandeling kan achterwege blijven.

3.2.

Omdat verzoeker het middel tot wraking lichtvaardig, want bij herhaling en zonder goede grond, heeft ingezet, is naar het oordeel van de Wrakingskamer sprake van misbruik van recht. Bepaald zal daarom worden dat verdere verzoeken tot wraking van de rechter(s) belast met de behandeling van de zaak van verzoeker niet in behandeling worden genomen.

3.3.

Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De Wrakingskamer:

 verklaart het verzoek ongegrond;

 bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking van de rechter(s) belast met de behandeling van de zaak niet in behandeling wordt genomen.

Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en A.W.J. Ros, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 september 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.