Uitspraak · Internationaal strafrecht

Rechtbank Amsterdam, 31 juli 2024

ECLI:NL:RBAMS:2024:4761Zaaknummer 13/151029-24 (EAB 3)

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
31 juli 2024
Publicatiedatum
2 augustus 2024
Zaaknummer
13/151029-24 (EAB 3)
Rechtsgebied
Strafrecht, Internationaal strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Executie EAB Italië, overlevering toegestaan.

8 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan Procura Generale Della Republica Presso la Corte D’appello di Venezia (Italië) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. A.J.R.M. Vermolen, voorzitter,

mrs. E. Biҫer en M. Westerman, rechters,

in tegenwoordigheid van mrs. I. van Heusden en S. van Gerven, griffiers,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 31 juli 2024.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
  2. 1 Procesgang
  3. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon
  4. 3 Grondslag en inhoud van het EAB
  5. 4 Tussenuitspraak 9 juli 2024
  6. 5 De weigeringsgrond van artikel 11 OLW: detentieomstandigheden in Italië
  7. 6 Slotsom
  8. 7 Toepasselijke wetsbepalingen
  9. 8 Beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/151029-24 (EAB 3)

Datum uitspraak: 31 juli 2024

UITSPRAAK

op de vordering van 6 mei 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).[_2a36145e-e854-4460-ae7a-87868c69036e]

Dit EAB is uitgevaardigd op 19 april 2024 door Procura Generale Della Republica Presso la Corte D’appello di Venezia (Italië) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon],

geboren in Tunesië op [geboortedag] 1993,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in [detentieplaats],

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

Zitting 25 juni 2024

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 25 juni 2024, in aanwezigheid van mr. M. al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. Z. Boufadiss, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Arabisch-Tunesische taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd[_a7d55c88-66eb-4584-8350-13d976807c2b] en de gevangenneming van de opgeëiste persoon bevolen.

Tussenuitspraak 9 juli 2024

Bij tussenuitspraak van 9 juli 2024[_dbf3241f-6335-4598-8610-875aec5c9582] heeft de rechtbank het onderzoek heropend en geschorst voor onbepaalde tijd in afwachting van de ten behoeve van de twee andere aangebrachte – gelijktijdig behandelde – EAB’s opgevraagde aanvullende informatie.

Zitting 17 juli 2024

De behandeling van het EAB is hervat op de zitting van 17 juli 2024, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen en heeft schriftelijk afstand gedaan van zijn recht om bij de behandeling van het EAB aanwezig te zijn. De opgeëiste persoon is op de zitting vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsvrouw, mr. Z. Boufadiss, advocaat te Amsterdam.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon opnieuw onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Tunesische nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis van 9 november 2021 van het Hof van Beroep van Venetië, definitief op 2 maart 2022, referentienummer 4123/21 Reg. Vonnis.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 8 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.

Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB.[_49006a0a-edc1-4d1f-9e85-ca0959edfbd6]

Het Openbaar Ministerie bij het Hof van Beroep van Venetië heeft op 15 oktober 2022 een voorziening voor gelijktijdige strafuitvoering uitgevaardigd (nr. SIEP 335/2022). Hierin worden de openstaande vrijheidsstraffen, waaronder de hiervoor vermelde, samengevoegd. De totale resterende vrijheidsstraf bedraagt 6 jaar, 2 maanden en 16 dagen.

4 Tussenuitspraak 9 juli 2024

In de tussenuitspraak van 9 juli 2024 heeft de rechtbank overwogen en geoordeeld dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet van toepassing is en dat het feit dat in het EAB is vermeld, is aangemerkt als een zogenoemd lijstfeit en dat om die reden de dubbele strafbaarheid niet behoeft te worden getoetst. Deze overwegingen en oordelen worden hier als herhaald en ingelast beschouwd.

5 De weigeringsgrond van artikel 11 OLW: detentieomstandigheden in Italië

De rechtbank heeft in eerdere uitspraken overwogen dat op basis van de algemene omstandigheden in oorspronkelijk zestien Italiaanse detentiecentra sprake is van een reëel gevaar dat gedetineerden daar onmenselijk of vernederend worden behandeld.[_7fcf2da5-9271-4820-8d59-477d2a39bb2a] Gelet op het meest recente rapport van the European Committee for the prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment (CPT) van 24 maart 2023 en de actuele gegevens van non-gouvernementele organisatie Antigone, geldt naar het oordeel van de rechtbank ten aanzien van zes van die zestien detentiecentra (Centro Penitenziario Napoli Secondigliano, Campobasso, Civitavecchia Nuovo Complesso, Turi, Trani vrouwengevangenis en Nuoro) op dit moment geen algemeen gevaar meer.[_f7af6753-c9ba-4305-858d-f1be22340088]

Voor het geval de opgeëiste persoon in één van de tien instellingen zal worden gedetineerd waarvan de rechtbank wel een algemeen gevaar heeft aangenomen, verwijst de rechtbank naar haar uitspraak van 30 maart 2021[_d8240078-e165-4fe1-b765-d2a68b840953], waarin het volgende is overwogen:

“De rechtbank is verder van oordeel dat het inmiddels voldoende vaststaat dat de brieven van 2 en 4 maart 2020 inhoudende een algemene detentiegarantie in elke overleveringszaak geldig zijn, zoals de Italiaanse autoriteiten in bedoelde brieven hebben bevestigd. De rechtbank acht het niet langer noodzakelijk dat voor elke individuele opgeëiste persoon een bevestiging wordt gevraagd bij de Italiaanse autoriteiten.”

De rechtbank heeft in voornoemde uitspraak van 30 maart 2021 geoordeeld dat inmiddels voldoende vaststaat dat de algemene detentiegarantie in elke overleveringszaak geldig is.

In de algemene detentiegarantie is gegarandeerd dat overgeleverde personen niet zullen worden gedetineerd in de zestien detentiecentra waarvoor de rechtbank eerder een algemeen gevaar heeft aangenomen.[_92b387ac-5cfe-4b65-afae-e2ed2a904f6f] De Italiaanse autoriteiten hebben in de bedoelde brieven bevestigd dat deze algemene detentiegarantie geldt voor alle door Nederland overgeleverde personen.

Naar het oordeel van de rechtbank bestaat er, gelet op de verstrekte garanties, evenmin een reëel gevaar dat de opgeëiste persoon in de tien hiervoor bedoelde detentie-instellingen in Italië onderworpen zal worden aan een onmenselijke of vernederende behandeling. Het enkele tijdsverloop sinds het moment van het verstrekken van deze garantie is geen aanleiding om niet langer uit te gaan van de geboden zekerheid in de algemene detentiegarantie.

Concluderend staat de weigeringsgrond van artikel 11 OLW niet aan overlevering in de weg.

6 Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7 Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan Procura Generale Della Republica Presso la Corte D’appello di Venezia (Italië) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. A.J.R.M. Vermolen, voorzitter,

mrs. E. Biҫer en M. Westerman, rechters,

in tegenwoordigheid van mrs. I. van Heusden en S. van Gerven, griffiers,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 31 juli 2024.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.