Uitspraak · Europees strafrecht

Rechtbank Amsterdam, 31 juli 2024

ECLI:NL:RBAMS:2024:4756Zaaknummer 13/027817-24

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
31 juli 2024
Publicatiedatum
2 augustus 2024
Zaaknummer
13/027817-24
Rechtsgebied
Strafrecht, Europees strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg, Op tegenspraak
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Exeuctie EAB Polen, o.p. met Poolse nationaliteit, opgeëiste persoon in persoon aanwezig bij de procedure dus weigeringsgrond artikel 12 OLW niet van toepassing, overlevering toegestaan.

8 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Regional Court of Torún (Polen) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. A.J.R.M. Vermolen, voorzitter,

mrs. E. Biҫer en M. Westerman, rechters,

in tegenwoordigheid van mrs. I. van Heusden en S. van Gerven, griffiers,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 31 juli 2024.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
  2. 1 Procesgang
  3. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon
  4. 3 Grondslag en inhoud van het EAB
  5. 4 Strafbaarheid: feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
  6. 5 De weigeringsgrond van artikel 11 OLW: Poolse rechtsstaat
  7. 6 Slotsom
  8. 7 Toepasselijke wetsbepalingen
  9. 8 Beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/027817-24

Datum uitspraak: 31 juli 2024

UITSPRAAK

op de vordering van 30 mei 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).[_e5b4bba7-a9a0-496d-bd35-95ef54ad1618]

Dit EAB is uitgevaardigd op 7 september 2023 door the Regional Court of Torún, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon],

geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1997,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

nu gedetineerd in [detentieplaats],

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 17 juli 2024, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. E. Kolokatsi, advocaat te Amersfoort, en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd[_d19ed7bf-7ed0-4cce-9329-14ca10c57b26] en de gevangenhouding van de opgeëiste persoon bevolen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een vonnis van the District Court in Chełmno (Polen) van 26 januari 2022, referentie: II K 383/21.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.

Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB.[_48f02716-a787-4d3e-8019-e4a872c31aed]

3.1

Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW

De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon bij het vonnis van the District Court in Chełmno (Polen) van 26 januari 2022, referentie: II K 383/21, is veroordeeld tot een voorwaardelijke vrijheidsstraf van één jaar. Bij beslissing van the District Court in Chełmno (Polen) van 18 juli 2022 is de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke vrijheidsstraf bevolen, omdat de opgeëiste persoon een aan die straf verbonden bijzondere voorwaarde heeft overtreden door zich aan het toezicht van zijn reclasseringsambtenaar te onttrekken. Deze beslissing tot tenuitvoerlegging behelst geen beslissing waarbij de aard of de maat van de aanvankelijk opgelegde straf is gewijzigd. Deze beslissing valt daarom niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW.[_b92e2385-b045-4ee7-8056-837a31efcec4] Nu de reden van de beslissing tot tenuitvoerlegging niet (mede) is geleden in een veroordeling voor een nieuw strafbaar feit, zal de rechtbank geen andere beslissing aan artikel 12 OLW hoeven te toetsen dan de veroordeling waarbij de voorwaardelijke straf is opgelegd.

Ten aanzien van deze beslissing is in onderdeel d) van het EAB vermeld dat de opgeëiste persoon aanwezig is geweest bij de procedure die tot de beslissing heeft geleid én is tegelijkertijd onderstreept dat hij niet in persoon is verschenen bij de procedure die tot de beslissing heeft geleid. Anders dan de raadsvrouw heeft betoogd, wordt deze discrepantie naar het oordeel van de rechtbank weggenomen door de aanvullende informatie van 27 juni 2024 waaruit volgt dat de opgeëiste persoon in de procedure II K 383/21 op de zitting is verschenen. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet van toepassing op deze procedure. De enkele ontkenning van de opgeëiste persoon dat hij bij de zitting aanwezig was, is onvoldoende om aan deze informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit te twijfelen.

4 Strafbaarheid: feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

Het feit levert naar Nederlands recht op:

poging tot diefstal, door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan van bedreiging met geweld en gevolgd van geweld tegen personen, met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken.

5 De weigeringsgrond van artikel 11 OLW: Poolse rechtsstaat

De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.[_68b59a23-77c7-4930-8cbc-1e460c35f85c]

Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed hebben gehad op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.[_49100571-f403-472c-ae8f-5baaeb056722]

6 Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7 Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 45 en 312 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

8 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Regional Court of Torún (Polen) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. A.J.R.M. Vermolen, voorzitter,

mrs. E. Biҫer en M. Westerman, rechters,

in tegenwoordigheid van mrs. I. van Heusden en S. van Gerven, griffiers,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 31 juli 2024.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.