Uitspraak · Insolventierecht

Rechtbank Amsterdam, 10 juli 2024

ECLI:NL:RBAMS:2024:4144Zaaknummer C/13/751225 / FT RK 24/523

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
10 juli 2024
Publicatiedatum
7 augustus 2024
Zaaknummer
C/13/751225 / FT RK 24/523
Rechtsgebied
Civiel recht, Insolventierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Raadkamer, Beschikking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Afwijzing faillissementsverzoek. De aangevoerde geringe steunvordering is afkomstig is van een aan verzoekster gelieerde partij en is van redelijk recente datum. Deze vordering is niet aan te merken als een vordering die aannemelijk maakt dat gerekestreerde in de toestand verkeert dat zij is opgehouden te betalen.

De rechtbank:

- wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.E. de Vos en in raadkamer uitgesproken op 10 juli 2024.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Afwijzing faillietverklaring
  2. Beoordeling
  3. De beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaak-/rekestnummer: C/13/751225 / FT RK 24/523

uitspraakdatum: 10 juli 2024

Afwijzing faillietverklaring

Ter griffie van deze rechtbank is op 27 mei 2024 een verzoekschrift, met bijlagen, ingekomen van:

Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de Weg,

statutair gevestigd te Amsterdam,

verzoekster,

advocaat mr. T.G.J. ten Berge.

Het verzoekschrift strekt tot faillietverklaring van:

de besloten vennootschap

[betrokkene] B.V.,

ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [nummer],

statutair gevestigd te [adres]

.

Het verzoek is behandeld ter zitting van 9 juli 2024. Namens verzoekster is gehoord ter zitting mr. I.M.C.A. Reinders Folmer, advocaat te Amsterdam. Namens gerekestreerde is niemand verschenen.

Beoordeling

Verzoekster heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij een opeisbare vordering op gerekestreerde heeft. Als steunvordering heeft zij een vordering van een aan haar gelieerde partij SOOB (Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds Beroepsgoederenvervoer) overgelegd. Het bedrag van de vordering van SOOB bedraagt € 350,00 en ziet op de periode 1 januari 2024 – 31 maart 2024.

Gelet op het feit de steunvordering afkomstig is van een aan verzoekster gelieerde partij, slechts een bedrag van €350,- bedraagt en van redelijk recente datum is, is de rechtbank van oordeel dat deze niet aan te merken is als een vordering die aannemelijk maakt dat gerekestreerde in de toestand verkeert dat zij is opgehouden te betalen

Het verzoek moet dan ook worden afgewezen.

De beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.E. de Vos en in raadkamer uitgesproken op 10 juli 2024.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.