Uitspraak · Materieel strafrecht
Rechtbank Amsterdam, 1 maart 2024
ECLI:NL:RBAMS:2024:3240Zaaknummer 13-307957-23
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 1 maart 2024
- Publicatiedatum
- 13 juni 2024
- Zaaknummer
- 13-307957-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht, Materieel strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Niet kan worden bewezen dat verdachte de tenlastegelegde aanrandingen heeft gepleegd. Vrijspraak.
5 Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door
mr. W.M.C. van den Berg, voorzitter,
mrs. J. Thomas en K.M.A. van der Heijden, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.L. Köhler, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 maart 2024.
[.]
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/307957-23
Datum uitspraak: 1 maart 2024
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [land van herkomst]) op [geboortedag] 1991,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.
1 Het onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 1 maart 2024.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M.D. Braber, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. L. Palanciyan, naar voren hebben gebracht.
2 Tenlastelegging
Aan verdachte is - samengevat - tenlastegelegd dat hij zich, telkens te Amsterdam, heeft schuldig gemaakt aan:
1.
aanranding van [slachtoffer 1] op 9 november 2023;
2.
aanranding van [slachtoffer 2] op 10 november 2023.
De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage I en geldt als hier ingevoegd.
3 Voorvragen
De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de tenlastegelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
4 Waardering van het bewijs
Standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden bewezen dat het verdachte is geweest die de tenlastegelegde aanrandingen heeft gepleegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de tenlastegelegde feiten, wegens het ontbreken van bewijs.
Oordeel van de rechtbank
Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte de tenlastegelegde aanrandingen heeft gepleegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.
5 Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door
mr. W.M.C. van den Berg, voorzitter,
mrs. J. Thomas en K.M.A. van der Heijden, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.L. Köhler, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 maart 2024.
[.]
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.