Uitspraak · Burgerlijk procesrecht

Rechtbank Amsterdam, 9 januari 2024

ECLI:NL:RBAMS:2024:272Zaaknummer C/13/744804 / HA RK 24-3

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
9 januari 2024
Publicatiedatum
29 januari 2024
Zaaknummer
C/13/744804 / HA RK 24-3
Rechtsgebied
Civiel recht, Burgerlijk procesrecht
Procedure
Wraking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek tot verschoning toegewezen

De rechtbank:

 wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de hoofdzaak met zaaknummer C/13/737691 / HA ZA 23-717 wordt voortgezet voor een andere rechter;

 beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 41, tweede lid Rv wordt toegezonden aan:

 de (advocaten van) bij de zaak betrokken partijen;

 de rechter.

Aldus gegeven door mr. P.B. Martens, voorzitter, mr. N.C.H. Blankevoort en A.W.J. Ros, leden, op 9 januari 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Wrakingskamer
  2. 1 Verloop van de procedure
  3. 2 Het verzoek
  4. 3 De beoordeling

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer

Beslissing op het onder rekestnummer C/13/744804/HA RK 24/3 ingeschreven verzoek tot verschoning ingediend door:

mr. Q.R.M. Falger, rechter bij de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.

1 Verloop van de procedure

1.1.

Bij de rechtbank te Amsterdam is onder kenmerk C/13/737691 / HA ZA 23-717 een zaak aanhangig die is toegewezen aan de rechter.

2 Het verzoek

2.1.

Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat de schijn van vooringenomenheid kan zijn ontstaan.

3 De beoordeling

3.1.

Op grond van het bepaalde in artikel 40 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (hierna: Rv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 36 Rv genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit voormelde bepaling valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.

3.2.

Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid.

3.3.

De rechtbank oordeelt dat de geobjectiveerde vrees kan ontstaan dat de rechter de zaak niet onpartijdig kan behandelen, omdat een van de betrokken advocaten onderdeel uitmaakt van de persoonlijke of zakelijke kenniskring van de rechter.

De rechtbank:

 wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de hoofdzaak met zaaknummer C/13/737691 / HA ZA 23-717 wordt voortgezet voor een andere rechter;

 beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 41, tweede lid Rv wordt toegezonden aan:

 de (advocaten van) bij de zaak betrokken partijen;

 de rechter.

Aldus gegeven door mr. P.B. Martens, voorzitter, mr. N.C.H. Blankevoort en A.W.J. Ros, leden, op 9 januari 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.