Uitspraak · Strafprocesrecht

Rechtbank Amsterdam, 4 december 2023

ECLI:NL:RBAMS:2023:8798Zaaknummer C/13/743110 / HA RK 23-383

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
4 december 2023
Publicatiedatum
15 mei 2024
Zaaknummer
C/13/743110 / HA RK 23-383
Rechtsgebied
Strafrecht, Strafprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig, Verschoning
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek tot veerschoning toegewezen.

De rechtbank:

 wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de behandeling van de zaak met parketnummer 13-135757-23 wordt voortgezet voor een andere rechter;

 beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 518, tweede lid Sv wordt toegezonden aan:

 de raadsman van verdachte;

 de rechter; en

 de officier van justitie.

Aldus gegeven door mr. P.B. Martens, voorzitter, mr. N.C.H. Blankevoort en mr. A.W.J. Ros, leden, op 4 december 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Verloop van de procedure
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De beoordeling

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer

Beslissing op het onder rekestnummer C/13/743110 HA RK 23/383 ingeschreven verzoek tot verschoning ingediend door:

mr. V.V. Essenburg, strafrechter bij de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.

1 Verloop van de procedure

Bij de afdeling strafrecht van de Rechtbank te Amsterdam is onder parketnummer 13-135757-23 een zaak aanhangig die is toegewezen aan de rechter.

2 Het verzoek

Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat het de rechter bij de voorbereiding van de behandeling is gebleken dat een procespartij of procesdeelnemer deel uitmaakt van de persoonlijke of zakelijke kennissenkring van de rechter.

3 De beoordeling

3.1.

Op grond van het bepaalde in artikel 518 van het Wetboek van Strafvordering (hierna Sv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 512 Sv genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Uit voormelde bepaling valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.

3.2.

Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid.

3.3.

De rechtbank oordeelt dat de geobjectiveerde vrees kan ontstaan dat de rechter de zaak niet onpartijdig kan behandelen, gelet op hetgeen de rechter aan haar verzoek ten grondslag heeft gelegd en voorts mede gelet op aanbeveling 2 van de Leidraad onpartijdigheid en nevenfuncties in de rechtspraak (de rechter behandelt geen zaak waarbij iemand uit zijn kennissenkring als procespartij is betrokken). Gelet daarop wordt het verzoek toegewezen.

De rechtbank:

 wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de behandeling van de zaak met parketnummer 13-135757-23 wordt voortgezet voor een andere rechter;

 beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 518, tweede lid Sv wordt toegezonden aan:

 de raadsman van verdachte;

 de rechter; en

 de officier van justitie.

Aldus gegeven door mr. P.B. Martens, voorzitter, mr. N.C.H. Blankevoort en mr. A.W.J. Ros, leden, op 4 december 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.