Uitspraak · Strafprocesrecht

Rechtbank Amsterdam, 26 januari 2023

ECLI:NL:RBAMS:2023:8730Zaaknummer C/13/728692 / HA RK 23-17

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
26 januari 2023
Publicatiedatum
23 februari 2024
Zaaknummer
C/13/728692 / HA RK 23-17
Rechtsgebied
Civiel recht, Strafrecht, Strafprocesrecht
Procedure
Wraking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek tot verschoning toegewezen.

De rechtbank:

- wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de behandeling van de zaken met parketnummers 13.650157.15 en 13.728018.15 wordt voortgezet voor een andere rechter;

- beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 518, tweede lid Sv wordt toegezonden aan:

de raadslieden van verdachte;

de rechter,

de officier van justitie.

Aldus gegeven door mr. P.B. Martens, voorzitter, mr. N.C.H. Blankevoort en mr. A.W.J. Ros, leden, op 26 januari 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Wrakingskamer
  2. 1 Verloop van de procedure
  3. 2 Het verzoek
  4. 3 De beoordeling

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer

Beslissing op het onder rekestnummer C/13/ 728692 / HA RK 23/17 ingeschreven verzoek tot verschoning ingediend door:

mr. W.M.C. van den Berg, strafrechter bij de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.

1 Verloop van de procedure

1.1.

Bij de afdeling Publiekrecht van de rechtbank te Amsterdam zijn onder parketnummers 13.650157.15 en 13.728018.15 strafzaken aanhangig die ter behandeling zijn toegewezen aan de rechter.

2 Het verzoek

2.1.

Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat de rechter eerder bemoeienis heeft gehad met de zaak of partijen.

3 De beoordeling

3.1.

Op grond van het bepaalde in artikel 518 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 512 Sv genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit voormelde bepaling valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.

3.2.

Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid.

3.3.

De rechtbank oordeelt dat de geobjectiveerde vrees kan ontstaan dat de rechter de zaak niet onpartijdig kan behandelen, gelet op hetgeen de rechter aan haar verzoek ten grondslag heeft gelegd, te weten dat de rechter op 1 september 2020 in deze zaak ook een beschikking heeft gegeven over een bedreigde getuige (13/728018-18 RK: 20/2130). Gelet daarop wordt het verzoek toegewezen.

De rechtbank:

- wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de behandeling van de zaken met parketnummers 13.650157.15 en 13.728018.15 wordt voortgezet voor een andere rechter;

- beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 518, tweede lid Sv wordt toegezonden aan:

de raadslieden van verdachte;

de rechter,

de officier van justitie.

Aldus gegeven door mr. P.B. Martens, voorzitter, mr. N.C.H. Blankevoort en mr. A.W.J. Ros, leden, op 26 januari 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.