Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Amsterdam, 19 oktober 2023
ECLI:NL:RBAMS:2023:8616Zaaknummer C/13/738746 / KG ZA 23-794
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 19 oktober 2023
- Publicatiedatum
- 17 juli 2025
- Zaaknummer
- C/13/738746 / KG ZA 23-794
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
kort geding; afwijzing van door ex-partner/schoonzoon gevorderd verbod op inschakelen particuliere recherchediensten door (de familie van) zijn ex.
7 De beslissing
De voorzieningenrechter
in conventie
weigert de gevraagde voorzieningen,
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in reconventie
wijzigt de zorgregeling zoals vastgelegd in de beschikking van 8 maart 2023 aldus dat [minderjarige] in de oneven weken bij [eiser] is van dinsdag uit school tot donderdag naar school, en dat in die weken de vrijdagmiddag komt te vervallen, totdat een rechter anders beslist of partijen anders overeenkomen,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E. van Bennekom, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2023.[_02cfb0df-65b8-4c60-a61c-61c20f755150]
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/738746 / KG ZA 23-794 MDvH/EB
Vonnis in kort geding van 19 oktober 2023
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats 1],
eiser in conventie bij dagvaarding van 28 september 2023,
verweerder in reconventie,
advocaten mr. R.P. de Vries en mr. J.J.A.M. de Haas te Amsterdam,
tegen
1 [gedaagde 1],
wonende te [woonplaats 1],
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
2. [gedaagde 2],
wonende te [woonplaats 1],
gedaagde in conventie,
3. [gedaagde 3],
wonende te [woonplaats 2],
gedaagde in conventie
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde 4] BV,
gevestigd te [vestigingsplaats],
gedaagde in conventie,
advocaten mr. R.A. Korver en mr. I. Adeel te Amsterdam.
Eiser zal hierna [eiser] worden genoemd en gedaagden afzonderlijk respectievelijk [gedaagde 1], de moeder van [gedaagde 1] of [gedaagde 2], de oom van [gedaagde 1] en [gedaagde 4].
1 De procedure
Op de zitting van 9 oktober 2023 heeft [eiser] de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding (en nader toegespitst op de zitting) toegelicht. Gedaagden hebben verweer gevoerd, mede aan de hand van een tevoren ingediende conclusie van antwoord, en [gedaagde 1] heeft een tegenvordering (eis in reconventie) ingesteld. [eiser] had daartegen bezwaar gemaakt omdat die eerder had kunnen worden aangekondigd, maar dat bezwaar is verworpen. [eiser] heeft die tegenvordering bestreden. Beide partijen hebben stukken (producties) in het geding gebracht en gebruik gemaakt van pleitnota’s, die aan het dossier zijn toegevoegd.
Ter zitting was [eiser] aanwezig met mr. De Vries en mr. De Haas. Aan de zijde van gedaagden waren aanwezig [gedaagde 1] en haar moeder met mr. Korver en mr. Adeel. Aan het eind van de zitting hebben partijen een afspraak gemaakt over de omgangsregeling in de periode tot de vonnisdatum.
Vonnis is bepaald op heden.
2 De feiten
In 2008 is [eiser] als werknemer in dienst getreden van het familiebedrijf van de families [familienaam 1] en [familienaam 2]. [gedaagde 1], haar moeder en oom zijn actief in het familiebedrijf, de laatste twee als bestuurders.
In 2011 hebben [eiser] en [gedaagde 1] een relatie gekregen. In 2018 zijn ze getrouwd en ze hebben samen een dochter gekregen, [minderjarige], nu vier jaar oud.
In 2018 is [gedaagde 4] opgericht als vastgoed-investeringsvehikel voor het familiebedrijf. [eiser] kwam in dienst van [gedaagde 4] en kreeg ook 10% van de aandelen. De moeder en de oom van [gedaagde 1] zijn bestuurder van [gedaagde 4].
In augustus 2022 is het tot een breuk gekomen tussen [eiser] en [gedaagde 1], en ook tussen [eiser] en zijn werkgever. [gedaagde 4] heeft [eiser] in september 2022 vrijgesteld van werk en een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ingediend bij de kantonrechter van deze rechtbank.
Op 21 september 2022 heeft PSG Recherche, een particulier recherchebureau (hierna: PSG), een offerte uitgebracht aan de moeder van [gedaagde 1], voor “het uitvoeren van een achtergrondonderzoek, een dreigingsanalyse en mogelijke (beveiliging) adviezen” in verband met de relatiebreuk tussen [gedaagde 1] en [eiser].
Op 22 september 2022 ontdekte [eiser] in [plaats 1] dat hij werd gevolgd door een (vrouwelijke) observant van (naar later bleek) particulier recherchebureau [naam eenmanszaak], die foto’s maakte van [eiser] en de vrouw die bij hem was. [eiser] confronteerde de observant en eiste verwijdering van de foto’s. Nadat de observant weigerde, heeft [eiser] de camera afgepakt en de SD kaart eruit gehaald. De beelden die daarop stonden, heeft hij overgezet op zijn computer en gewist van de SD kaart. De camera en SD kaart zijn teruggegeven aan de observant. De observant heeft aangifte gedaan bij de politie van het geweld dat [eiser] en de vrouw gebruikten bij het afpakken van de camera en de schade die daarbij is toegebracht aan haar camera. Op de SD kaart stonden – afgezien van de foto’s gemaakt in [plaats 1] – onder meer foto’s van de toenmalige woning van [eiser] in [plaats 2], op verschillende tijdstippen van de dag, van de woning in [woonplaats 1] die gekocht was als woning voor [gedaagde 1] en [eiser] en die wordt verbouwd, van het kantoor van [eiser] en van het kantoor van zijn echtscheidingsadvocaat.
In een chatbericht van 22 september 2022 van [gedaagde 1] aan [eiser] staat onder meer het volgende:
“Je lijkt een dubbelleven te lijden.
Je auto was vrijdag 9 september van 9-17 uur in [locatie 1] en bent zondag 11 september tussen 7-9 uur in [locatie 2]. Om kwart voor 9 reed je op de snelweg bij [locatie 3] en 9.15 uur was je weer terug in [plaats 2]. Daarnaast ben je de afgelopen tijd veelvuldig in het bijzijn van mensen die zich bevinden in een discutabel milieu.”
De overdrachten van [minderjarige] door [eiser] aan [gedaagde 1] op 25 november 2022 en 2 februari 2023 zijn uitgemond in ruzies waarbij [eiser] [gedaagde 1] agressief bejegende en (op 2 februari 2023) uitschold. Op geluidsopnames van die overdrachten, die als producties zijn overgelegd is te horen dat [minderjarige] overstuur was (huilen).
Op 6 februari 2023 heeft PSG een rapport uitgebracht van haar onderzoek naar [eiser]. Dat rapport is door [gedaagde 4] ingebracht in de ontbindingsprocedure bij de kantonrechter. In de rapportage staat als opdrachtgever “Fam. [familienaam 1] ” vermeld en als contactpersoon [gedaagde 1]. In het rapport staan, naast de confrontatie met de observant in [plaats 1] (zie 2.6), de volgende incidenten vermeld waarbij [eiser] betrokken zou zijn geweest:
“(…) Het feest [de derde verjaardag van [minderjarige] op [datum 1] 2022, in de woning van de moeder van [gedaagde 1], vzr] was vrijwel teneinde en er waren buiten de genoemde personen nog maar weinig gasten aanwezig.
[naam 2] [de partner van de moeder van [gedaagde 1], vzr] (70 jaar) was rond 24:00 uur, in de tuin bezig met de stekkers van de geluidsinstallatie. Daarbij is hij naar voren gevallen, [eiser] [ [eiser], vzr] en [naam 1] (Jr.) hebben hem geholpen overeind te komen [naam 2] geeft aan ‘een paar glaasjes wijn’ op te hebben gehad. Vervolgens zijn zij achterlangs gelopen richting de voordeur en in de tuin, ongeveer 10 meter verder, begon [eiser] ineens te meppen en te duwen en [naam 2] in de bosjes te duwen. Uit het niets begon [eiser] ook te slaan, op zijn nieren. Voor de voordeur begon [eiser] weer te slaan. [naam 2] geeft aan dat er sprake was van een woede-uitbarsting zonder enige aanleiding. [eiser] heeft op geen enkel moment gezegd waarom hij begon met slaan. [naam 2] wilde toen naar boven en liep naar binnen naar de slaapkamer. [eiser] is achter [naam 2] aangegaan, in de hal binnen schopte [eiser] hem. In de hal heeft [eiser] ook gezegd dat hij [naam 2] dood wilde maken. Bij de voordeur is [naam 2] met zijn hoofd tegen de muur aangekomen (na de schop). [eiser] werd door [gedaagde 2] en [gedaagde 1], vzr] tegengehouden en naar buiten gewerkt. Nadat [gedaagde 2] de deur had dichtgedaan was [eiser] tegen de deur aan het trappen en was [gedaagde 2] bang dat hij de deur zou intrappen. [gedaagde 2] heeft toen de deur weer open gedaan en is [eiser] weer naar binnen gekomen. [eiser] wilde hem eerst van de trap afduwen en daarna over de balustrade. [naam 1] Jr., [naam 4] en [gedaagde 1] hebben er vervolgens voor gezorgd dat [eiser] [naam 2] losliet en hij wat rustiger werd.
[naam 2] heeft een aantal weken last gehad van zijn nieren en zijn hoofd. Er was geen zichtbaar letsel. Hij had alleen een bult op zijn hoofd. Hij is hiervoor niet naar de dokter geweest.
(…)
Tegen het einde van de verjaardag [op [datum 2] 2022 van [naam 1] jr., een neef van [gedaagde 1], vzr] wilde [naam 5] [de moeder van [eiser], vzr] dat [eiser] met zijn gezin mee naar huis gaat. [eiser] wil echter de stad in gaan. Hij zegt vervolgens tegen zijn moeder “Vuil kankerwijf waar bemoei je je mee?”. Een collega (…) die toevallig langs liep omdat hij naar huis ging en dit hoorde, zei “zo praat je niet tegen je moeder”. (…) [eiser] zei daarop tegen [deze collega] “Wil jij naar je tandjes gaan zoeken?, of woorden van gelijke strekking en benadert hem op een agressieve manier. (…) [eiser] heeft na het incident nog contact gehad met [deze collega] een aangegeven dat hij zich onfatsoenlijk had gedragen.
(…) In het café [op 15 juli 2022 waar de verjaardag van een collega van [eiser] werd gevierd, vzr] hebben twee jongens een aanvaring met elkaar. [eiser] kende wel één van de jongens van vroeger, maar mag hem niet. [eiser] is zich ongevraagd met de aanvaring gaan bemoeien. [eiser] gaf één van de jongens een wat ‘zachtere’ klap op zijn wang. De jongen reageerde hierop door [eiser] ook een klap op zijn wang te geven. Als reactie hierop haalde [eiser] uit en gaf de jongen een vuistslag op zijn wenkbrauw. De jongen is hierdoor dusdanig gaan bloeden dat hij (… ) naar de eerste hulp is gegaan. (…) Naderhand zit [eiser] volgens [gedaagde 2] geslagen aan tafel en zegt “ik weet niet wat mij bezielde, hoe kan ik dit doen op een feestje van een collega/vriend? “
Bij beschikking van 8 maart 2023 van deze rechtbank is de echtscheiding tussen [gedaagde 1] en [eiser] uitgesproken. Van die beschikking maakt het door [eiser] en [gedaagde 1] opgestelde ouderschapsplan deel uit. In het ouderschapsplan zijn [eiser] en [gedaagde 1] overeengekomen dat [minderjarige] haar hoofdverblijf bij [gedaagde 1] heeft en dat een zorgregeling zal gelden waarbij [minderjarige] bij [eiser] verblijft (voor zover nu relevant):
- In de oneven weken
Dinsdagmiddag uit school tot woensdagochtend naar school;
Vrijdagmiddag uit school tot 17:30 uur.
- In de even weken
Dinsdagmiddag uit school tot woensdagochtend naar school;
Vrijdagmiddag uit school tot maandagochtend naar school.
Overeengekomen is verder:
“4.9 Vanaf heden vindt de overdracht plaats voor [naam bowlilngbaan] bowlingbaan.
Vanaf het moment dat beide ouders in [woonplaats 1] wonen (omstreeks april 2023), brengt de ouder bij wie het kind het laatst is verbleven, het kind naar de (woning van de) andere ouder wanneer er gewisseld moet worden.
Beide ouders zien erop toe dat de wisselmomenten soepel verlopen en dat hier uitsluitend korte vriendelijke conversaties plaatsvinden die in het belang van het kind zijn.”
In zijn verweerschrift in de ontbindingsprocedure bij de kantonrechter van 25 mei 2023 is [eiser] ingegaan op de incidenten genoemd in het PSG-rapport. Over het incident met [naam 2] (de partner van de moeder van [gedaagde 1]) staat in het verweerschrift, kort gezegd, dat [eiser] betwist hem te hebben mishandeld. Het is volgens hem bij een woordenwisseling gebleven, die was ontstaan nadat [naam 2] hem had uitgescholden en beledigingen had geuit over de relatie van [eiser] met zijn eigen vader, wat voor [eiser] zeer pijnlijk was en reden gaf om [naam 2] terecht te wijzen. Over het incident waarbij hij zijn collega zou hebben bedreigd, staat in het verweerschrift dat [eiser] tegen zijn moeder iets had gezegd in de trant van “Waar bemoei je je mee mam”, en dat hij tegen de collega iets had geroepen in de trant van “Moet ik je ff grijpen ofzo”. Dat was volgens [eiser] niet als dreigement bedoeld en door de collega ook niet zo opgevat. Later dezelfde avond heeft de collega via WhatsApp tegen [eiser] gezegd “no hard feelings maatje”.
Over het incident met de vuistslag in het café staat in het verweerschrift dat de ander eerst uithaalde en [eiser] in zijn gezicht sloeg, en dat [eiser] in reactie daarop heeft teruggeslagen.
Op 6 juni 2023, op de zitting in de ontbindingsprocedure, heeft de kantonrechter meegedeeld dat binnen een week een beschikking zou volgen waarbij de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 juli 2023 wordt ontbonden wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Vervolgens hebben [gedaagde 4] en [eiser] op 7 juni 2023 een schikking getroffen, die op 7 juni 2023 is vastgelegd in een proces-verbaal. De vaststellingsovereenkomst houdt onder meer in dat [eiser] al zijn aandelen in [gedaagde 4] overdraagt. [gedaagde 4] en [eiser] hebben elkaar ter zake van de arbeidsovereenkomst en het einde daarvan over en weer finale kwijting verleend.
Bij de gedingstukken zit een foto die [eiser] begin juli 2023 in Almere heeft gemaakt van een man waarvan hij meende dat die hem aan het observeren was en die in een BMW reed, en een foto van de website van PSG waarop een man te zien is die erg lijkt op de man die door [eiser] is gefotografeerd.
Bij brief van 3 juli 2023 heeft (de advocaat van) [gedaagde 1] [eiser] gesommeerd tot betaling van een flink bedrag omdat het ‘bouwdepot’ voor de verbouwing van de woning waarin zij zouden gaan samenwonen, aanzienlijk was overschreden en een aantal termijnen van de hypothecaire lening niet door [eiser] waren voldaan. Aan deze sommatie heeft [eiser] geen uitvoering gegeven.
Eind juli 2023 heeft [eiser] op de smartphone die [minderjarige] van [gedaagde 1] had gekregen geluidsfragmenten beluisterd die [minderjarige] had opgenomen. De oudste van de opnamen dateert van 21 maart 2023. Daarop is te horen dat [gedaagde 1] in een auto spreekt met [naam 6] van PSG. In dat gesprek gaat het over het volgen van [eiser], dat hij recentelijk naar Ajax was geweest en daar “helemaal dronken” zou zijn geworden, dat [eiser] “veel uitgaat” en dat zijn nieuwe vriendin “het hele weekend” bij hem had verbleven. Na het gesprek met [naam 6] belt [gedaagde 1] haar moeder. Met haar spreekt zij ook over de observatie van [eiser] door PSG. De moeder van [gedaagde 1] zegt dat de adressen die [eiser] bezoekt “ook niet zo spannend” zijn, waarop [gedaagde 1] antwoordt: “Maar misschien gaat hij wel op die fiets.” Haar moeder vraagt vervolgens of [naam 6] al een “taggie op die fiets” heeft geplaatst.
Eind juli 2023 viel het [eiser] op dat al enige tijd een onbekende scooter met topkoffer voor zijn woning in [woonplaats 1] stond geparkeerd. Bij onderzoek door [eiser] bleek er een gaatje in de topkoffer te zitten, waarachter een lens te zien was. [eiser] heeft hier melding van gemaakt bij de politie. Die heeft hem laten weten dat het kenteken van de scooter geregistreerd stond op naam van een particulier recherchebureau. De politie wilde de naam van het bureau niet geven.
Op verzoek van [eiser] heeft de politie zijn auto onderzocht op volgsystemen. Op 31 juli 2023 heeft de politie een peilbaken (GPS tracker) onder de auto aangetroffen.
Bij brief van 6 september 2023 aan PSG heeft [eiser] een klacht ingediend over schending van de Privacygedragscode waaraan particuliere recherchebureaus gebonden zijn, en verzocht om afgifte aan hem van alle rapportages, dossiers en andere stukken met betrekking tot het onderzoek. [eiser] heeft PSG verzocht de klacht in behandeling te nemen conform haar klachtenregeling en hem op te hoogte te houden van de verdere afhandeling van de klacht.
Na de overdracht van [minderjarige] aan [gedaagde 1] op 8 september 2023, waarbij partijen onenigheid hebben gehad, is [gedaagde 1] met [minderjarige] naar het restaurant gelopen waar haar moeder op hen wachtte. [eiser] is hen toen achterna gegaan, wat [minderjarige] erg overstuur heeft gemaakt.
In een brief van 4 oktober 2023 van PSG aan de advocaat van gedaagden staat onder meer het volgende:
“(…) over de inzet van PSG Recherche kan ik u als volgt berichten.
Op maandag 6 februari 2023 heeft PSG Recherche (hierna PSG) het verzoek ontvangen van onze klant mevrouw [naam 7] om het beveiligingsniveau ten aanzien van haar dochter [gedaagde 1] en haar kleindochter [minderjarige] te verhogen. PSG was sedert 20 september 2022 al betrokken bij het inschatten van risico’s en het maken van dreigingsanalyses t.a.v. dreigementen uitgevoerd door de ex-man van [gedaagde 1] de heer [eiser] onder ander richting [gedaagde 1], maar ook naar opdrachtgever.
Op woensdag 5 oktober 2022 is met [eiser] een zogenaamd ‘stopgesprek’ gehouden en heeft hij van ondergetekende ook het mobiele telefoonnummer ontvangen om te bellen met PSG, bij oplopende spanningen die mogelijk zouden kunnen ontaarden in agressie vanuit zijn kant.
[eiser] belde ondergetekende op 24 november 2022, na een zogenaamde ‘ouder wissel’ waarbij hun dochter van hem naar moeder ging of andersom. De ouder wissel op 24 november was dermate uit de hand gelopen dat er door het uit de hand lopen, door PSG is besloten om voortaan de wissels ‘ begeleid’ c.q. ‘beveiligd’ te laten plaatsvinden. Dit heeft plaatsgevonden bij alle wissels tot 10 januari 2023. Door overeenstemming in de echtscheidingsconvenant zou er mogelijk sprake zijn van verminderende kans op agressie bij [eiser] tijdens ouder wissels.
Op 2 februari 2023 vond voor de deur van [eiser] op het [locatie 4] een ouder wissel plaats. De ouder wissel escaleerde desondanks op ernstige wijze door agressie van [eiser]. Mevrouw [gedaagde 1] is door in haar auto in te stappen en haar deur te sluiten mogelijk ‘erger’ te voorkomen, maar genoemd incident was de bekende druppel.
[eiser] was buiten de echtscheiding met [gedaagde 1] ook verwikkeld in een mediation-traject die tot doel had om zijn aandelenbelang over te nemen en arbeidscontract te beëindigen met de vastgoed onderneming van de familie [familienaam 1]. De vastgoed onderneming betreft [ [gedaagde 4]] en [eiser] had bij de start 10% van de aandelen ‘om niet’ verworven. Mede vanwege het incident van 2 februari, maar ook gezien eerdere gebeurtenissen, waarbij er door [eiser] geweld was gebruikt tegen of in het bijzijn van familieleden van [familienaam 1] is dit traject beëindigd.
De verwachting was dat het opzeggen van het mediation-traject en de aankondiging dat er een procedure zou worden gestart om de arbeidsrelatie tussen [gedaagde 4] en [eiser] te ontbinden direct zou leiden tot (nog meer) agressie naar [gedaagde 1]. Daarbij werd PSG ook nog geïnformeerd door [naam 8], mede-eigenaar van [gedaagde 4] en zakenpartner van [familienaam 1], dat de mogelijke dreiging vanuit [eiser] nog als veel ernstiger dan eerder gedacht moest worden ingeschat. [naam 8] deelde genoemde bericht in eerste instantie in alle vertrouwen in een voicemail met ondergetekende [die als productie is overgelegd, vzr], maar onderbouwde enkele dagen later het bericht door, onder andere in het bijzijn van [gedaagde 1], hierover nader te verklaren.
[familienaam 2] verklaarde dat [eiser] tegen hem had gezegd zich een ‘familiedrama’ te kunnen voorstellen en dat [eiser] zijn aandelen wel aan anderen zou verkopen die zijn dividend wel zouden innen. [familienaam 2] verklaarde op maandag 13 februari 2023 dat [eiser] met ‘anderen’ doelde op criminelen, mogelijk afkomstig uit de hoek van Armeense maffia.
(…)
Vanwege de verklaring, maar ook de eerder bij PSG bekend geworden geweldsdelicten waarvan [eiser] werd verdacht ontstond een verhoogd risico bij [gedaagde 1] en haar dochter, maar ook bij andere leden van familie [familienaam 1]. Om verdere escalatie of mogelijk letsel bij [gedaagde 1] bij komende ‘ouder wissels’ te voorkomen werd direct weer het toezicht tijdens de ouder wissels ingevoerd. (…)
Hierop is door PSG een beveiligingsstrategie ontwikkeld, waarbij enerzijds ouder wissels altijd onder fysiek toezicht zouden plaatsvinden en dat er tevens zou worden onderzocht of er sprake kon zijn van een begin van de uitvoering van een strafbaar feit als waar [eiser] mee dreigde of had gedreigd.
(…)
PSG heeft een eerste observatie uitgevoerd op dinsdag 7 februari 2023. Uit de eerste observatie en het eerste onderzoek na het incident van 2 februari is gebleken dat er in de omgeving van de woning van betrokkene meerdere camera’s zijn geplaatst. De camera’s filmen het publieke domein. Dit betreft onder andere de portiek van betrokkene, het is onduidelijk van wie deze camera is en wat het zicht is van deze camera. Verder is opgemerkt dat er een camera was geplaatst bij café [naam café]. Betrokkene leek goede contacten te hebben bij dit café, welke zich schuin onder zijn woning bevind. (…)
Onder andere om de afstand te bewaren, maar ook om eventuele incidenten zoals die van 2 februari 2023 met een camera vast te kunnen leggen is er bij de woning op afstand een scooter geplaatst die tijdens de inzet van mogelijke observatie(s) middels camerabeelden het openbare (publiek toegankelijke gebied) voor de woning van [eiser] vastlegde. Camerabeelden werden gericht bekeken, door slechts één medewerker van PSG, bijvoorbeeld voor een ouder wissel. Niet relevante beelden zijn vernietigd. De voordeur van [eiser] was op de camera niet te zien. Aan [gedaagde 1] is aangegeven wat het zicht van de camera was zodat zij bewust de wissels ‘in zicht’ van de camera kon laten plaatsvinden.
Bijkomende complicerende factor voor het inschatten van risico’s en mogelijke gerichte observaties was dat [eiser] eerder was geobserveerd door een recherchebureau en dat dit bij de derde dag in een conflict was geëindigd. (…)
Om vast te stellen of [eiser] met zijn voertuig zich zonder reden bij de woning van [gedaagde 1] of andere leden zou ophouden en dit mogelijk zou moeten worden gezien als een begin van de uitvoering van een strafbaar feit is een peilbaken onder het genoemde voertuig geplaatst. Op het peilbaken is een zogenaamde geo-fence ingesteld, zodat een medewerker van PSG een sms zou ontvangen indien het voertuig van betrokkene bij de woning van opdrachtgevers zou komen. PSG kon dan het betrokken familielid tijdig informeren.
De verkeersveiligheid, maar ook de eerder gebruikte agressie richting de vrouwelijk observant en de achtergrond van [eiser] brachten met zich mee dat PSG haar observanten op grote afstand wilde houden. Dit was de tweede overweging voor PSG om gebruik te maken van een peilbaken. Eventuele andere of lichtere middelen waren niet mogelijk, althans zouden niet tot het gewenste resultaat leiden.
PSG heeft op gerichte momenten observatie ingezet bijvoorbeeld op het moment dat de dochter van [gedaagde 1] en [eiser] bij hem verbleef, maar ook enkele andere momenten vanwege de dreiging omtrent de aandelen. Observanten konden ten tijde van observatie inloggen op het track en trace platform en op dat moment de bewegingen van het voertuig van betrokkene waarnemen. Na einde dienst diende te worden uitgelogd, wat ook geschiede.
(…)
Op dinsdag 6 juni 2023 is door observanten het peilbaken verwijderd en zijn de gerichte en incidentele observaties gestaakt. Dit betreft één dag voor de zitting omtrent het arbeidsrechtelijk geschil. Na deze zitting was er een tijdelijk gevoel van rust bij opdrachtgever. Verzamelde gegevens van het peilbaken zijn vernietigd.
Op zondag 2 juli 2023 is aan PSG doorgegeven dat [eiser] een sommatie zou ontvangen inzake onverdeelde woning van [gedaagde 1] en [eiser]. Aangezien [eiser] tijdens de zitting van woensdag 7 juni 2023 geen enkel berouw of inzicht in eigen handelen liet zien en interventie van de politie nog uitbleef is aan PSG het verzoek gedaan om weer preventieve beveiligingsmaatregelen te nemen.
Teneinde het gedrag van betrokkene en mogelijk vervolgactie(s) zowel bij aan- als afwezigheid van zijn dochter in kaart te brengen is er wederom gekozen om een peilbaken te plaatsen onder het voertuig van [eiser] zodat de geo-fence weer kon worden ingesteld en er indien nodig incidenteel geobserveerd zou kunnen worden. De eerste observatie is toen pas gedaan aan het begin van de zomervakantie op het moment dat dochter [minderjarige] bij [eiser] een week zou verblijven.
Het door de advocaat van [eiser] gestelde dat zijn client door [naam 9] zou zijn geobserveerd is onjuist. [zie 2.13, vzr] [naam 9] is niet meer werkzaam voor PSG en heeft ook nog nooit observatiewerkzaamheden voor PSG uitgevoerd. Ik verwijs hiervoor naar de bijgaande e-mailwisseling die ik met hem hierover had. Na de rechtszaak van 7 juni 2023 is er op maandag 24 juli 2023 voor het eerst een observatie uitgevoerd, dit was het moment dat zijn dochter bij [eiser] zou zijn voor een week in de zomervakantie. [eiser] had bij [gedaagde 1] aangegeven contact met hun dochter te onthouden, naar niet op tijd terug te brengen zodat zij nieuwe vliegtickets zou moeten bestellen voor een voorgenomen vakantie en dat hij vreemden op haar zou laten passen. Het gaf [gedaagde 1]. i.c.m. de voorgeschiedenis een heel angstig gevoel. Hierop is door PSG geanticipeerd zoals beschreven.”
In een e-mail van [naam 9] aan PSG van 11 september 2023, waarnaar in de brief van PSG wordt verwezen, betwist [naam 9] gemotiveerd de persoon te zijn die door [eiser] is gefotografeerd.
3 Het geschil in conventie
[eiser] vordert na toespitsing van zijn eis, kort gezegd:
- i) gedaagden te verbieden om opdracht te geven aan een particulier recherchebureau of andere partijen om, op welke wijze dan ook, onderzoek naar hem te verrichten of hem te laten volgen;
- ii) gedaagden te gebieden alle reeds verstrekte opdrachten aan particuliere recherchebureaus of andere partijen om onderzoek naar hem te verrichten of hem te laten volgen, in te trekken;
- iii) gedaagden te gebieden om alle opdrachten aan particuliere recherchebureau en alle onderzoeksresultaten die zij in bezit hebben, aan hem te verstrekken;
- iv) [gedaagde 1], haar moeder en haar oom te veroordelen om een dwangsom aan [eiser] te betalen als zij de gevorderde ge- of verboden overtreden;
- v) gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 5.000,00 aan hem bij wijze van voorschot op een schadevergoeding, te vermeerderen met rente; en
- vi) gedaagden te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met rente.
Aan zijn vordering legt [eiser] ten grondslag, samengevat weergegeven, dat hij gedurende een onafgebroken periode van tenminste vijf maanden is gevolgd via dynamische observatie, met een camera voor zijn huis en met een peilbaken onder zijn auto. Een dergelijke structurele inzet van particuliere recherchebureaus levert een vorm van stalking op en een ongerechtvaardigde inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer. Met het laten volgen van [eiser] is ook geen enkel redelijk doel meer gediend. Er spelen geen juridische geschillen tussen partijen meer, nu de echtscheiding en de arbeidsrelatie zijn afgerond. De gezamenlijke woning zal spoedig in de verkoop gaan en voor wat [eiser] betreft bestaat er geen conflict over de verkoop van die woning, althans, geen conflict dat de inzet van een particulier recherchebureau rechtvaardigt. [eiser] wil alle stukken ontvangen die door recherchebureaus aan gedaagden zijn verstrekt, om de omvang van de inbreuk te kunnen vaststellen. De ongerechtvaardigde inbreuk op zijn privacy heeft hem schade berokkend en hij vraagt een voorschot op de vergoeding van die schade.
Gedaagden voeren verweer.
Op de stellingen van partijen wordt, voor zover van belang, bij de beoordeling ingegaan.
4 Het geschil in reconventie
[gedaagde 1] vordert, kort gezegd, de zorgregeling aangaande de vrijdagmiddag uit school tot 17.30 uur met onmiddellijke ingang te schorsen, primair totdat in een bodemprocedure een (nieuwe) omgangsregeling zal zijn vastgesteld en subsidiair voor een andere, in goede justitie vast te stellen termijn.
In alle gevallen vordert [gedaagde 1] om [eiser] te veroordelen tot betaling van een dwangsom voor iedere keer dat hij de schorsing niet respecteert of de omgangsregeling niet nakomt, kosten rechtens.
[eiser] voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt, voor zover van belang, bij de beoordeling ingegaan.
5 De beoordeling in conventie
Als preliminair verweer hebben gedaagden gevoerd dat de vordering niet ontvankelijk is voor zover die is gericht tegen de moeder en oom van [gedaagde 1] en tegen [gedaagde 4]. De moeder en oom van [gedaagde 1] zijn niet in hun hoedanigheid van bestuurders van [gedaagde 4] gedagvaard, terwijl de vorderingen zien op vermeende handelingen van [gedaagde 4] of van [gedaagde 1], en niet op handelingen van de moeder of oom van [gedaagde 1] in persoon. Voor de oom van [gedaagde 1] geldt bovendien dat er geen enkele aanwijzing is dat hij betrokken of zelfs maar op de hoogte is geweest van de observaties. [gedaagde 4] is rauwelijks gedagvaard en er is geen enkel document overgelegd of gebeurtenis beschreven waaruit blijkt dat de vennootschap betrokken zou zijn bij het geven van opdracht tot observaties van [eiser], aldus gedaagden.
Dit verweer gaat niet op. In het rapport van PSG staat de familie [familienaam 1] als opdrachtgever vermeld, en het rapport is ingebracht in de ontbindingsprocedure ten behoeve van [gedaagde 4]. [eiser] mocht daaruit opmaken dat hij zijn vorderingen in dit kort geding moest instellen jegens alle gedaagden om effectief te kunnen zijn. Dat het – naar op de zitting is verklaard – alleen de moeder van [gedaagde 1] is geweest die de opdracht heeft verleend, en het in het rapport verkeerd staat, kan niet aan [eiser] worden tegengeworpen.
Uitgangspunt bij de beoordeling is dat het een ieder in beginsel vrij staat om gebruik te maken van particuliere recherchediensten die met een vergunning opereren. Niet in geschil is dat de ingeschakelde particuliere recherchebureaus vergunningen voor hun activiteiten hebben. Zij zijn aan regelgeving gebonden. Als zij zich niet houden aan die regels, bijvoorbeeld op het punt van de duur van een onderzoek of de gebruikte onderzoeksmethodes, kan dat in beginsel niet aan de klanten van de recherchebureaus worden tegengeworpen. Daarover zullen de recherchebureaus verantwoording moeten afleggen tegenover hun toezichthouder of in een procedure die door degene op wie het onderzoek zich richt tegen het bureau is aangespannen. [eiser] heeft ook al een klachttraject tegen PSG in gang gezet.
Denkbaar is dat in bijzondere gevallen het inschakelen van een recherchebureau onrechtmatig kan zijn, bijvoorbeeld als daarvoor onvoldoende grond bestaat.
Gedaagden hebben aangevoerd dat ervoor gekozen is een achtergrondonderzoek en dreigingsanalyse te laten uitvoeren omdat [eiser], die binnen [gedaagde 4] grote verantwoordelijkheid droeg en het ‘gezicht’ van de onderneming was, zich in de aanloop naar de relatiebreuk met [gedaagde 1] langere tijd opvallend had gedragen. Voor die stelling lijkt wel enige grond te bestaan. In korte tijd is [eiser] betrokken geweest bij verschillende incidenten. Waar hij in het verweerschrift in de arbeidszaak nog ontkende de partner van de moeder van [gedaagde 1] te hebben mishandeld, erkent hij in de dagvaarding in dit kort geding dat het tot een handgemeen is gekomen. Daarbij dient te worden bedacht dat [naam 2] 70 jaar oud was en beschonken, terwijl [eiser] jong is, oud-marinier is en – naar onbetwist is gesteld – vechtsporten beoefent en daarin aan wedstrijden deelneemt. [eiser] heeft verder niet betwist dat hij in het café een vuistslag heeft uitgedeeld aan een oude bekende. Of hij dat handgemeen nou had uitgelokt of niet, het was het tweede geweldsincident in korte tijd. Ten slotte is op de zitting gesteld dat [eiser] tegenover [familienaam 2] heeft gedreigd met het in brand steken van “het huis met zijn schoonmoeder erin”. Op de zitting heeft [eiser] verklaard zich die gelegenheid nog goed te herinneren en is het volgens hem anders gegaan. Hij stelt dat zijn ex-schoonmoeder dreigde ervoor te zorgen dat hij [minderjarige] nooit meer zou zien, en dat hij daarop reageerde in de trant van “Dan sloop ik je huis”. Deze combinatie van fysieke en verbale agressie bood voldoende grond voor een onderzoek naar [eiser].
Voor het beveiligen van de wisselmomenten bij de overdracht van [minderjarige] bestond ook voldoende aanleiding. Uit de overgelegde geluidsopnamen blijkt dat [eiser] snel een agressieve, beledigende toon aanslaat en dat is ook terug te lezen bij het tweede incident genoemd in het rapport van PSG, over de agressieve bejegening van zijn eigen moeder en een collega. Uit de geluidsopnames kan verder worden afgeleid dat [eiser] [minderjarige] nog verder van streek heeft gebracht door achter haar en [gedaagde 1] aan te (blijven) komen, op weg naar het restaurant. Het lijkt erop dat [eiser] zijn emoties niet goed in bedwang kan houden.
Al met al is voorshands niet aannemelijk dat gedaagden onrechtmatig jegens [eiser] hebben gehandeld door de recherchebureaus [naam eenmanszaak] en PSG in de arm te nemen. Anders dan [eiser] stelt, behoren de geschillen tussen partijen nog niet allemaal tot het verleden. Er is nog de kwestie van de woning aan de [adres] en bij de wisselmomenten met [minderjarige] lijken de emoties nog steeds hoog op te lopen. Daarop stranden de vorderingen die gericht zijn op een verbod tot het gebruik van particuliere recherchediensten.
Nu voorshands niet aannemelijk is dat gedaagden onrechtmatig jegens [eiser] hebben gehandeld, is er geen grond voor toewijzing van een voorschot op immateriële schadevergoeding. De daartoe strekkende vordering zal worden afgewezen.
Bij het ontbreken van onrechtmatig handelen is er evenmin een rechtsbetrekking in de zin van artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, zodat de daarop gebaseerde inzagevordering evenmin toewijsbaar is. [eiser] heeft wel recht op informatie[_6e27a6f6-ad07-4d3e-92e4-a24772a2f945], zoals de aard van het onderzoek en de reden daarvoor, maar vooralsnog is hij met de brief van PSG van 4 oktober 2023 (zie onder 2.20) voldoende geïnformeerd.
Nu het in feite gaat om een familierechtelijk geschil, zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
6 De beoordeling in reconventie
Partijen zijn een zorgregeling overeengekomen. In beginsel moeten zij die afspraken nakomen, maar dat wordt anders als uitvoering van die regeling in strijd is met zwaarwegende belangen van [minderjarige].
De overgelegde geluidsopnamen tonen aan dat de conversaties bij de wisselmomenten, anders dan afgesproken in het ouderschapsplan, verre van kort en vriendelijk zijn. Bij de wisselmomenten wordt gesproken over geschillen die partijen verdeeld houden en zijn de toon en het taalgebruik van vooral [eiser] agressief. [eiser] is zelfs achter [gedaagde 1] en [minderjarige] aangegaan nadat hij [minderjarige] aan [gedaagde 1] had overgedragen, wat [minderjarige] grote schrik heeft aangejaagd (“Niet de politie!”). Volgens [gedaagde 1] kwam [eiser] achter hen aan omdat hij wilde controleren of zij met een man in het restaurant zat waar zij naartoe ging. [gedaagde 1] en haar moeder (dus geen man), die in het restaurant wachtte terwijl [gedaagde 1] [minderjarige] bij [eiser] ophaalde, zijn daar zo van geschrokken dat ze de toiletten van een naburig restaurant zijn ingevlucht en de politie hebben gebeld. De voorzieningenrechter kan niet beoordelen of die vrees (helemaal) gegrond was, maar het illustreert wel hoe hoog de spanningen zijn opgelopen. Het is zaak dat [minderjarige] niet meer aan die spanningen wordt blootgesteld.
De zorgregeling is zo ingericht dat vrijwel alle wisselmomenten via school verlopen. Het enige wisselmoment waarvoor dat niet geldt, is de vrijdagmiddag in de oneven weken, wanneer [minderjarige] om 17.30 uur weer aan [gedaagde 1] moet worden overgedragen. Die middag moet eruit, vanwege de hoog oplopende emoties tijdens de wisselmomenten.
Op de zitting hebben partijen, voor de periode tot de datum van dit vonnis, een afspraak gemaakt over omgang op de woensdagmiddag in de plaats van de vrijdagmiddag, waardoor het wisselmoment via school kan verlopen, en opdat [eiser] niet minder tijd met [minderjarige] zal hebben. Dit komt de voorzieningenrechter voor als een redelijke oplossing die in het belang van [minderjarige] is en ook recht doet aan de belangen van [eiser]; hij zal op deze manier immers meer ‘quality’ time met zijn dochter doorbrengen (de hele woensdagmiddag- en avond). Als het mindere van het gevorderde zal de zorgregeling dan ook worden gewijzigd in de zin dat [minderjarige] in de oneven weken in plaats van de vrijdagmiddag op de woensdagmiddag uit school tot donderdag naar school bij [eiser] is. Dat komt erop neer dat [minderjarige] van dinsdag uit school tot donderdag naar school bij [eiser] is. Die wijziging zal gelden totdat een rechter anders beslist of partijen andere afspraken maken. Als de woensdagmiddag voor de langere termijn niet goed uitkomt, kunnen partijen in overleg een andere middag afspreken. Als dat ze niet lukt, betekent dat niet dat teruggevallen kan worden op de vrijdagmiddag. In dat geval zal de meest gerede partij wijziging van de zorgregeling moeten vragen.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
7 De beslissing
De voorzieningenrechter
in conventie
weigert de gevraagde voorzieningen,
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in reconventie
wijzigt de zorgregeling zoals vastgelegd in de beschikking van 8 maart 2023 aldus dat [minderjarige] in de oneven weken bij [eiser] is van dinsdag uit school tot donderdag naar school, en dat in die weken de vrijdagmiddag komt te vervallen, totdat een rechter anders beslist of partijen anders overeenkomen,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E. van Bennekom, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2023.[_02cfb0df-65b8-4c60-a61c-61c20f755150]
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 843a Rv
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.