Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Amsterdam, 2 maart 2023

ECLI:NL:RBAMS:2023:7617Zaaknummer 13/251030-20

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
2 maart 2023
Publicatiedatum
1 december 2023
Zaaknummer
13/251030-20
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De rechtbank spreekt verdachte vrij van het ten laste gelegde, poging toebrengen zwaar lichamelijk letsel. Hoewel er aanwijzingen zijn van betrokkenheid van verdachte bij het steekincident, bevatten de stukken in het dossier onvoldoende concreet en specifiek bewijs om op grond daarvan met voldoende mate van zekerheid vast te kunnen stellen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.

5 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. F. Dekkers, voorzitter,

mrs. A.R. Vlierhuis en M. van der Horst, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.R. Baart en F.H. van der Pol, griffiers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 maart 2023.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het onderzoek ter terechtzitting
  2. 2 Tenlastelegging
  3. 3 Voorvragen
  4. 4 Vrijspraak
  5. 5 Beslissing

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/251030-20

Datum uitspraak: 2 maart 2023

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,

wonende op het [adres].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 maart 2023.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.C. Lub en van wat verdachte en zijn raadsman mr. M.G. Eckhardt naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 6 oktober 2019 te Amstelveen, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, met een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp, die [slachtoffer] in diens (linker) bovenbeen, in elk geval zijn onderlichaam, te steken en/of te snijden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Vrijspraak

De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat niet bewezen kan worden dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. Hoewel er aanwijzingen zijn van betrokkenheid van verdachte bij het steekincident, bevatten de stukken in het dossier onvoldoende concreet en specifiek bewijs om op grond daarvan met voldoende mate van zekerheid vast te kunnen stellen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit. Meerdere getuigen hebben verklaard dat de broer van het meisje [naam] degene is die [slachtoffer] in zijn been heeft gestoken. De rechtbank acht het aannemelijk dat met die broer verdachte is bedoeld. De getuigen hebben echter niet aangegeven hoe en op basis waarvan zij wisten dat de dader de broer van het meisje was of waaraan zij hem hebben herkend. Daarnaast hebben enkele getuigen niet op basis van eigen waarnemingen verklaard over de betrokkenheid van de broer. Hierdoor kunnen de getuigenverklaringen niet dienen als bewijs van het feit. Omdat het dossier ook voor het overige onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dient verdachte van het feit te worden vrijgesproken.

5 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. F. Dekkers, voorzitter,

mrs. A.R. Vlierhuis en M. van der Horst, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.R. Baart en F.H. van der Pol, griffiers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 maart 2023.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.