Uitspraak · Europees strafrecht

Rechtbank Amsterdam, 25 oktober 2023

ECLI:NL:RBAMS:2023:7398Zaaknummer 13/212802-23

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
25 oktober 2023
Publicatiedatum
5 december 2023
Zaaknummer
13/212802-23
Rechtsgebied
Strafrecht, Europees strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Pools EAB ter vervolging - artikel 13 OLW - artikel 11 OLW - overlevering toestaan

9 Beslissing

STAAT TOE de overlevering [opgeëiste persoon] aan Second Criminal Division of the Regional Court in Ostrołęka (Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. P. van Kesteren, voorzitter,

mrs. R.A. Sipkens en H.P. Kijlstra, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 25 oktober 2023.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesgang
  2. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon
  3. 3 Grondslag en inhoud van het EAB
  4. 4 Strafbaarheid
  5. 5 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW
  6. 6 Artikel 11 OLW: artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU
  7. 7 Slotsom
  8. 9 Beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/212802-23

Datum uitspraak: 25 oktober 2023

UITSPRAAK

op de vordering van 28 augustus 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).[_e05d2f13-51d8-4146-8ccc-48acc11710ca]

Dit EAB is uitgevaardigd op 23 augustus 2023 door de Second Criminal Division of the Regional Court in Ostrołęka (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon]

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1997

laatst opgegeven adres [adres]

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [locatie]

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 11 oktober 2023, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. S. de Goede, advocaat in Breda en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.[_37aeca69-d97e-411c-8104-c210a50a47f3]

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt a decision of 20th June 2022 issued by the District Court in Ostroleka for a period of 30 days as of the arrest date, case ref. no. II Kp 279/22 (PR 4024-0.Ds1062.2021).

De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Pools recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.[_cb68d19b-3a9b-485c-be21-e7d8d9032113]

4 Strafbaarheid

4.1

Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst feit 1 aan als een zogenaamd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld. Het feit valt op deze lijst op deze lijst onder nummer 27, te weten:

Verkrachting.

Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van dit feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

4.2

Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft feit 2 van het EAB niet aangeduid als feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer – kort gezegd – voldaan is aan het vereiste dat op het feit naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

Het feit levert naar Nederlands recht op:

Medeplegen van afpersing.

5 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW

Het EAB ziet op feiten die geacht worden geheel of gedeeltelijk op Nederlands grondgebied te zijn gepleegd. In zo’n situatie kan de rechtbank de overlevering weigeren.[_f7c8c129-0022-4edf-b35f-864f61f2784e]

De officier van justitie verzoekt de rechtbank af te zien van deze weigeringsgrond en voert daartoe aan dat:

- het onderzoek in Polen is aangevangen;

- het bewijsmateriaal zich in Polen bevindt;

- het slachtoffer en de verdachten uit het EAB Pools zijn;

- de Poolse autoriteiten de wens tot vervolging hebben geuit middels uitvaardiging van het EAB;

- het openbaar ministerie in Nederland niet voornemens is om vervolging voor de feiten in te

stellen.

De raadsman van de opgeëiste persoon verzoekt primair de overlevering op grond van dit artikel te weigeren en heeft hiertoe het volgende aangevoerd.

De aan de opgeëiste persoon verweten feiten van verkrachting en afpersing hebben zich volledig in Nederland afgespeeld en in Polen is een krantenartikel gepubliceerd, dat in de Nederlandse taal aan de rechtbank is overgelegd, waarin de naam van de opgeëiste persoon volledig is genoemd. De mogelijke daders worden in dit artikel in een kwaad daglicht gesteld. Gelet op het voorgaande verdient het de voorkeur om de zaak in Nederland te vervolgen.

Subsidiair verzoekt de raadsman om aanhouding van de behandeling van de zaak om de beslissing op het door de Poolse advocaat ingediende verzoek tot strafovername door Polen af te wachten.

De officier van justitie ziet geen aanleiding om op verzoek van de verdediging de behandeling van de zaak aan te houden.

De rechtbank stelt voorop dat aan de regeling van het EAB ten grondslag ligt dat overlevering de hoofdregel is en weigering de uitzondering moet zijn. De gedachte achter de facultatieve weigeringsgrond van artikel 13 OLW is te voorkomen dat Nederland zou moeten meewerken aan overlevering voor een zogenoemd lijstfeit dat geheel of ten dele in Nederland is gepleegd en dat hier niet strafbaar is of hier niet pleegt te worden vervolgd.

De rechtbank stelt vast dat in het licht van de door de officier van justitie gegeven argumenten, het gegeven dat het feit wordt geacht geheel of gedeeltelijk in Nederland te zijn gepleegd, onvoldoende aanleiding vormt om de weigeringsgrond toe te passen. Hetgeen de raadsman heeft aangevoerd, is onvoldoende voor de rechtbank om tot een ander oordeel te komen. De rechtbank ziet geen aanleiding om, zoals verzocht door de raadsman, de zaak aan te houden, aangezien niet duidelijk is wanneer een beslissing valt te verwachten op het verzoek tot strafovername.

6 Artikel 11 OLW: artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU

De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.[_396e4fa0-488e-493c-8c18-9ed113cbf0b1]

Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed zullen hebben op de behandeling van zijn strafzaak is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.[_0e8e293f-3908-4a1d-8720-3bd78d881c40]

7 Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8. Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 47 en 317 Wetboek van Strafrechtartikelen 2, 5, 7 en 13 OLW.

9 Beslissing

STAAT TOE de overlevering [opgeëiste persoon] aan Second Criminal Division of the Regional Court in Ostrołęka (Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. P. van Kesteren, voorzitter,

mrs. R.A. Sipkens en H.P. Kijlstra, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 25 oktober 2023.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.