Uitspraak · Strafprocesrecht

Rechtbank Amsterdam, 25 oktober 2023

ECLI:NL:RBAMS:2023:6686Zaaknummer 1366901619

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
25 oktober 2023
Publicatiedatum
31 oktober 2023
Zaaknummer
1366901619
Rechtsgebied
Strafrecht, Strafprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk i.v.m. overlijden verdachte.

4 Beslissing

De rechtbank komt op grond hiervan tot de volgende beslissing.

Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.P.W. Helmonds, voorzitter,

mrs. A. Eichperger en C.A.E. Wijnker, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L. Bergsma, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 oktober 2023.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het onderzoek ter terechtzitting
  2. 2 Tenlastelegging
  3. 3 Ontvankelijkheid van de officier van justitie
  4. 4 Beslissing

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/669016-19

Datum uitspraak: 11 oktober 2023

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats] ([geboorteland]),

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 oktober 2023.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,

mr. A. Keulers. Waarnemend voor de raadsman van verdachte, mr. W.J. Morra, is ter terechtzitting aanwezig, mr. M.L. van Gaalen.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 29 januari 2019 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 59,13 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

3 Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Uit een akte van overlijden van 16 mei 2022 blijkt dat verdachte op [datum] 2022 is overleden.

De rechtbank overweegt dat op grond van het bepaalde in artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht, het recht tot strafvervolging vervalt door de dood van de verdachte. Het Openbaar Ministerie moet dan ook – overeenkomstig de vordering van de officier van justitie – niet-ontvankelijk in de vervolging worden verklaard.

4 Beslissing

De rechtbank komt op grond hiervan tot de volgende beslissing.

Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.P.W. Helmonds, voorzitter,

mrs. A. Eichperger en C.A.E. Wijnker, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L. Bergsma, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 oktober 2023.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.