Uitspraak · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Amsterdam, 6 juni 2023
ECLI:NL:RBAMS:2023:5215Zaaknummer C/13/734495 / HA RK 23-176
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 6 juni 2023
- Publicatiedatum
- 5 september 2023
- Zaaknummer
- C/13/734495 / HA RK 23-176
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Wraking
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Het wrakingsverzoek is kennelijk niet-ontvankelijk omdat het is gedaan nadat reeds uitspraak was gedaan. Een mondelinge behandeling kan achterwege blijven.
BESLISSING
De Wrakingskamer:
wijst het verzoek tot wraking af.
Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter en N.C.H. Blankevoort en A.W.J. Ros, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 juni 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Wrakingskamer
Beslissing op het op 2 juni 2023 ingekomen en onder zaaknummer C/13/734495 / HA RK 23-176 ingevoerde verzoek tot wraking van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. C.A.E. Wijnker, bestuursrechter te Amsterdam, hierna: de rechter.
1 Verloop van de procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van het navolgende processtuk:
het wrakingsverzoek ingekomen bij de Centrale Balie op 30 mei 2023 en aan de Wrakingskamer doorgezonden.
De rechter heeft niet in de wraking berust.
2 De feiten en het verzoek
Bij de rechtbank is een zaak van verzoeker in behandeling geweest (zaaknummer AMS 23/754 AVG). Bij beschikking van 11 mei 2023 is de zaak afgedaan.
3 De beoordeling
Op grond van artikel 8:15 van de Algemene Wet Bestuursrecht (hierna: Awb) kan een rechter worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Als uitgangspunt voor de beoordeling geldt dat de rechter krachtens zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, behoudens bewijs van het tegendeel. Daarnaast geldt dat ook de objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid grond kan zijn voor wraking.
Nu de rechter reeds op 11 mei 2023 einduitspraak heeft gedaan in de door hem genoemde zaak, had de rechter de zaak van verzoeker niet meer in behandeling toen het verzoek bij brief op 31 mei 2023 werd gedaan. Een verzoek tot wraking kan alleen gericht zijn tegen een rechter die een zaak in behandeling heeft en dus niet tegen de rechter die de zaak van verzoeker waarin het wrakingsverzoek is gedaan, niet (meer) in behandeling heeft. De Wrakingskamer acht het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk omdat de zaak van verzoeker niet meer bij de rechter in behandeling is. Verzoeker heeft ook de griffier gewraakt, maar dat is op grond van de wet niet mogelijk. Een mondelinge behandeling kan dan ook achterwege blijven.
4. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De Wrakingskamer:
wijst het verzoek tot wraking af.
Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter en N.C.H. Blankevoort en A.W.J. Ros, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 juni 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.