Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Amsterdam, 11 juli 2023
ECLI:NL:RBAMS:2023:5014Zaaknummer 22/4138
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 11 juli 2023
- Publicatiedatum
- 8 november 2023
- Zaaknummer
- 22/4138
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Proces-verbaal
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Ongegrond. Parkeerbelasting. Eiseres heeft uitdrukkelijk verzocht om coulance toe te passen. Die bevoegdheid ligt geheel bij verweerder en de rechtbank kan daar niet in treden.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Tijdens de zitting is gebleken dat tussen partijen niet (meer) in geschil is of sprake is van parkeren waarvoor parkeerbelasting was verschuldigd. Het stilstaan met een auto moet in beginsel als parkeren worden aangemerkt. Van parkeren is alleen geen sprake wanneer onmiddellijk personen in- en uitstappen of onmiddellijk en voortdurend zaken geladen of gelost worden. Dat hiervan geen sprake was heeft eiseres ter zitting bevestigd en op de scanfoto’s is ook niets te zien dat duidt op onmiddellijk en voortdurend laden en/of lossen. Verweerder heeft het stilstaan van het voertuig dan ook terecht aangemerkt als parkeren. Op de plek waar eiseres met haar auto stond, moet voor parkeren betaald worden en vast staat dat eiseres op het moment van de controle geen parkeerbelasting had betaald.
5. Dat eiseres – zoals zij heeft gesteld – maar enkele minuten heeft geparkeerd, dat zij normaal gesproken altijd parkeerbelasting betaald, dat zij de auto niet met alarmlichten aan midden op de weg heeft willen laten staan om de weg niet te blokkeren en dat anderen die dit wel doen geen naheffingsaanslag opgelegd krijgen, wil de rechtbank aannemen maar zijn geen omstandigheden waar de rechtbank rekening mee kan houden. Parkeerbelasting is namelijk een zogenaamde objectieve belasting, dat wil zeggen dat de persoonlijke omstandigheden van de belastingplichtige niet in de weg kunnen staan aan de naheffing. Dat is alleen anders als sprake is van een noodsituatie of spoedeisende situatie, waardoor de parkeerder verhinderd was of niet in staat was om tijdig parkeerbelasting te betalen. Eiseres heeft zulke omstandigheden niet aangevoerd.
6. Eiseres heeft uitdrukkelijk verzocht om coulance toe te passen. Die bevoegdheid ligt geheel bij verweerder en de rechtbank kan daar niet in treden. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder toegelicht dat in situaties zoals die van eiseres het coulancebeleid niet van toepassing is en dat er ook geen aanleiding is om – buiten het coulancebeleid om – de naheffingsaanslag uit coulance te vernietigen.
7. Hoewel dit vaak zo wordt ervaren, is de naheffing van een parkeertarief van € 3,50 en een bedrag van € 66,50 aan kosten geen boete, en dus geen straf. Het gaat namelijk om het nabetalen van verschuldigde belasting[_38c31f36-a102-48c5-899f-c30c97b066af] en kosten die zijn gemoeid voor het opleggen van de aanslag[_12da3b64-78d5-4543-bc27-b300ff448d4b]. De heffingsambtenaar heeft de naheffingsaanslag terecht opgelegd.
8. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. Speksnijder, rechter, in aanwezigheid van mr. N.J.A. van Eck, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 juli 2023.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 22/4138
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 juli 2023 in de zaak tussen
[eiseres], te Amsterdam, eiseres,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder
( [gem. verweerder] ).
Procesverloop
Op 26 juli 2022 heeft de heffingsambtenaar aan eiseres een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.
Met de uitspraak op bezwaar van 4 augustus 2022 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 11 juli 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: Eiseres en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Tijdens de zitting is gebleken dat tussen partijen niet (meer) in geschil is of sprake is van parkeren waarvoor parkeerbelasting was verschuldigd. Het stilstaan met een auto moet in beginsel als parkeren worden aangemerkt. Van parkeren is alleen geen sprake wanneer onmiddellijk personen in- en uitstappen of onmiddellijk en voortdurend zaken geladen of gelost worden. Dat hiervan geen sprake was heeft eiseres ter zitting bevestigd en op de scanfoto’s is ook niets te zien dat duidt op onmiddellijk en voortdurend laden en/of lossen. Verweerder heeft het stilstaan van het voertuig dan ook terecht aangemerkt als parkeren. Op de plek waar eiseres met haar auto stond, moet voor parkeren betaald worden en vast staat dat eiseres op het moment van de controle geen parkeerbelasting had betaald.
5. Dat eiseres – zoals zij heeft gesteld – maar enkele minuten heeft geparkeerd, dat zij normaal gesproken altijd parkeerbelasting betaald, dat zij de auto niet met alarmlichten aan midden op de weg heeft willen laten staan om de weg niet te blokkeren en dat anderen die dit wel doen geen naheffingsaanslag opgelegd krijgen, wil de rechtbank aannemen maar zijn geen omstandigheden waar de rechtbank rekening mee kan houden. Parkeerbelasting is namelijk een zogenaamde objectieve belasting, dat wil zeggen dat de persoonlijke omstandigheden van de belastingplichtige niet in de weg kunnen staan aan de naheffing. Dat is alleen anders als sprake is van een noodsituatie of spoedeisende situatie, waardoor de parkeerder verhinderd was of niet in staat was om tijdig parkeerbelasting te betalen. Eiseres heeft zulke omstandigheden niet aangevoerd.
6. Eiseres heeft uitdrukkelijk verzocht om coulance toe te passen. Die bevoegdheid ligt geheel bij verweerder en de rechtbank kan daar niet in treden. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder toegelicht dat in situaties zoals die van eiseres het coulancebeleid niet van toepassing is en dat er ook geen aanleiding is om – buiten het coulancebeleid om – de naheffingsaanslag uit coulance te vernietigen.
7. Hoewel dit vaak zo wordt ervaren, is de naheffing van een parkeertarief van € 3,50 en een bedrag van € 66,50 aan kosten geen boete, en dus geen straf. Het gaat namelijk om het nabetalen van verschuldigde belasting[_38c31f36-a102-48c5-899f-c30c97b066af] en kosten die zijn gemoeid voor het opleggen van de aanslag[_12da3b64-78d5-4543-bc27-b300ff448d4b]. De heffingsambtenaar heeft de naheffingsaanslag terecht opgelegd.
8. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. Speksnijder, rechter, in aanwezigheid van mr. N.J.A. van Eck, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 juli 2023.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.