Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Amsterdam, 7 juli 2023

ECLI:NL:RBAMS:2023:4245Zaaknummer AMS 23/3273

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
7 juli 2023
Publicatiedatum
10 oktober 2023
Zaaknummer
AMS 23/3273
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vereenvoudigde afdoening (8:54 Awb). Op Rechtspraak.nl staat een overzicht van onderhoud en storingen van het Digitaal Loket. Ook wat te doen bij storing. Storing niet bekend en ook niet aannemelijk gemaakt. Ingeval van vooraf aangekondigd onderhoud ligt het op de weg van de indiener om via een andere weg tijdig beroep in te stellen.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.E. Wijnker, rechter, in aanwezigheid van

M.P. Osinga Sanders, de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

7 juli 2023

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Bent u het niet eens met deze uitspraak, dan kunt u een verzetschrift opsturen naar deze rechtbank. U kunt een verzetschrift opsturen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In het verzetschrift kunt u vragen om te worden gehoord. In dat geval vindt alsnog een zitting plaats.

Coll: M.P.O.

D: B

Volledige tekst

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 23/3273

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], te Schiphol, eiseres,

(gemachtigde: mr. D. Torres),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder.

Procesverloop

De rechtbank heeft op 14 juni 2023 een beroepschrift van eiseres ontvangen.

Overwegingen

1. De rechtbank sluit het onderzoek in de zaak omdat voortzetting van het onderzoek niet nodig is. De rechtbank doet uitspraak zonder dat een zitting wordt gehouden, omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.[_afcab4d7-e367-433d-be7b-07ffcf8dc0be]

Wat gaat deze zaak over?

2. Verweerder heeft eiseres een naheffingsaanslag parkeerbelasting met nummer [belasting nummer] opgelegd. Tegen deze naheffingsaanslag parkeerbelasting heeft eiseres bezwaar gemaakt. Met de uitspraak op bezwaar van 25 november 2022 heeft verweerder het bezwaarschrift van eiseres gegrond verklaard en een proceskostenvergoeding toegekend.[_840a3f7d-023f-4dc8-b67f-2484e7c4fc81] De betaling van de proceskostenvergoeding is tot op heden uitgebleven. Om die reden heeft eiseres zich tot de bestuursrechter gewend.

Is de bestuursrechter bevoegd?

3. Gesteld noch gebleken is dat het onderhavige beroep is gericht tegen de uitspraak op bezwaar van 25 november 2022 over de naheffingsaanslag parkeerbelasting met nummer [belasting nummer]. Het beroep van eiseres heeft als doel de betaling van de proceskostenvergoeding te bewerkstelligen.

4. In de onderhavige zaak heeft de rechter geen uitspraak gedaan. Artikel 8:76 van de Awb is dan ook niet aan de orde. In de Memorie van Toelichting staat bij paragraaf 7 over Rechtsbescherming tegen (dwang)invordering op pagina 24 vermeld: “Een belangrijk aspect bij de invordering van geldschulden is de rechtsbescherming. Betaling van een bestuursrechtelijke geldschuld door de overheid kan – indien dat noodzakelijk zou zijn – uiteindelijk via de civielrechtelijke weg worden afgedwongen.” [_dbfca8d2-a874-42ad-8e79-d4fbe77f04fe]

5. De bestuursrechter is van oordeel dat de wetgever heeft beoogd een belanghebbende bij de betaling (waaronder invordering) van proceskosten de mogelijkheid te bieden zich tot de civiele rechter te wenden. Dat betekent dat de bestuursrechter zich onbevoegd zal verklaren om van het onderhavige beroep kennis te nemen. Eiseres heeft de mogelijkheid zich tot de civiele rechter te wenden.

6. De bestuursrechter ziet geen aanleiding om het beroepschrift van eiseres ter behandeling door te zenden. De rechtbank overweegt hierbij artikel 6:15 van de Awb louter van toepassing is op bestuursrechtelijke geschillen.[_e3812eb8-7e85-4332-ac4d-c13950c0c5db]

7. Van eiseres is geen griffierecht geheven.

8. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.E. Wijnker, rechter, in aanwezigheid van

M.P. Osinga Sanders, de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

7 juli 2023

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Bent u het niet eens met deze uitspraak, dan kunt u een verzetschrift opsturen naar deze rechtbank. U kunt een verzetschrift opsturen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In het verzetschrift kunt u vragen om te worden gehoord. In dat geval vindt alsnog een zitting plaats.

Coll: M.P.O.

D: B

Voetnoten

  1. artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
  2. op grond van artikel 7:15 van de Awb
  3. Kst. 29702 nr. 3, vergaderjaar 2003-2004, Aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht (Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht)
  4. zie onder meer ECLI:NL:RVS:2002:AL2473

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.