Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Amsterdam, 23 januari 2023
ECLI:NL:RBAMS:2023:318Zaaknummer C/13/728564 / KG ZA 23-43
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 23 januari 2023
- Publicatiedatum
- 14 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/13/728564 / KG ZA 23-43
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
kg; dwangsom op weer toelaten leerling wordt niet verhoogd. Duidelijk is inmiddels dat school leerling gaat verwijderen. Dwangsom is als prikkel bedoeld en niet als straf.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter
weigert de gevraagde voorzieningen,
veroordeelt de ouders in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van Stichting Ceder Groep begroot op € 1.692,00,
verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.H.J. Konings, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. B.P.W. Busch, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2023.[_d7588cf9-601d-4461-96ff-91e6d41dab31]
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/728564 / KG ZA 23-43 IHJK/BB
Vonnis in kort geding van 23 januari 2023
in de zaak van
1 [eiser 1],
2. [eiser 2],
pro se en in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers van hun minderjarige dochter [minderjarige],
beiden wonende te [woonplaats],
eisers bij dagvaarding op verkorte termijn van 20 januari 2023,
advocaten mr. L.F.M. Meles en mr. W. Brussee te Almere,
tegen
de stichting
STICHTING CEDER GROEP,
gevestigd te Amstelveen,
gedaagde,
advocaat mr. B.P.L. Vorstermans te Den Haag.
Partijen zullen hierna de ouders en Stichting Ceder Groep worden.
1 De procedure
Op de mondelinge behandeling van 23 januari 2023 hebben de ouders de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding en gewijzigd bij akte wijziging eis toegelicht. De Stichting Ceder Groep heeft verweer gevoerd.
Beide partijen hebben producties in het geding gebracht en Stichting Ceder Groep tevens een pleitnota.
Ter zitting waren aanwezig:
- de ouders en hun dochter [minderjarige], met mr. Meles en mr. Brussee;
- [naam], rector van het [naam college], met mr. Vorstermans.
In verband met de spoedeisendheid is vonnis bepaald op vandaag.
2 De feiten
[minderjarige] zit in 3 Havo van het onder het bevoegd gezag van Stichting Ceder Groep vallende [naam college] te [plaats] (hierna: de school).
Op 30 september 2022 heeft zich nabij de school een geweldsincident voorgedaan, waarbij een leerlinge van de school (hierna: het slachtoffer) door vier meiden van middelbare schoolleeftijd is geschopt en geslagen. Van dit incident zijn beelden op social media verschenen. Op de beelden is onder meer te zien dat een persoon, die niet met haar gezicht, maar vanaf de zijkant in beeld is, het slachtoffer een schop geeft.
Het slachtoffer heeft op 7 oktober 2022 bij de politie aangifte gedaan van mishandeling/openlijke geweldpleging, onder meer gepleegd door [minderjarige].
De school heeft [minderjarige] op 11 oktober 2022 geschorst tot aan de herfstvakantie. Bij brief van 14 oktober 2022 heeft de school de schorsingsbeslissing opnieuw verwoord en te kennen gegeven dat de schorsing van kracht blijft zolang het strafrechtelijk onderzoek door justitie/politie duurt.
De school heeft het bezwaar van de moeder van [minderjarige] tegen de schorsingsbeslissing bij brief van 8 december 2022 ongegrond verklaard.
De ouders hebben in een kort geding procedure gevorderd de schorsing in te trekken, dan wel (voorlopig) te beëindigen en [minderjarige] zonder beperkingen weer toe te laten tot de school.
Bij vonnis van 16 januari 2023 heeft de voorzieningenrechter Stichting Ceder Groep bevolen om na betekening van het vonnis de schorsing voorlopig te beëindigen en [minderjarige] vanaf 23 januari 2023 weer toe te laten tot de school om daar zonder beperking klassikaal onderwijs te volgen en zonder beperking deel te nemen aan alle andere schoolse en buitenschoolse activiteiten, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag dat de school niet aan deze veroordeling voldoet, tot een maximum is bereikt van € 5.000,00.
Bij brief van 23 januari 2023 heeft de school aan de ouders van [minderjarige] het voornemen kenbaar gemaakt om [minderjarige] van de school te verwijderen en [minderjarige] en haar ouders uitgenodigd voor een gesprek op 26 januari 2023.
3 Het geschil
De ouders vorderen na eiswijziging, samengevat:
primair:
I. te bepalen dat Stichting Ceder Groep een dwangsom verbeurt van € 10.000,00 per overtreding en per dag of gedeelte van een dag dat Stichting Ceder Groep geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft met de voldoening het vonnis van 16 januari 2023, dan wel
II. Stichting Ceder Groep te bevelen om de schorsing in te trekken, dan wel (voorlopig) te beëindigen en [minderjarige] weer toe te laten tot de school, op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 per dag dat Stichting Ceder Groep na betekening van dit vonnis in gebreke zal zijn met het opvolgen van het vonnis;
Subsidiair:
III. Stichting Ceder Groep te bevelen om een eventuele nieuwe schorsing in te trekken, dan wel (voorlopig) te beëindigen en [minderjarige] weer toe te laten tot de school, op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 per dag dat Stichting Ceder Groep na betekening van dit vonnis in gebreke zal zijn met het opvolgen van het vonnis;
Ten slotte vorderen de ouders om Stichting Ceder Groep te veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente, en de nakosten.
Stichting Ceder Groep voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4 De beoordeling
Bij het vonnis van 16 januari 2023 is bepaald dat een dwangsom van € 100,00 per dag tot een maximum van € 5.000,00 is verschuldigd, indien de school niet aan de veroordeling voldoet. De dwangsom is bedoeld als prikkel tot nakoming van het vonnis.
De school heeft aangevoerd dat zij van alles heeft gedaan om het vonnis te kunnen naleven: zo heeft zij met het slachtoffer en haar ouders gesproken, een instantie gezocht die bereid was het gesprek tussen het slachtoffer en [minderjarige] te begeleiden en overleg gevoerd met de onderwijsinspectie. Helaas is het organiseren van een gesprek niet mogelijk gebleken, nu het slachtoffer daar niet aan wil meewerken. Voor de school en de onderwijsinspectie wegen de belangen van het slachtoffer zwaar en daarom kan zij nog niet voldoen aan het vonnis, zo voert zij aan.
Inmiddels is er ook meer bekend geworden van het Whatsapp-gesprek binnen de groep H3A, dat plaatsvond kort na het incident. Uit de reacties van [minderjarige] in dat gesprek blijkt dat zij meer weet van het incident dan zij (ook ter zitting) wil doen geloven. Verder is bekend geworden dat er een zogenaamd ZSM-overleg plaatsvindt binnen het Openbaar Ministerie, dat mogelijk op korte termijn duidelijkheid zal geven over de voortgang van het strafrechtelijk traject. Een en ander heeft geleid tot het voorgenomen besluit van de school om [minderjarige] definitief te verwijderen. [minderjarige] en haar ouders zijn daarover geïnformeerd en zullen daarover aanstaande donderdag worden gehoord.
De school zal het vonnis moeten naleven. Nu zij de schorsing van [minderjarige] nog niet heeft beëindigd en haar nog niet toelaat om onderwijs te volgen, is zij dwangsommen verschuldigd. De school erkent dit ook. Het is heel jammer dat de chool [minderjarige] en haar ouders na de zitting in het vorig kort geding niet heeft geïnformeerd over de stappen die zij heeft gezet om de terugkeer naar school voor [minderjarige] mogelijk te maken. De school heeft bovendien pas vandaag, de dag van de zitting, haar voornemen om tot verwijdering over te gaan per brief aan de ouders van [minderjarige] kenbaar gemaakt. Ook dat had anders gekund en gemoeten.
Dwangsommen zijn echter niet bedoeld als sanctie. Verhoging van de dwangsommen zal er niet toe leiden dat de school [minderjarige] op korte termijn zal toelaten tot het onderwijs, gelet op de stappen die zij inmiddels heeft gezet om tot definitieve verwijdering over te gaan. Naar verwachting zal de besluitvorming daaromtrent eind deze week zijn afgerond. [minderjarige] zal dan - afhankelijk van de uitkomst van de besluitvorming - ofwel terug kunnen keren naar school, ofwel op korte termijn op een andere school haar opleiding kunnen voortzetten. Voor het verhogen van de dwangsommen bestaat dan ook op dit moment onvoldoende aanleiding. Ook voor de overige vorderingen bestaat geen grond. Van een nieuwe schorsing is immers niet gebleken.
De ouders worden als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van Stichting Ceder Groep begroot op:
– € 676,00 aan griffierecht en
– € 1.016,00 aan salaris advocaat.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter
weigert de gevraagde voorzieningen,
veroordeelt de ouders in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van Stichting Ceder Groep begroot op € 1.692,00,
verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.H.J. Konings, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. B.P.W. Busch, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2023.[_d7588cf9-601d-4461-96ff-91e6d41dab31]
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.