Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Amsterdam, 27 maart 2023
ECLI:NL:RBAMS:2023:2030Zaaknummer AMS 22/2547
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 27 maart 2023
- Publicatiedatum
- 1 juni 2023
- Zaaknummer
- AMS 22/2547
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Mondelinge uitspraak. Verzet. In geschil is de toegepaste wegingsfactor licht (0,5). Beroep op meerderheidsregel.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Opposant voert tegen de uitspraak van de rechtbank aan dat bij de toekenning van de proceskostenvergoeding ten onrechte wordt uitgegaan van wegingsfactor licht (0,5) in plaats van gemiddeld (1). Opposant wijst op de uitspraak van het gerechtshof ’sHertogenbosch van 11 november 2021[_cb441eb6-4077-4620-ae78-f4ac48d88a45], waaruit blijkt dat hij zich in dit kader kan beroepen op de meerderheidsregel. Opposant wijst als gelijk geval op de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 23 september 2021[_ea9b0f93-dfb3-48a3-93cf-6e5a74e09cc4], waarin wel wordt uitgegaan van wegingsfactor gemiddeld (1).
2. Het verzet is ongegrond. Nog daargelaten of de meerderheidsregel ook geldt voor beslissingen van de rechtbank, is het aan degene die zich erop beroept om dit te onderbouwen met minimaal twee gelijke gevallen. Alleen daarom al slaagt het beroep niet. In een verzetszaak is de toets van de rechtbank verder beperkt tot de beoordeling of er overduidelijk een fout is gemaakt. De rechtbank vindt, gelet op het Richtsnoer van de gerechtshoven[_76fb9610-3cf7-4605-bfdf-17ede0ff4e7f], dat toepassing van de wegingsfactor licht (0,5) in dit geval juist is geweest. Mogelijk heeft de rechtbank in de uitspraak van 23 september 2021 een fout gemaakt door de wegingsfactor gemiddeld (1) toe te passen, maar dat betekent niet dat de rechtbank dat in deze zaak ook had moeten doen.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 22/2547 V
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 maart 2023 op het verzet van
[eiseres] , te Amsterdam, opposant
(gemachtigde: [Gem. eiseres] ).
Procesverloop
Opposant heeft tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van Amsterdam van 13 mei 2022 (de bestreden uitspraak op bezwaar) beroep ingesteld.
Opposant heeft het beroep op 28 september 2022 ingetrokken en verzocht om de heffingsambtenaar te veroordelen in de proceskosten.
Met een uitspraak van 8 december 2022 heeft de rechtbank de heffingsambtenaar veroordeelt in de proceskosten van opposant tot een bedrag van € 514,- en heeft de rechtbank besloten dat de heffingsambtenaar het door opposant betaalde griffierecht dient te vergoeden.
Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 maart 2023. Opposant heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Opposant voert tegen de uitspraak van de rechtbank aan dat bij de toekenning van de proceskostenvergoeding ten onrechte wordt uitgegaan van wegingsfactor licht (0,5) in plaats van gemiddeld (1). Opposant wijst op de uitspraak van het gerechtshof ’sHertogenbosch van 11 november 2021[_cb441eb6-4077-4620-ae78-f4ac48d88a45], waaruit blijkt dat hij zich in dit kader kan beroepen op de meerderheidsregel. Opposant wijst als gelijk geval op de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 23 september 2021[_ea9b0f93-dfb3-48a3-93cf-6e5a74e09cc4], waarin wel wordt uitgegaan van wegingsfactor gemiddeld (1).
2. Het verzet is ongegrond. Nog daargelaten of de meerderheidsregel ook geldt voor beslissingen van de rechtbank, is het aan degene die zich erop beroept om dit te onderbouwen met minimaal twee gelijke gevallen. Alleen daarom al slaagt het beroep niet. In een verzetszaak is de toets van de rechtbank verder beperkt tot de beoordeling of er overduidelijk een fout is gemaakt. De rechtbank vindt, gelet op het Richtsnoer van de gerechtshoven[_76fb9610-3cf7-4605-bfdf-17ede0ff4e7f], dat toepassing van de wegingsfactor licht (0,5) in dit geval juist is geweest. Mogelijk heeft de rechtbank in de uitspraak van 23 september 2021 een fout gemaakt door de wegingsfactor gemiddeld (1) toe te passen, maar dat betekent niet dat de rechtbank dat in deze zaak ook had moeten doen.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.