Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Amsterdam, 10 maart 2023

ECLI:NL:RBAMS:2023:1990Zaaknummer C/13/728640 / JE RK 23-35

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
10 maart 2023
Publicatiedatum
20 augustus 2026
Zaaknummer
C/13/728640 / JE RK 23-35
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verlenging uithuisplaatsing zes maanden. Egyptisch gezin. Minderjarige behoefte aan afstand en rust. Toejuichen inzet transcultureel deskundige.

De beslissing

De kinderrechter:

- verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening/ netwerkplaatsing tot 16 september 2023;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2023 door mr. I.M. Nusselder, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F. Nijland, als griffier en schriftelijk vastgesteld op 21 maart 2023.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Beschikking verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
  2. [de moeder] , wonende te [woonplaats] , is de moeder
  3. Het procesverloop
  4. De feiten
  5. Het verzoek en standpunt ter zitting
  6. Het standpunt van de belanghebbenden
  7. De beoordeling
  8. De beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/13/728640 / JE RK 23-35

Datum uitspraak: 10 maart 2023

Beschikking verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

JEUGDBESCHERMING REGIO AMSTERDAM,

locatie [locatie], hierna te noemen: JBRA,

betreffende

[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige].

[de moeder] , wonende te [woonplaats] , is de moeder

[de vader], wonende te [woonplaats], is de vader.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [minderjarige] en haar ouders.

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoek met bijlagen van JBRA van 23 januari 2023, ingekomen bij de griffie op 23 januari 2023;

- de nagekomen stukken, al dan niet met bijlagen, van de zijde van de moeder, ingekomen op 3 maart 2023, 6 maart 2023, 8 maart 2023 en 10 maart 2023.

Op 10 maart 2023 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld.

Verschenen zijn:- [minderjarige], die apart is gehoord in aanwezigheid van netwerkpleegvader;- de moeder, bijgestaan door mr. D.J. Klock en een tolk Arabisch;

- [naam zus], de meerderjarige zus;- de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2], namens JBRA.

De feiten

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

Bij beschikking van 19 december 2022 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van JBRA en uithuisgeplaatst in een netwerkpleeggezin. De ondertoezichtstelling is nadien verlengd tot 16 maart 2024. De machtiging tot uithuisplaatsing is laatstelijk verlengd tot 16 maart 2023.

[minderjarige] verblijft in een netwerkpleeggezin van een klasgenoot.

[minderjarige] zal per 12 maart 2023 bij een gezinshuis verblijven.

Het verzoek en standpunt ter zitting

JBRA verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] voor verblijf in een netwerkgezin/ gezinsgerichte voorziening te verlengen voor de duur van zes maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

[minderjarige] wordt in de thuissituatie in haar ontwikkeling bedreigd. Er is sprake van een complexe communicatiestoornis. De ouders zullen moeten laten zien dat zij willen meewerken aan de problemen in hun contact met [minderjarige] en aan de terugkeer naar huis door zich actief in te zetten om aan de doelen van de ondertoezichtstelling te werken. Dit is de ouders vooralsnog niet gelukt.

Tot dan acht JBRA het in het belang van [minderjarige] dat zij op een voor haar veilige en stimulerende plek verblijft waar ze rust, stabiliteit en warmte ontvangt. Vanuit deze plek kan

gewerkt worden aan de band tussen ouders en [minderjarige]. Op dit moment wordt een trauma gezien bij [minderjarige] die zich uit in fysieke reacties op het moment dat zij wordt geconfronteerd met haar familie. Er is hulpverlening nodig om het contact en vertrouwen te herstellen. Daarnaast kampt [minderjarige] met veel stress waardoor zij niet goed in staat is zich te concentreren op haar schoolwerk.

Het uitgangspunt van JBRA is dat er wordt toegewerkt naar terugplaatsing bij de ouders. Op dit moment is er al drie maanden geen fysiek contact geweest. De relatie tussen [minderjarige] en de moeder staat enorm onder spanning. De moeder, strijdlustig, wil dat [minderjarige] zo snel mogelijk naar huis komt. [minderjarige] voelt zich aangevallen door moeder en kruipt steeds verder in haar schulp. De Opvoedpoli heeft de juiste expertise in huis en is gestart om dit proces te sturen en te begeleiden en toe te werken aan contactherstel. De houding van de moeder wordt ook bepaald door de koptische orthodoxe cultuur. De uithuisplaatsing van [minderjarige] past niet bij de tradities van het gezin. Daarom wordt ook gedacht aan het betrekken van een transcultureel deskundige.

Vanaf 12 maart 2023 zal [minderjarige] verblijven bij een gezinshuis. De neutraliteit van deze plek kan een positieve uitwerking hebben op [minderjarige] en de ouders. Vooralsnog zal JBRA het adres niet delen met de familie zodat de veiligheid en benodigde rust wordt gewaarborgd.

Het standpunt van de belanghebbenden

De moeder is het niet eens met het verzoek tot verlenging van de uithuisplaating. Zij is van mening dat drie maanden lang genoeg is geweest, zeker nu zij hoort en leest dat het niet zo goed gaat met [minderjarige]. De moeder heeft zelf bij JBRA om hulp gevraagd voor [minderjarige] maar vanaf die tijd is alles bergafwaarts gegaan. Sinds de uithuisplaatsing is de vader verlamd geraakt, blind geworden en in het ziekenhuis opgenomen en is [minderjarige] verdwaald geraakt. Op dit moment is er een dikke muur opgetrokken tussen haar en haar dochter.

De raadsvrouw verzoekt afwijzing van het verzoek en subsidiair een verlenging van de uithuisplaatsing voor een kortere duur.

Er heeft bovendien al drie maanden geen fysiek contactmoment plaatsgevonden. Dit is in strijd met de Richtlijn uithuisplaating en terugplaatsing voor jeugdhulp en jeugdbescherming. Ondanks de weerstand van een kind is het belangrijk om het contact te herstellen. Dit is in de afgelopen maanden niet gebeurd en ook onvoldoende geprobeerd. De moeder heeft veel zorgen aan haar hoofd, waaronder ook de verslechterde gezondheid van de vader. Zij doet op allerlei fronten enorm haar best en probeert stappen te zetten door het volgen van systeemtherapie. Ook heeft zij afspraken gemaakt met de Opvoedpoli over de wijze van contactherstel. De moeder vreest dat met een verlenging van zes maanden het proces van contactherstel en terugplaatsing te langzaam en stroperig gaat worden, gelet op de stappen die in de afgelopen maanden niet zijn gezet.

De zus brengt naar voren dat zij de situatie heel moeilijk vindt en ook niet goed begrijpt. Voor haar is thuis juist de meest veilige plek. De zus vindt het verdrietig om te lezen dat [minderjarige] erg angstig is en ook niet meer naar school gaat. Sinds het vertrek van [minderjarige] zijn de verhoudingen in het gezin verstoord. De vader is fysiek ingestort en de moeder heeft het mentaal heel zwaar. De zus heeft het gevoel er nu alleen voor te staan.

De beoordeling

In deze zaak spelen culturele verschillen een rol. [minderjarige] groeit thuis op in de Egyptische cultuur maar zij probeert zich buitenshuis te conformeren aan de Nederlandse cultuur. In Nederland maken pubers zich los van het ouderlijk gezin en wordt ruimte gegeven aan de vrijheidsdrang van pubers. De oudere zus had daar niet veel behoefte aan maar [minderjarige] wil graag de wijde wereld in en heeft de wens zich te ontwikkelen. Dit botst met de principes van de ouders en dit is geëscaleerd waardoor [minderjarige] nu even niet meer thuis woont.

De kinderrechter stelt voorop dat bij haar beslissing het belang van [minderjarige] voorop staat. [minderjarige] houdt van haar ouders en zus en mist hen ook maar zij wil op dit moment nog niet naar huis. De moeder is een fanatieke liefhebbende moeder, dat is mooi te zien, maar zij zal een stap terug moeten doen en [minderjarige] de ruimte moeten geven die zij op dit moment nodig heeft. De wijze waarop de moeder en de familie nu contact blijven zoeken met [minderjarige] en de manier waarop de moeder JBRA blijft bestoken met klachten en mails zal de situatie alleen maar meer frustreren.

Gelet op de cultuurverschillen denkt de kinderrechter dat de inzet van een transcultureel deskundige van meerwaarde kan zijn.

De kinderrechter concludeert dat op basis van de stukken en de mondelinge behandeling de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van zes maanden noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] (artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek).

De kinderrechter ziet geen aanleiding om de machtiging voor kortere duur te verlenen, nu [minderjarige] gebaat is bij rust en duidelijkheid. De kinderrechter ziet ook dat JBRA enorm betrokken is en dat zij er alles aan doen om met behulp van expertise tot contactherstel te komen en dat indien terugplaatsing mogelijk en wenselijk is hiertoe zal worden overgegaan.

De beslissing

De kinderrechter:

- verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening/ netwerkplaatsing tot 16 september 2023;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2023 door mr. I.M. Nusselder, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F. Nijland, als griffier en schriftelijk vastgesteld op 21 maart 2023.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.