Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Amsterdam, 22 februari 2022

ECLI:NL:RBAMS:2022:729Zaaknummer AWB - 21 _ 1648

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
22 februari 2022
Publicatiedatum
29 maart 2022
Zaaknummer
AWB - 21 _ 1648
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Bodemzaak, Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Dienstenrichtlijn, artikel 1 EP, passagiersvaart, leefbaarheid, schaarse vergunningen

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, voorzitter, en mr. M.F. Ferdinandusse en mr. S.D. Arnold, leden, in aanwezigheid van mr. J.C.E. Krikke en mr. T. van Soldt, griffiers. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2022.

griffier

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

BIJLAGE 1 – OVERZICHT ZAAKNUMMERS

Gemachtigde: Adviesburo Monster, mr. J. Monster

21/776[naam 1]
21/777Arviro b.v. en B.S.V. Amsterdam
21/778Demi Trading B.V.
21/779De Rederij c.v.
21/780[naam 2]
21/781Flagship Amsterdam V.o.f.
21/782Indysign B.V.
21/783Luxe Boten B.V.
21/784Rederij Mokum B.V.
21/785Mokumboot B.V.
21/786Mokumboot B.V.
21/787Rederij Friendship v.o.f.
21/788[naam 3]
21/799R.K. Management Beheer B.V.
21/790Starboard Boats B.V.
21/791[naam 4]
21/792[naam 5]
21/793[naam 6]

Gemachtigde: AKD, mr. E. Dans

21/1701Stromma Holland B.V. Stromma Nederland B.V. Canal Bus B.V. Canal Rondvaart B.V. Meijers Rondvaarten B.V.

Gemachtigde: jhr. mr. A.R.Ph. Boddaert

21/1502[naam 7]

Gemachtigde Van Doorne N.V., mr. C.W. Kniestedt, mr. A. Vegt

21/1699Reederij P. Kooij B.V. Reederij E.E. Plas B.V. Beleggingsmaatschappij P. Kooij B.V. [naam 8]

Gemachtigde: Duijn Bloem Voss Advocaten, mr. M.S.F. Loor

21/1767Amsterdam Sloep Huur V.o.f.

Gemachtigde: LNW advocaten, mr. P.A. Willemsen

21/845[naam 9]
21/846[naam 10]
21/847[naam 11]
21/848[naam 12]
21/849Sinta B.V. [naam 13] [naam 14] [naam 15] [naam 16] [naam 17] [naam 18]

Gemachtigde: ngnb advocaten, mr. A.B. Blomberg

21/1695[naam 19]

Gemachtigde: mr. P. Nicolaï

21/1642Amsterdam Boat Events B.V.
21/1643[naam 20]
21/1644Rederij Amsterdam B.V. Amsterdam Boats B.V. RAAB B.V.
21/1645[naam 21] Adeline B.V. Salonboot Dame van Amstel B.V. Emmerik & Vellekoop Holding B.V.
21/1646Rederij Belle B.V.
21/1647Smidtje Holding B.V.
21/1648Smidtje Beheer B.V.
21/1649[naam 22]
21/1650[naam 23] [naam 24]
21/1651De Kleijn Amsterdam B.V. CBD
21/1652[naam 25]
21/1653De Muze B.V. CBD Holding
21/1654[naam 26]

Gemachtigde: mr. C. Post

21/1523[naam 27]

Gemachtigde: Six Advocaten, mr. I. van den Berg

21/1447[naam 28]
21/1448V.O.F. JoMart
21/1449[naam 29]
21/1450[naam 30]
21/1452Rederij Aemstelland B.V.
21/1453Paradis Private Boat Tours B.V.
21/1454Amsterdamse Salonboot Rederij B.V.
21/1456[naam 31]
21/1457[naam 32]
21/1459[naam 33]
21/1460[naam 34]
21/1461[naam 35]
21/1462[naam 36]
21/1463De Wolfsburght B.V.

Gemachtigde: Stek Advocaten, mrs. R. Elkerbout, Z. van den Bosch en L. Bremmer

21/1364[naam 37] [naam 38] Rederij Nassau B.V. [naam 39] Amsterdam bootverhuur B.V. [naam 40]

Gemachtigde: Wieringa Advocaten, mrs. S. Levelt en L. Tellegen

21/1737[naam 41] Smidtje Exploitatie B.V. New Orange B.V. Rederij Lovers B.V.
21/1307Boat2Go B.V.

Procedeert zelf

21/1770Sloepdelen B.V. Adam’s Boats B.V.
21/1635Boaty B.V.

BIJLAGE 2 – UITSPRAAK VAN 22 FEBRUARI 2022

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Smidtje Beheer B.V, te Amsterdam, eiseres
  2. Procesverloop
  3. Conclusie
  4. Individuele beroepsgronden
  5. Beslissing
  6. Gemachtigde: Adviesburo Monster, mr. J. Monster
  7. Gemachtigde: AKD, mr. E. Dans
  8. Gemachtigde: jhr. mr. A.R.Ph. Boddaert
  9. Gemachtigde Van Doorne N.V., mr. C.W. Kniestedt, mr. A. Vegt
  10. Gemachtigde: Duijn Bloem Voss Advocaten, mr. M.S.F. Loor
  11. Gemachtigde: LNW advocaten, mr. P.A. Willemsen
  12. Gemachtigde: ngnb advocaten, mr. A.B. Blomberg
  13. Gemachtigde: mr. P. Nicolaï
  14. Gemachtigde: mr. C. Post
  15. Gemachtigde: Six Advocaten, mr. I. van den Berg
  16. Gemachtigde: Stek Advocaten, mrs. R. Elkerbout, Z. van den Bosch en L. Bremmer
  17. Gemachtigde: Wieringa Advocaten, mrs. S. Levelt en L. Tellegen
  18. Procedeert zelf

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 21/1648

uitspraak van de meervoudige kamer van 22 februari 2022 in de zaak tussen

Smidtje Beheer B.V, te Amsterdam, eiseres

(gemachtigde: mr. P. Nicolaï),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, het college

(gemachtigden: mr. J. Bootsma, mr. S. van Heukelom-Verhage, mr. B.S. Jaasma en

mr. M. de Wit).

Procesverloop

Bij besluiten van 4 juni 2020 (de primaire besluiten) heeft het collegehet college de exploitatievergunningen van eiseres ambtshalve gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd voor de vaartuigen

- [naam boot 1] met als einddatum 1 maart 2028;

- [naam boot 2] met als einddatum 1 maart 2036;

- [naam boot 3] met als einddatum 1 maart 2024;

- [naam boot 4] met als einddatum 1 maart 2026;

- [naam boot 5] met als einddatum 1 maart 2030;

- [naam boot 6] met als einddatum 1 maart 2026;

- [naam boot 7] met als einddatum 1 maart 2028;

- [naam boot 8] met als einddatum 1 maart 2030;

- [naam boot 9] met als einddatum 1 maart 2026;

- [naam boot 10] met als einddatum 1 maart 2030;

- [naam boot 11] met als einddatum 1 maart 2030;

- [naam boot 12] met als einddatum 1 maart 2030;

- [naam boot 13] met als einddatum 1 maart 2030;

- [naam boot 14] met als einddatum 1 maart 2026;

- [naam boot 15] met als einddatum 1 maart 2028.

Op verzoek van eiseres heeft het collegehet college op 4 juni 2020 een wisselbesluit genomen.

Bij besluit van 17 juli 2020 (het primaire besluit) heeft het collegehet college de exploitatievergunningen van eiseres ambtshalve gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd voor de vaartuigen

- [naam boot 18] met als einddatum 1 maart 2030;

- [naam boot 17] met als einddatum 1 maart 2030.

Op verzoek heeft van eiseres heeft het college, bij wisselbesluit van 27 juli 2020, de einddatum van [naam boot 3] gewijzigd in tranche 1 (2024), van [naam boot 2] gewijzigd in tranche 2 (2026), van [naam boot 9] gewijzigd in tranche 2 (2026), van [naam boot 7] gewijzigd in tranche 3 (2028), van [naam boot 10] gewijzigd in tranche 4 (2030), van [naam boot 1] gewijzigd in tranche 3 (2028) en van [naam boot 6] gewijzigd in tranche 2 (2026).

Bij besluit van 10 februari 2021 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiseres tegen het Overzicht en de omzettingsvergunningen van anderen niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft in deze zaak en de zaken genoemd in de bijlage[_b6957b9e-7a91-412d-a9ab-4bc5320591f3] bij deze uitspraak een regiezitting gehouden op 22 april 2021, waarbij met partijen afspraken zijn gemaakt over het verloop van de procedure.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Partijen hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te repliceren en te dupliceren.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden van dinsdag 16 november 2021 tot en met 30 november 2021 in deze zaak en de zaken genoemd in de bijlage. De zaken zijn gezamenlijk behandeld. Eiseres is daar vertegenwoordigd door haar gemachtigde. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door bovenstaande gemachtigden.

De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek in alle zaken gesloten.

Conclusie

1. De rechtbank stelt eiseres niet in het gelijk.

2. De rechtbank heeft het beroep van eiseres gelijktijdig behandeld met de beroepen van andere Amsterdamse reders voor passagiersvaart. Al deze reders komen op tegen de omzetting van hun exploitatievergunning passagiersvaart van onbepaalde tijd naar bepaalde tijd. De reders hebben een aantal beroepsgronden gezamenlijk ingediend en tijdens de behandeling hebben de reders ook over en weer naar elkaars standpunten verwezen. De rechtbank heeft er voor gekozen de gezamenlijke standpunten te bespreken en te beoordelen in één enkele uitspraak. Bij uitspraak van 22 februari 2022[_bf28b5c0-a125-4748-867e-b03100a7a585] heeft de rechtbank geoordeeld dat de omzetting van de exploitatievergunning van onbepaalde tijd naar bepaalde tijd niet in strijd is met het geschreven of ongeschreven recht. Voor alle gezamenlijke gronden en het oordeel daarover, verwijst de rechtbank naar die uitspraak. De uitspraak is bijgevoegd en maakt onderdeel uit van deze uitspraak.[_3fa6043e-6d3c-4da8-9f58-9a46bcb15eac]

3. In deze uitspraak zal de rechtbank ingaan op de individuele gronden van eiseres.

Individuele beroepsgronden

4.1

Eiseres voert aan dat het onderzoek van het college naar de uitgiftedata van de exploitatievergunningen onvoldoende is geweest. Nadat eiseres, en andere eisers, in de bezwaarfase nadere informatie verstrekten, heeft het college nader onderzoek gedaan naar de uitgiftedata. Dat is te laat. In het licht van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient het college, voorafgaand aan het primaire besluit, zelf een onderzoek te verrichten zonder daarbij afhankelijk te zijn van bezwaren van belanghebbenden. Het onderzoek is daarmee onvolledig geweest.

4.2.

De rechtbank is van oordeel dat het onderzoek van het college voldoende zorgvuldig is geweest. Het college heeft toegelicht dat hij de uitgiftedata, en daarmee de omzettingslijst, heeft gebaseerd op de bij het college bekende gegevens. Het college heeft die gegevens zo nodig gecontroleerd aan de hand van uittreksels van de Kamer van Koophandel. Vervolgens heeft het college alle bij hem bekende gegevens gecontroleerd door middel van een controlebrief die iedere vergunninghouder heeft ontvangen. De antwoorden zijn gecontroleerd en verwerkt. De resultaten zijn vervolgens gecommuniceerd in een openbaar voornemen. Op basis van deze gegevens is de omzettingslijst tot stand gekomen. Daarmee heeft het college voorafgaand aan het nemen van het primaire besluit, voldoende zorgvuldig onderzoek verricht.

5.1

Eiseres leidt uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 7 juni 2017[_309811c0-6ceb-4a67-8e4d-14fb08e97879] af, dat het college de toenmalige indeling in segmenten niet meer mocht hanteren. Dat heeft het college toch gedaan.

5.2

De rechtbank is van oordeel dat uit deze uitspraak van de Afdeling niet volgt dat

dat de segmentindeling per definitie onrechtmatig is. In de uitspraak geeft de Afdeling alleen een oordeel over de indeling in segmenten in relatie tot de beleidsdoeleinden die het college toen nastreefde. Dat zijn andere beleidsdoeleinden dan die ten grondslag liggen aan het bestreden besluit. Bovendien betrof het oordeel van de Afdeling alleen het segment “bemand groot”, niet de andere segmenten die het college hanteert. De uitspraak van de Afdeling belette het college niet de segmentindeling te hanteren zoals hij nu heeft gedaan.

6.1

Eiseres voert aan dat niet de datum waarop de vergunning is verstrekt zou moeten gelden als uitgiftedatum, maar de datum vanaf welke een reder een exploitatieresultaat kon behalen.

6.2

De rechtbank is van oordeel dat het college ervoor heeft kunnen kiezen de rangschikking op te stellen aan de hand van de uitgiftedata van de vergunningen aan de desbetreffende vergunninghouder. De uitgiftedatum van een vergunning is objectief en controleerbaar en is daarmee een geschikt criterium. Het gaat het college om de periode dat de vergunninghouder profijt heeft kunnen hebben van de vergunning en die periode wordt hiermee op een inzichtelijke en consequente manier bepaald. Eiseres doelt specifiek op de overdracht na de uitgiftedatum van de vergunning aan een andere vennootschap. Het college heeft terecht bepaald dat de twee betrokken vennootschappen zijn aan te merken als één vergunninghouder in de zin van artikel 8 van de Beleidsregels. Er is dus geen sprake geweest van overdacht van de vergunning aan een nieuwe vergunninghouder in de zin van artikel 1, onder e, van de Beleidsregels.[_f1ef596a-d2b6-41bc-8cd2-0296d729c205]

7. Het beroep is ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, voorzitter, en mr. M.F. Ferdinandusse en mr. S.D. Arnold, leden, in aanwezigheid van mr. J.C.E. Krikke en mr. T. van Soldt, griffiers. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2022.

griffier

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

BIJLAGE 1 – OVERZICHT ZAAKNUMMERS

Gemachtigde: Adviesburo Monster, mr. J. Monster

21/776[naam 1]
21/777Arviro b.v. en B.S.V. Amsterdam
21/778Demi Trading B.V.
21/779De Rederij c.v.
21/780[naam 2]
21/781Flagship Amsterdam V.o.f.
21/782Indysign B.V.
21/783Luxe Boten B.V.
21/784Rederij Mokum B.V.
21/785Mokumboot B.V.
21/786Mokumboot B.V.
21/787Rederij Friendship v.o.f.
21/788[naam 3]
21/799R.K. Management Beheer B.V.
21/790Starboard Boats B.V.
21/791[naam 4]
21/792[naam 5]
21/793[naam 6]

Gemachtigde: AKD, mr. E. Dans

21/1701Stromma Holland B.V. Stromma Nederland B.V. Canal Bus B.V. Canal Rondvaart B.V. Meijers Rondvaarten B.V.

Gemachtigde: jhr. mr. A.R.Ph. Boddaert

21/1502[naam 7]

Gemachtigde Van Doorne N.V., mr. C.W. Kniestedt, mr. A. Vegt

21/1699Reederij P. Kooij B.V. Reederij E.E. Plas B.V. Beleggingsmaatschappij P. Kooij B.V. [naam 8]

Gemachtigde: Duijn Bloem Voss Advocaten, mr. M.S.F. Loor

21/1767Amsterdam Sloep Huur V.o.f.

Gemachtigde: LNW advocaten, mr. P.A. Willemsen

21/845[naam 9]
21/846[naam 10]
21/847[naam 11]
21/848[naam 12]
21/849Sinta B.V. [naam 13] [naam 14] [naam 15] [naam 16] [naam 17] [naam 18]

Gemachtigde: ngnb advocaten, mr. A.B. Blomberg

21/1695[naam 19]

Gemachtigde: mr. P. Nicolaï

21/1642Amsterdam Boat Events B.V.
21/1643[naam 20]
21/1644Rederij Amsterdam B.V. Amsterdam Boats B.V. RAAB B.V.
21/1645[naam 21] Adeline B.V. Salonboot Dame van Amstel B.V. Emmerik & Vellekoop Holding B.V.
21/1646Rederij Belle B.V.
21/1647Smidtje Holding B.V.
21/1648Smidtje Beheer B.V.
21/1649[naam 22]
21/1650[naam 23] [naam 24]
21/1651De Kleijn Amsterdam B.V. CBD
21/1652[naam 25]
21/1653De Muze B.V. CBD Holding
21/1654[naam 26]

Gemachtigde: mr. C. Post

21/1523[naam 27]

Gemachtigde: Six Advocaten, mr. I. van den Berg

21/1447[naam 28]
21/1448V.O.F. JoMart
21/1449[naam 29]
21/1450[naam 30]
21/1452Rederij Aemstelland B.V.
21/1453Paradis Private Boat Tours B.V.
21/1454Amsterdamse Salonboot Rederij B.V.
21/1456[naam 31]
21/1457[naam 32]
21/1459[naam 33]
21/1460[naam 34]
21/1461[naam 35]
21/1462[naam 36]
21/1463De Wolfsburght B.V.

Gemachtigde: Stek Advocaten, mrs. R. Elkerbout, Z. van den Bosch en L. Bremmer

21/1364[naam 37] [naam 38] Rederij Nassau B.V. [naam 39] Amsterdam bootverhuur B.V. [naam 40]

Gemachtigde: Wieringa Advocaten, mrs. S. Levelt en L. Tellegen

21/1737[naam 41] Smidtje Exploitatie B.V. New Orange B.V. Rederij Lovers B.V.
21/1307Boat2Go B.V.

Procedeert zelf

21/1770Sloepdelen B.V. Adam’s Boats B.V.
21/1635Boaty B.V.

BIJLAGE 2 – UITSPRAAK VAN 22 FEBRUARI 2022

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.